Gepruts om een miljard voor innovatie

12 april 2017 - “Ons grootste probleem in Nederland is een gebrek aan ambitie.” Robbert Dijkgraaf vindt de oproep van de kenniscoalitie voor een miljard extra voor onderzoek nog heel bescheiden. Daarnaast vindt hij het “te gek om waar te zijn” dat er numeri fixi zijn bij bèta-techniekopleidingen.

In het kader van het actieprogramma NLnextlevel van VNO-NCW hadden de werkgevers Robbert Dijkgraaf uitgenodigd in de Malietoren om over investeringen in kennis en innovatie te spreken. Ook met het oog op de formatie die momenteel plaatsvindt. De oud-president van de KNAW hield de toehoorders voor dat de Nederlandse universiteiten met een gezamenlijk verhaal moeten komen en pleitte voor een Universiteit van Nederland. Zo kan Nederland veel beter wedijveren met een handjevol top-kennisregio’s in de wereld.

Gaat sneller dan je denkt

Dijkgraaf benadrukte dat de wetenschap zich momenteel razendsnel ontwikkelt en dat dit een uitdaging voor Nederland is. “Wetenschap is nu meer dan ooit in de positie om een bijdrage te leveren aan maatschappelijke vraagstukken, rondom klimaat en voeding. Dat gaat sneller dan je denkt. Om een voorbeeld te noemen: de kosten van zonne-energie gaan sneller naar beneden dan alle voorspellingen ons deden geloven. Het komt er voor Nederland op aan dat we ons heel goed tot deze veranderingen verhouden.”

De fysicus rekende voor wat onze wetenschappelijke positie is in internationaal opzicht. “Wij als Nederland zijn 0,3% van de wereldbevolking en 1,5% van de wereldeconomie. In de wetenschap heeft dit land 2% van alle wetenschappelijke publicaties en 3% van de citaties op zijn naam. Dan zie je dat Nederland met een factor 10 boven de rest van de wereld uitsteekt, als de wetenschap egaal over de aarde verspreid zou zijn, wat niet zo is natuurlijk. We zien nu wel dat de rest van de wereld aan het bijtrekken is, daarom is het een hele belangrijke opdracht aan ons om die concentratie van wetenschap hier vast te houden.”

Wereldkampioen in samenwerking

Volgens de directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton kenmerkt Nederland zich op een uniek punt in de wetenschap. “Nederland is wereldkampioen in samenwerking. Wij vinden dat niet meer dan vanzelfsprekend, maar vanuit Amerikaans perspectief is dat totaal niet zo. Nederland is daarom een aantrekkelijke innovatie-hub, een heleboel dingen komen hier bij elkaar. Kijk naar de kwaliteit van ons onderzoek en de kwaliteit van het leven, onze talenkennis. De culturele activiteiten en het liberale klimaat, dat zich openstelt voor andersdenkenden en dat is een kwetsbaar iets geworden. Wij zien een aantal landen de grenzen sluiten, een closing of the minds, dat is voor ons ook een enorme mogelijkheid.”

Toch is er ook wel een probleem als men door een Amerikaanse bril naar Nederland kijkt zo legt Dijkgraaf uit. “Als je met een Amerikaanse blik naar Nederland kijkt dan zijn onze dertien universiteiten niet eens van elkaar te onderscheiden. Wij zijn eigenlijk meer een kennisregio vanuit de wereld gezien. Ik denk dat wij naar een ander model moeten en we moeten serieus kijken naar een Universiteit van Nederland. Onze zwakte is dat wij ons zo totaal niet presenteren. Dat moet wel iets zijn waar wij in de toekomst aan moeten werken.”

“Met al die goede universiteiten die wij hebben is het heel eenvoudig om je verhaal op één A4’tje te zetten, maar kennelijk kunnen we dat niet kort en bondig. We moeten daarom veel meer vanuit een nationaal centrum denken en niet vanuit individuele instellingen. Op de een of andere manier gaat het daar mis. Dat is ook wel zonde, want er liggen enorm mooie mogelijkheden om van Nederland een kennisknooppunt en centrum te maken dat wedijvert met een handjevol centra in de wereld.”

