Indonesische christen-moslimrelaties onder druk

Nieuws | de redactie
11 september 2006 | De laatste jaren van het bewind van president Soeharto gaven een toename van gewelddaden tegen de christelijke minderheid in Indonesië (en vooral de Chinezen onder hen) te zien, en gedurende de eerste jaren na Soeharto's val werd het land geteisterd door een reeks bloedige etnische en religieuze conflicten waarbij doorgaans moslims en christenen tegenover elkaar kwamen te staan.

De verhoudingen tussen de Indonesische moslims (88% van de bevolking) en christenen (8%) zijn gespannen en gekenmerkt door wederzijds wantrouwen: christenen zijn bang dat de moslims het land willen omvormen tot een islamitische staat waarin niet-moslims tweederangsburgers zijn, en veel moslims zien de positie van hun religie bedreigd door vanuit het buitenland gefinancierde inspanningen om nominale moslims tot het christendom te bekeren en islamitische instituties te ondermijnen.

Mujiburrahman Mujiburrahman (UU) heeft onderzoek gedaan naar de wortels van de huidige interreligieuze spanningen in de periode van Indonesiës Nieuwe Orde (1966-1998), toen de staat sterk ingreep in de publieke uitingen van religie. Christenen waren vooral in het begin van die periode sterk oververtegenwoordigd in leger en veiligheidsdiensten, in de bureaucratie en het zakenleven. Berichten over massale bekering van nominale moslims tot het christendom en gevallen waarin kerkjes werden gebouwd in grotendeels islamitische woonwijken zetten kwaad bloed bij de moslim-elite. Het streven naar een islamitische staat werd krachtdadig onderdrukt in de Nieuwe Orde, maar ieder teken van verzoening tussen radicale moslims en de staat werd door de christelijke elite als bedreigend ervaren.

Naast wederzijds wantrouwen zijn er echter ook serieuze inspanningen tot samenwerking en interreligieuze dialoog geweest. Ook in de dialoog nam de staat vaak het initiatief en legde een discours van religieuze harmonie op dat niet veel met de werkelijkheid overeenkwam. Het waren vooral de spontane contacten tussen liberale stromingen binnen de islam en het christendom die tot een zekere ontspanning in de betrekkingen tussen de geloofsgemeenschappen leidden.