
Lees nu ook deel twee van het verhaal van Marina Meeuwisse op Stadslog Rotterdam. "stenen, het dictaat van welzijn en geluk?"
Zie onder voor deel 1 van het verslag:
Marina Meeuwisse doet voor de Hogeschool Rotterdam onderzoek naar de overeenkomsten en verschillen in de beleving van de openbare ruimte door jeugdigen, stedenbouwkundigen, opbouwwerkers en beleidsmakers. Op ScienceGuide vertelde zij eerder al over haar kijk op de structurele herstructurering van de stad en het in de pas lopen met de maatschappelijke context? Op het jaarlijks congres van American Psychological Association in Orlando deze zomer, praat zij over haar bevindingen. Hieronder een voorproefje dat eerder verscheen op het Rotterdamse Stadslog.
"Als je de stad wilt definiëren tuimel je zonder er erg in te hebben en nietsvermoedend in de Mythologie. Zo schrijft Koolhaas dat "...de metropool naar een mythisch punt streeft waarin de totale wereld is gefabriceerd door mensen op een manier die absoluut overeenkomt met zijn wensen..." (1994). Voor Koolhaas is de metropool een verslavende machine waaraan niet te ontsnappen valt. De grammatica van gebouwen in stad vertegenwoordigt mythes. Mythes die gefabriceerd zijn door de kunstige ontwerpen van architecten.
Kunst: mythisch denken versus wetenschap
Aldo Rossi beweert dat alle architectuur voortkomt uit het onbewuste leven, net zoals ieder kunstwerk (2002). Volgens hem berust het principe van de architectuur altijd op gevoel en verstand. Dit principe blijft herkenbaar, ondanks alle veranderingen waaraan een stad onderhevig is. Ook volgens Lynch (1984) spelen herinnering, eerdere ervaringen en betekenisverlening of symboliek een bepalende rol in het begrijpen en verklaren van de stad.
De vraag is of die combinatie van kunst en mythe die in de architectuur besloten ligt, de wortel is voor de moeilijkheden die we tegenkomen als we de stad willen verklaren. In een vergelijking die Lévi-Strauss (2009) maakt tussen kunst, wetenschap, mythe en het knutselen, situeert hij de kunstschepping precies in het midden. Kunst bevindt zich tussen mythisch denken en knutselen aan de ene kant en de wetenschap aan de andere kant. En omdat de stad ontworpen is door architecten betekent dit dat wij, stedelingen, in feite in een mythologisch landschap leven.
Het werk van Fellini laat zien op welke manier een kunstenaar zich hiervan bedient. Tijdens zijn leven vindt Fellini dat hij in een decadente tijd leeft waarin alles kapseist. Hij vindt dat een geweldige tijd, want daardoor kunnen heel wat ideologieën, concepten en conventies worden verwoest. Voor Fellini is artistieke eerlijkheid, het afwijzen van overleden mythologieën die de samenleving geen goed meer doen en het creëren van nieuwe overtuigingen en nieuwe mythologieën.
Het zinkend schip van de beschaving
Fellini heeft zichzelf vergeleken met een man die op het zinkend schip van de beschaving staat. Maar hij voelt zich daar niet ongemakkelijk bij omdat het mogelijk is om nieuw potentieel te ontdekken in tijden van intellectuele, morele en artistieke crisis, is een hergeboorte gewenst. Dat idee voegt hij samen met een repertoire van losstaande fragmenten die overal vandaan zijn gehaald: uit de stad Rome, uit zijn herinnering en uit de geldige politieke opvattingen in het Italië van de zeventiger jaren.
Dat brengt hij ten uitvoer in zijn films. Want, hoewel een aantal van zijn films zich afspelen in Rome, heeft Fellini gemeend het stadsdecor van Rome te moeten herschrijven omdat hij twijfels had over de mythologie die in dit tweeduizend jaar oude decor verstopt zit.
De film Roma bijvoorbeeld, is voor een belangrijk deel in studio vijf van Cinecittà gefilmd. Niet de echte straten van Rome zijn er te zien, wel de straten zoals Fellini ze heeft verbeeld, straten zoals hij die zelf heeft beleefd. Het Colosseum, de thermen van Caracalla en zelfs de Sint Pietersbasiliek zijn filmsets die Fellini aangepast heeft in studio vijf.
Hij heeft zijn eigen wereld gecreëerd, een Rome als een agglomeratie die leest als een rapsodie, een stad die in de toekomst leeft, een neurotische angstaanjagende stad (Bondanella, 2001). De film Roma is voor kijkers een buitengewone oefening die uitnodigt tot een onbevangen fantasierijke kijk op de werkelijkheid.
Fellini schept zijn eigen Rome
Ook in de film La Dolce Vita is de Via Veneto niet de echte straat in Rome, maar een door Fellini geconstrueerde straat een filmdecor uit Cinnecittà. Fellini schept zijn eigen Rome, enerzijds omdat hij vindt dat de mythologieën uit zijn tijd niet geldig meer zijn, anderzijds omdat hij nieuwe mythologieën wil toevoegen. Het christelijke Rome was Fellini net zo als onbekend als een onbereikbare planeet.
Een wandeling van ruïne naar ruïne betekent niets meer voor hem, zijn Rome komt uit de films die hij zich herinnert uit zijn kindertijd. Net zoals de geleerde, voert de kunstenaar nooit een dialoog met de zuivere biotoop maar met de verhouding tussen biotoop en cultuur zoals die op dat ogenblik is: deze verhouding wordt bepaald door de historische periode waarin hij leeft, de beschaving waartoe hij behoort en de materiële middelen die hij tot zijn beschikking heeft (Lévi-Strauss, 2009).
Voor zijn werk verzamelt Fellini zijn dromen in een dagboek dat het midden houdt tussen handgeschreven aantekeningen, flarden van gedachten, een stripboek en delen van een filmscript. De transformatie van inzichten uit een droom naar de film vindt plaats als hij wakker is, schrijft Fellini, het is bewuste psychische arbeid en het is duidelijk dat het bewustzijn een beroep doet op intellectuele aannames die afbreuk doen aan het creativiteit (Bondanella, 2001).
Het grammatica van de stad
Volgens Fellini is een kunstenaar succesvol als het hem lukt om toegang tot zijn onbewuste te krijgen en datgene wat hij daarin tegenkomt met en minimale interferentie door te geven aan anderen. Met zijn werkwijze illustreert Fellini op welke manier de kunstenaar een synthese tussen kunstmatige of natuurlijke structuren en maatschappelijke gebeurtenissen vorm kan geven. Zo introduceert Fellini een niet-bestaand Rome waarin hij met een ordening van zijn subjectieve werkelijkheid een geloofwaardig beeld van de stad heeft neergezet.
Of je het nu hebt over Rome of Rotterdam: de gebouwen in de stad laten ons een grammatica zien. Een grammatica waarmee architecten, politici en beleidsmakers ons een mythologie voorschotelen. Een mythologie die wij dagelijks 'verklaren, begrijpen en vertalen' terwijl we naar de supermarkt wandelen."
Marina Meeuwisse is onderzoeker bij het kenniscentrum Sustainable Solutions, voor Stadslog houdt zij een blog bij over wat zij gaat vertellen op het APA Congres in Orlando