Het tweetalig onderwijs (tto) is hot. Volgens het Landelijk Netwerk
voor Tweetalig Onderwijs zijn er momenteel 101 scholen met een
tweetalig vwo en 25 scholen met een tweetalige havo. Bovendien
bestaan er plannen om een vorm van tto te gaan ontwikkelen voor het
vmbo. Hoewel het tweetalig onderwijs in Nederland sinds 1989
bestaat, treedt de sterkste groei pas de laatste jaren op: sinds
2000 is het aantal tto-scholen met maar liefst 386 procent
toegenomen. De verwachting is dat het aantal tto-scholen nog verder
zal toenemen tot ongeveer 150, dan is Nederland helemaal
gedekt.
Vier jaar
Om tegemoet te komen aan de toenemende vraag naar docenten die
hun vak in het Engels kunnen geven is de HAN dit studiejaar gestart
met het ITP. Op zich is dit geen noviteit. Wat wel nieuw is, is de
manier waarop de HAN het tweetalig onderwijs aanbiedt, zegt Austin
O'Connor, coördinator van het traject. "Op andere instellingen
bieden ze een tto-programma aan als één module, bijvoorbeeld als
een minor. Wij kiezen ervoor om de studenten een vierjarig
leertraject te laten doorlopen naast hun reguliere opleiding. Zo
kunnen we het veel grondiger aanpakken."
Betekent dit dan dat de bestaande opleidingen tekortschieten?
O'Connor: "Er bestaat een gigantische vraag naar goed opgeleid
personeel voor tto-scholen. Het tto groeit explosief en heeft
behoefte aan kwalitatief hoogwaardige docenten. Door een vierjarig
traject op te zetten kunnen we hier beter op inspelen dan wanneer
we het hele programma in één semester zouden aanbieden."
Studietraject
Het ITP is een traject dat studenten naast hun reguliere
opleiding doorlopen. Gemiddeld krijgt een student vier contacturen
per week extra. Bovendien doorloopt de student twee van zijn stages
op een tto-school. Aan het einde van de opleiding krijgt hij dan
een extra aantekening op zijn diploma: bilingual education
certification. Dit betekent dat hij bevoegd is om zijn vak op
een tto-school in het Engels te geven, of om in een Engelssprekend
land als docent te gaan werken.
Het tweetalig programma concentreert zich op vijf deelgebieden.
Allereerst leren studenten natuurlijk het Engels op
nearnativeniveau te spreken. In hun derde jaar leggen ze daarvoor
het internationaal erkende Cambridge
Proficiency Exam af. Daarnaast doen ze kennis van de
Angelsaksische wereld op en krijgen ze theorie aangeboden over
(tweede)taalverwervingsprocessen. Ten slotte worden studenten
geschoold in internationalisering en CLIL.
Dit laatste vindt O'Connor van groot belang. "CLIL staat voor
Content and Language Integrated Learning. Wat moet een tto-docent
op didactisch gebied in zijn mars hebben? Hoe vind je geschikt
lesmateriaal? Om een voorbeeld te noemen: in het Nederlandse
wiskundeonderwijs is men nogal gesteld op opgaven die in
'verhaaltjes' zijn verwerkt. In Engelse leergangen kom je dit bijna
niet tegen, daar gaat het om formules. Toch moeten tto-leerlingen
uiteindelijk het Nederlandse wiskunde-examen doen. Dit soort zaken
komt uitgebreid in ons programma aan de orde."
Meerwaarde
O'Connor denkt dat het ITP een succesvolle aanvulling is op het
huidige opleidingsaanbod van de HAN. "Studenten moeten zich
bekwamen in hun eigen vak en daarbovenop leren ze dan nog om te
functioneren op een tto-school. Dat is een flinke uitdaging, maar
zeker de moeite waard voor de student die wat meer wil."