Slechts kwart Nederlanders wil collegegelddifferentiatie

Nieuws | de redactie
28 augustus 2006 | Slechts 26% van de Nederlanders is voorstanders van variëren van het collegegeld om kwaliteitsniveaus te realiseren. In 2005 was nog 34% voorstander van collegegelddifferentiatie. Een meerderheid van de Nederlanders vindt wel dat kwaliteit in het hoger onderwijs bevorderd mag worden door het stellen van aanvullende eisen aan de toelating van studenten (55%) en dat instellingen in het hoger onderwijs op hun prestaties moeten kunnen worden afgerekend (52%). Wel vinden zes op de tien Nederlanders (61%) dat studenten meer collegegeld moeten betalen als ze langer over de studie doen.  Dit blijkt uit de Onderwijsmeter 2006 van het ministerie van OCW.



Wat vinden Nederlanders over het hoger onderwijs? Een greep uit de conclusies van de Onderwijsmeter 2006 van het ministerie van OCW.

Net als vorig jaar is een kleine meerderheid van de Nederlanders (55%) positief over het stellen van aanvullende eisen aan de toelating van studenten om verschillende kwaliteitsniveaus te realiseren. In 2004 lag dit percentage nog significant hoger (62%). Nederlanders met een hoog welstandsniveau staan vaker (sign.) positief tegenover het stellen van aanvullende eisen (68%).

Ongeveer de helft van de Nederlanders (49%) vindt het een goede zaak dat er binnen het hoger onderwijs verschillende kwaliteitsniveaus ontstaan. Ten opzichte van 2005 (55%) en 2004 (56%) is dit percentage significant gedaald.

Vooral Nederlanders met een hoger welstandsniveau zijn voorstander van het ontstaan van verschillende kwaliteitsniveaus (57%). Variëren van het collegegeld om kwaliteitsniveaus te realiseren blijft meer tegenstanders
(36%) dan voorstanders (26%) houden. Het percentage voorstanders is gedaald (sign.) vergeleken met zowel 2005 (34%) als 2004 (30%). Nederlanders met een hoger welstandsniveau zijn het meest uitgesproken over dit onderwerp; 43% geeft aan tegenstander te zijn, 34% voorstander.

De helft van de Nederlanders (52%) blijft van mening dat instellingen in het hoger onderwijs op hun prestaties moeten kunnen worden afgerekend. Nederlanders met een gemiddeld (56%) en hoger (68%) welstandsniveau zijn het hier vaker (sign.) mee eens.

Van studenten mag verwacht worden dat zij zich inzetten voor maximale studieresultaten, in plaats van maar net een voldoende halen. Driekwart van de Nederlanders (73%) onderschrijft deze stelling net als in 2005 (75%).

Net als vorig jaar vinden zes op de tien Nederlanders (61%) dat studenten meer collegegeld moeten betalen als ze langer over de studie doen. Nederlanders met een hoog welstandsniveau zijn het hier vaker (sign.) mee eens (67%).

Tweederde van de Nederlanders (64%) geeft aan dat het goed is als studenten naast hun studie een bijbaan hebben. Slechts weinig Nederlanders (9%) zijn hier (net als in 2005) op tegen.

Ruim vier op de tien Nederlanders (45%) zijn van mening dat studenten 40 uur per week aan hun studie moeten besteden. In 2005 lag dit percentage met 40% lager (sign.). Nederlanders met een hoger welstandsniveau zijn het vaker (sign.) eens met de stelling (55%).

De werkdruk van studenten wordt door slechts een klein deel van de Nederlanders (12%) te hoog bevonden. In 2005 lag dit percentage iets hoger op 16%, in 2004 significant  hoger op 25%. Vier op de tien Nederlanders (40%) vinden de werkdruk niet te hoog. Nederlanders met een hoog of gemiddeld welstandsniveau vinden de werkdruk vaker (sign.) niet te hoog (60%).

Ruim de helft van de Nederlanders (56%) heeft geen uitgesproken mening over de vraag of opleidingen in het hoger onderwijs voldoende individuele aandacht besteden aan studenten met betrekking tot studiebegeleiding. Eén op de vijf Nederlanders (19%) blijft vinden dat opleidingen in het hoger onderwijs voldoende individuele aandacht besteden aan studenten met betrekking tot studiebegeleiding; een kwart (25%) is het hier niet mee eens.

Een minderheid van de Nederlanders (22%) geeft aan dat studenten in Nederland bij het kiezen van hun studie voldoende rekening houden met de kansen op de arbeidsmarkt. Drie op de tien Nederlanders (31%) zijn het hier niet mee eens, de meeste Nederlanders (49%) hebben echter geen uitgesproken mening over dit onderwerp.

De concurrentiepositie van de Nederlandse economie

Van de ondervraagde Nederlanders is 43% het eens met de stelling dat er meer hoogopgeleiden moeten komen om de Nederlandse economie concurrerend te houden. Een in omvang vergelijkbare groep Nederlanders (39%) heeft hierover geen uitgesproken mening. In 2004 en 2005 lagen deze percentages op een vergelijkbaar niveau.

Nederlanders met een hoger welstandsniveau zijn vaker (sign.) van mening dat er meer hoogopgeleiden moeten komen (57%).  Meer uitgesproken zijn Nederlanders over excellente opleidingen. De helft van de Nederlanders(53%) geeft, evenals in voorgaande jaren, aan dat excellente opleidingen noodzakelijk zijn voor de concurrentiepositie van Nederland. Nederlanders met een hoog welstandniveau zijn deze mening vaker (sign.) toegedaan (67%).

Download hier de Onderwijsmeter 2006 van het ministerie van OCW


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK