VVD wil meer jongeren in collegebanken

Nieuws | de redactie
29 augustus 2006 |

In haar verkiezingsprogramma stuurt de VVD aan op een aanzienlijke verhoging van de participatie, ook in het hoger onderwijs. Iedere jongere krijgt een leerwerkplicht tot 23 jaar. Tot 27 jaar vervalt het recht op bijstand, en moeten jongeren leren of werken. Er komen dan dus meer jongeren in de collegebanken. Ook wil de VVD de kennismigratie makkelijker maken, en meer vrouwen op hoge posities krijgen. Gratis kinderopvang is een van de maatregelen waarmee de liberalen dat willen stimuleren.

Voor wat betreft het HO wil de VVD dat universiteiten de beste studenten aantrekken, en met hogescholen samenwerken om toponderzoek te realiseren. “Toponderzoek betekent intensieve samenwerking tussen universiteiten en hogescholen op innovatief, kapitaalintensief, inter- en/of multidisciplinair gebied”. De overheid moet instellingen hierop toetsen. De VVD wil het huidige accreditatiesysteem – waarin slechts getoetst wordt op minimumeisen aan kwaliteit – dus gaan uitbreiden, zodat ook op topkwaliteit getoetst kan worden.

De ambities van de VVD vertalen zich niet in een toezegging voor meer geld: “Ook zal een groter deel van het budget moeten worden verdiend met onderzoekscontracten, octrooien en patenten. Universiteiten moeten concurreren op onderwijs. Meer variatie in hoogte van collegegelden en selectie van nieuwe studenten maken dat mogelijk”. Ook wil de VVD het open bestel afschaffen. “Toetreding van nieuwe aanbieders van hoger onderwijs, inclusief buitenlandse, wordt in beginsel niets in de weg gelegd”.

Ben Verwaayen, de voorzitter van de VVD-programmacommissie, lichtte zijn visie op de kenniseconomie eerder toe in een lezing in Londen voor alumni van de UU. Hij kritiseerde daarin onder meer de “bekrompen mentaliteit” in Europese landen als Nederland en het inflexibele migratiebeleid.

Als topman van British Telecom komt Verwaayen vaak in aanraking met hoe in de wereldeconomie steeds meer barrières worden geslecht door innovatie en technologie, zo benadrukt hij. Tegenwoordig is het niet meer noodzakelijk fysiek in korte afstand van elkaar aanwezig te zijn om een productieproces op te zetten. Verwaayen spreekt van een ‘seamless, global chain of labour’ die is geïntegreerd door technologie. Een van de bijverschijnselen van dit proces is een verregaande opening van arbeidsmarkten voor concurrentie met andere landen. Het groeiende aanbod van kundig personeel in landen zoals China en India zorgen voor een verplaatsing van arbeid.

Technologische vooruitgang heeft dus de competitiepositie van zowel hooggeschoolde en laaggeschoolde Indische en Chinese collega’s verbeterd. Het geeft geen pas om deze trend te veroordelen of om ons er tegen te verzetten: het is een feit. De vraag is dus: hoe gaan we er mee om? Verwaayen is van mening dat er niet goed op deze trend wordt gereageerd door overheid en samenleving. Hij trekt de vergelijking met de Verenigde Staten waar veel sneller en gemakkelijker wordt omgesprongen met de implicaties van deze ontwikkelingen.

Verwaayen noemt drie voorwaarden waaraan Nederland moet voldoen om op het mondiale toneel te kunnen concurreren. Ten eerste moet er stevig worden geïnvesteerd in kennis en onderzoek. Ten tweede moeten overheid en samenleving in den brede een cultuur van ondernemingszin opbouwen via onderwijs. Het is moeilijk om les te geven in goede ideeën – maar we kunnen de randvoorwaarden scheppen waarin ideeën tot hun recht komen en een kans krijgen zich te ontwikkelen. Een voorbeeld hiervan is dat de problematiek rond visa. Zo wilde Philips een joint-venture opzetten met de Chinezen. Het was echter niet mogelijk om hen hier voor een 9 maanden-lang project naar toe te brengen, want er worden alleen visa van 3 maanden per keer verstrekt. Dientengevolge zit die joint- venture nu in Frankrijk, waar die visa ‘zo’ geregeld zijn voor Philips, aldus Verwaayen. Het zijn dus maatregelen zoals het verkleinen van de bureaucratie en het vergemakkelijken van het starten van een eigen bedrijf waarop hij doelde.

Ten derde wil Ben Verwaayen graag een cultuur van het herkennen en waarderen van succes stimuleren. Het belangrijkste, zo zei hij, is dat ondernemerschap wordt ondersteund met waardering voor innovatie en vooruitgang. Juist nu zich tunnelvisie en een bekrompen mentaliteit beginnen af te tekenen binnen Europa is het belangrijk om grensoverschrijdend samenwerken, open competitie en investeringen in innovatie, R & D, en ondernemerschap hoog op de agenda te zetten. Universiteiten spelen hier in een belangrijke rol. Te lang was er geen contact tussen het bedrijfsleven en de academische wereld – en door kruisbestuiving kan hier nu juist de grootste voorsprong worden geboekt.

Met dank aan Frank Krikhaar


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK