Rector Soete

29 juni 2012 - Europese tophoogleraar Luc Soete wordt de nieuwe rector van de UM. Zijn overdrachtsrede spant een boog van de val van de Muur naar het HO van nu. "In tegenstelling tot Ivy League en Oxbridge, hebben heel wat Europese universiteiten zich “slim” gespecialiseerd op waar zij behoren tot de absolute wetenschappelijke wereldtop."

Soete zet zijn visie -doorspekt met zijn befaamde humor en Vlaamse zelfspot- in een rede uiteen, die begint bij zijn Dies Natalis speech uit 1990. Hij was toen op dezelfde kansel de spreker tot de Maastrichtse academische gemeenschap. "In die tijd waren op een totaal van zo'n vijfduizend studenten er 23 Belgische en 35 Duitse studenten."

Neutrale rector als noodverordening 

Nu heeft de UM niet alleen een Duitse medicus van naam en faam als collegevoorzittter, maar ook een Belg als rector magnificus. Daar heeft Soete een geheel eigensoortige verklaring voor, trouwens.

"Oorspronkelijk dacht ik dat het CvB van deze instelling besloten had deze overdracht op 29 juni te plannen omdat verwacht werd dat zondag de finale gespeeld zou worden tussen Duitsland en Nederland. Met een Duitse voorzitter -en onder de decanen twee bestuurders met een Duitse achtergrond- was er wellicht behoefte aan een neutrale figuur om toezicht te houden op mogelijke ongeregeldheden binnen de instelling. En wat is er neutraler dan een Belgische Rector... Kortom, even zag ik deze Rectoroverdracht als een soort van noodverordening."

U leest Soete's betoog over Europa en het hoger onderwijs van nu en van heel vroeger hier.

Hoogtijdagen van optimisme

"De titel van de Dies Natalis lezing die ik [in 1990] van op deze plek mocht houden was "The future isn't what it used to be:  een toekomstverkenning over Internationalisering Anno 1990", geschreven op de drempel naar - wat leek - een nieuwe tijd. The future isn't what it used to be leek mij toen een gepaste titel, omdat aan het begin van dat laatste decennium van de vorige eeuw de toekomst van onze Westerse Europese wereld er plots, na de val van de muur in Berlijn, helemaal anders uitzag. Optimisme vierde hoogtij, en toegegeven ook bij mij.  

Ik citeer in deze bange Europese tijden nog even uit die lezing uit 1990: "Op een ogenblik dat iedereen in Europa, excuseer West-Europa, het heeft over de opening van de grenzen in 1992, openen zich drie jaar eerder de echte grenzen in Europa, die mét prikkeldraad, mét monitortorens en mét grensbewakers. De foldertjes van de EC die met zoveel kosten en moeite de mensen ervan moesten overtuigen dat de grenzen - welke grenzen vraagt menig burger zich af - zullen opengaan in 1992, lijken prima geschikt voor verspreiding in Oost-Duitsland, Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije, Bulgarije en Roemenië." 

Het was toen de Dies Natalis lezing van de toenmalige Rijksuniversiteit Limburg. In die tijd waren op een totaal van zo'n vijduizend studenten er 23 Belgische en 35 Duitse studenten. Ik stelde voor die universiteit Limburg verder horizontaal uit te bouwen tot een internationale Limburgse universiteit met twee campussen, Diepenbeek/Hasselt en Maastricht, en dan verder Euregionaal te gaan samenwerken met Aken en Luik naar het voorbeeld van de Confederatie van de "Oberrheinischen Universitäten" waarin de vijf universiteiten van Straatsburg, Mulhouse, Karlsruhe, Freiburg en Basel participeerden, tegenwoordig Eucor geheten. Het is hier niet het moment om uit te weiden over wat er van al dit alles al dan niet gerealiseerd werd.

Univer-city

Nu 22 jaar later, en met een knipoog naar onze Akense collega's, zou ik als titel voor een Dies Natalis lezing kiezen voor `Maastricht Univercity´. In het Engels uiteraard en Univer-city geschreven met een c in plaats van een s. Maastricht als universiteitsstad. Ik wil U onmiddellijk gerust stellen, dat ga ik hier niet doen.

Maar het valt op hoe de lange termijn toekomst van deze historische stad er nu één is van een universiteitsstad waarbij ik het nu niet enkel heb over de Universiteit Maastricht maar ook over het Maastricht UMC+, de Hogeschool Zuyd en de vele andere nationale en internationale kennisinstellingen gevestigd in Maastricht: het EIPA, het ECDPM, de MSM, het United World College en uiteraard ook het eigen UNU-MERIT.

Samen vormen ze de kern van Maastricht Univer-city. Zeker in deze tijd van financiële onzekerheid, toenemende kantoor- en winkelleegstand kan een duurzame toekomst van Maastricht niet langer los gezien worden van die van haar kennis- en onderwijsinstellingen en haar internationale studenten- en stafpopulatie.  Voor Maastricht is dat trouwens niets nieuws. Maastricht is altijd een Univer-city geweest. Een historische opfrisser (met dank aan Harry Hillen).

De Illustre School

De rectoroverdracht zoals deze hier vandaag plaats vindt kent een lange geschiedenis. In de St. Janskerk werd vanaf deze kansel in de achttiende eeuw de rede van de rector bij de opening van het academisch jaar van de Illustre School uitgesproken. In het archief van het Centre Ceramique kunt u voorbeelden vinden van deze redes.

En juist zoals in het geval van de Universiteit van Amsterdam, waar de Athenaeum Illustre - de illustere school gevestigd in de Agnietenkapel - beschouwd mag worden als de grondlegger van de Universiteit sinds 8 januari 1632, kan de Illustre School van Maastricht ook beschouwd worden als voorloper van de Universiteit Maastricht. Alleen volgde in Amsterdam in 1815 de wettelijke erkenning van het Athenaeum Illustre als instelling van hoger onderwijs: de Universiteit van Amsterdam.

In Maastricht verzocht  Koning Willem I de Gemeenteraad in 1817 de Illustre School uit te bouwen tot universiteit van Maastricht. Jammer genoeg liet de gemeente weten over te weinig geld te beschikken om dit te realiseren. Zo werd uiteindelijk door koning Willem de Eerste een universiteit in Luik en niet in Maastricht, opgericht...

De eerste sinds Lipsius?

Maar wie weet misschien dat dan ook Maastricht tijdens de Belgische opstand in 1830, voor Nederland niet behouden zou zijn gebleven. Het is dus in velerlei opzichten merkwaardig dat ik hier voor U sta, een toekomstige Belgische Rector Magnificus van de Universiteit Maastricht. Mijn enige buitenlandse voorganger lijkt een zekere Joost Lips te zijn, ook uit Brusselse contreien, die het destijds tot viermaal toe tot Rector van Leiden schopte.  We schrijven wel 1575.

Dit waren uiteraard andere tijden: misschien niet zozeer wat het internationale gehalte van docenten en studenten betrof als wel het aantal. De explosie van hoger onderwijs activiteiten in Maastricht over de afgelopen decennia, en zo U wil de afgelopen eeuwen, is wat Maastricht Univer-city tegenwoordig kenmerkt. Een groei die op eerste zicht onverzadigbaar lijkt en naar de toekomst wellicht ook zal blijven.

Om een concreet voorbeeld te geven: voor de aan een numerus fixus onderhevige bachelorstudies bedrijfskunde en economie hebben zich tot op heden 3162 studenten aangemeld voor in totaal 1050 plaatsen; voor de 200 plaatsen binnen het University College Maastricht zo'n 714 studenten.   

De wet van Bowen  

Zo'n dertig jaar geleden heeft Howard Rothmann Bowen, een Amerikaanse onderwijseconoom, die zijn inzichten ook opdeed uit zijn eigen ervaring als president van drie verschillende Amerikaanse colleges, de wet van Bowen, geformuleerd die op eerste zicht lijkt op een typische economen tautologie: 'De kosten van hoger onderwijs worden bepaald door de beschikbare middelen.' Maar als er wat dieper op ingegaan wordt, een interessante stelling.

Want de wet van Bowen verklaart goed waarom Amerikaanse colleges en universiteiten over de laatste dertig jaar steeds meer zijn gaan concurreren op reputatie en prestige, eerder dan op basis van kwaliteit en prijs. In de VS lijkt de belangrijkste prikkel voor universiteiten het collegegeld zoveel mogelijk te verhogen. Tegenwoordig ligt Bowen's wet ook mede aan de basis van de wereldwijde reputatiewedloop in hoger onderwijs waarbij nationale en internationale rankings van universiteiten als een soort van informatie aanjager werken. Het effect is een steeds grotere conformiteit en imitatiegedrag tussen hogere onderwijsinstellingen.

Vorige maand werd voor het eerst, in tegenstelling tot de geaggregeerde universiteitsranking van de Shanghai Jiao Tong University en de Times Higher Education Supplement, een gedesaggregeerde ranking van universiteiten voor zo'n 250 verschillende disciplines gepresenteerd mede uitgevoerd door UNU-MERIT's zuster UNU instelling in Macao, UNU-ISST.

Uitzonderlijk is specialismen

Interessante lectuur. Want wat blijkt? Wel dat de Amerikaanse Ivy League universiteiten en het Engelse Oxford en Cambridge die in de top twintig staan van de Shanghai ranking, tevens hoog scoren in practisch alle disciplines, maar ook dat heel wat Europese universiteiten uitzonderlijk hoog scoren in gespecialiseerde discipline gebieden.

Met andere woorden, in tegenstelling tot de indruk van totale dominantie en een ongenaakbare wereldreputatie van de Ivy League en Oxbridge, hebben heel wat Europese universiteiten zich "slim" gespecialiseerd op bepaalde gebieden waar zij behoren tot de absolute wetenschappelijke wereldtop. Iets wat niet opgepikt wordt in geaggregeerde nationale en internationale rankschikkingen van universiteiten.

Vanuit dit oogpunt is het ogenschijnlijke gebrek aan internationale reputatie van Europese universiteiten, zoals dikwijls beleden door Europese politici op basis van de afwezigheid van Europese universiteiten in de geaggregeerde wereldtop 50, iets dat misschien zelf toegejuicht zou moeten worden. Het leidt immers minder tot de soort van reputatiewedloop die het Amerikaanse hoger onderwijsstelsel tegenwoordig in zijn greep houdt met de neiging collegegelden steeds verder te willen verhogen (440% over de laatste 25 jaar) zonder dat er daadwerkelijk sprake is van een sterke kwaliteitsverbetering.

En door slim te specialiseren, weten Europese universiteiten onderzoekers aan zich te binden die minder behoefte hebben om zich te profileren aan nationale reputatie rankschikkingen van universiteiten."