2020 komt angstvallig snel op ons af

Naast de kansen voor de Nederlandse wetenschap had de uit Amerika overgekomen professor ook wel zorgen. “Ons onderzoeksysteem krijgt internationaal hele goede rapportcijfers. Daar zit onze kracht. Maar als wij kijken naar de R&D-uitgaven dan is Nederland een middenmoter. Nederland heeft nog een weg te gaan wat dat betreft. Als je kijkt naar de doelstelling die we Europees hebben afgesproken om in 2020 3% van het bbp te investeren in innovatie, dan komt 2020 angstvallig snel op ons af.”

“Wij investeren onder in bètatechniek. Onze investeringen lopen daar terug terwijl de studenten toenemen. Toen ik in 1992 begon als wetenschapper berekende ik dat ik in mijn vakgebied over tien jaar 0 studenten zou hebben, maar het aantal studenten stijgt weer. We denken nu zelfs na over een numerus fixus, dat is toch te gek om waar te zijn.”

Je bent een vriendelijke vent

De gastheer van de middag, VNO-NCW-voorman Hans de Boer, sloeg aan op het verhaal over onder-investeringen. “Je liet zojuist enorme staafdiagrammen zien van de investeringen in Amerikaanse topuniversiteiten. Zo wil alleen Harvard 10 miljard extra gaan investeren bovenop wat ze nu doen. Je zette die prutsbedragen van Nederlandse universiteiten daarnaast. Je bent een vriendelijke vent, maar je hebt ook goede eigenschappen. Wij hebben zeer gelobbyd voor dat extra miljard met de kenniscoalitie. Ik dacht: ‘die Robbert moet denken, wat is dat voor gepruts hier?’”

Dijkgraaf kon dit alleen maar beamen. “Eigenlijk wel, als je kijkt wat wij als land op dit moment doen. Als je dat vergelijkt met private universiteiten in Amerika die dat soort bedragen bij elkaar harken door een paar goedgeplaatste telefoontjes. Dat 1 miljard klinkt als een groot bedrag, maar dat is het natuurlijk niet in een groter licht van de economie. Het is in zekere zin heel bescheiden omdat te vragen. Het gaat hier om de kern waar wij het als Nederland van moeten hebben. Op zijn minst moet Nederland het OECD-gemiddelde halen. Ons grootste probleem in Nederland is een gebrek aan ambitie.”

Is er voldoende oranjegevoel?  

Verder vroeg Hans de Boer of “er voldoende oranjegevoel is om de Nederlandse innovatie en universiteiten wereldwijd te promoten?” “Volgens mij niet,” antwoordde Dijkgraaf. “Kijk naar Leo Kouwenhoven in Delft die onderzoek doet naar kwantumcomputers, dat is werk waar heel de wereld geïnteresseerd in is. Het is niet gek dat zo’n bedrijf als Microsoft graag met hem een laboratorium wil opzetten in Delft, want die kijken maar naar een ding en dat is de kwaliteit van het onderzoek.”

“Zo’n bedrijf koopt drie tot vier top-onderzoeksgroepen in de wereld en daar zit Nederland bij. Als ik rondreis en ik ben in Seattle dan beginnen mensen tegen mij te stuiteren over de groep van Leo. Daar zouden wij als land best trotser op mogen zijn. Wij hebben moeite om onze rol en onze grootte in de wereld in te schatten. Aan de andere kant is er wel een oranjegevoel, want die groep die zit in Delft, omdat organisaties als NWO, tientallen jaren hebben durven investeren in dat soort type onderzoek.”

Tot slot deed de directeur van het IAS een oproep voor meer talentontwikkeling in de wetenschap. “Nederland heeft echt een taak om in eigen land, maar ook in de regio talent te ontwikkelen. Als je kijkt naar wat de mogelijkheden waren van mijn generatie waar Leo Kouwenhoven ook toebehoort. Die generatie is op een ruimhartige manier financieel ondersteund en heeft kunnen uitgroeien. Ik heb er minder vertrouwen in dat dit voor de huidige generatie van jonge onderzoekers ook het geval is. Kijk naar de harde cijfers van slagingskansen voor onderzoeksbeurzen. Ik denk dat wij daar echt steviger moeten inzetten. Niet alles is een taak van de overheid, maar dit is iets dat de overheid echt moet oplossen."

Frans van Heest