OECD: HO-uitgaven relatief omlaag

Nieuws | de redactie
12 september 2006 | Met relatief bescheiden uitgaven biedt het Nederlands onderwijs waar voor zijn geld, zo blijkt uit Education at a Glance. Het kan zich op dat punt meten met landen als Finland en Korea, want ons land gaf in 2003 5 %  bnp uit aan onderwijs. Het gemiddelde in Europa ligt 0,6 % hoger. Wel had in 2004 maar liefst 20% van de groep 25-34 jarigen geen startkwalificatie.

Goede prestaties van Nederlandse leerlingen zijn er vooral te zien bij wiskunde. Alleen in Korea en Finland scoren leerlingen beter. Desondanks is het aantal afgestudeerden in techniek, natuurwetenschappen, wiskunde en computerwetenschappen betrekkelijk laag. De instroom in deze studies neemt dit jaar voor het eerst sinds jaren overigens weer wel toe.



Het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking ligt ook boven het gemiddelde opleidingsniveau in zowel de OESO- als de EU-landen, maar behoort niet tot de allerbest presterende landen. Van de 25- 64-jarigen bezit 71% een diploma op minimaal het niveau van havo, vwo of mbo-2.  Kijken we in dezelfde leeftijdsgroep naar de hoger opgeleiden (hbo, wo), dan presteert Nederland met 28% beter dan gemiddeld in de OESO. De jongste leeftijdsgroep (25-34-jarigen) is van de totale bevolking het best opgeleid. In Nederland studeren relatief meer studenten af in de medische wetenschappen, in onderwijs en landbouw dan gemiddeld in de OESO- of EU-landen.

Zorgenkind blijft het aantal voortijdig schoolverlaters. Volgens Education at a Glance had in 2004 20% van de groep 25-34jarigen geen startkwalificatie (een diploma op havo-, vwo- of mbo-2-niveau). Vorig jaar bedroeg het aantal nieuwe schoolverlaters 57.000. Daarmee zet de eerder ingezette daling van het aantal schoolverlaters door.  Het komende jaar wordt fors extra geïnvesteerd om dat aantal verder terug te dringen.

Investeren in onderwijs is voor de meeste OECD-lidstaten een belangrijke prioriteit. Toch daalt het aandeel van de publieke bekostiging in het hoger onderwijs over de hele linie: van 81 naar 76 %. “Between 1995 and 2003, education took a growing share of total public expenditure in most countries, with Denmark, Greece, New Zealand, the Slovak Republic and Sweden showing particularly significant shifts in public funding in favour of education. At the tertiary level, however, the proportion of public expenditure as a share of total spending has fallen from an average of 81.2% in OECD countries in 1995 to an average 76.2% in 2003, with only the Czech Republic, Ireland, Norway and Spain showing an increase.”

In Duitsland is geschokt vastgesteld, dat uit de cijfers blijkt dat alleen Turkije, Oostenrijk en Tsjechië per leeftijdscohort minder hoger opgeleiden vormen dan het Duitse HO. ‘Einen Rüffel für den Bildungsstandort Deutschland,’ wordt deze uitkomst genoemd. “Zwar stieg von 2000 bis 2004 der Anteil der deutschen Universitäts- und Fachhochschulabsolventen pro Jahrgang von 19,3 auf 20,6 Prozent. Die meisten anderen OECD-Länder schafften aber größere Zuwächse. Mittlerweile erwerben im OECD-Schnitt knapp 35 Prozent der jungen Menschen einen Hochschulabschluss, sieben Prozent mehr als vier Jahre zuvor,” analyseert bijvoorbeeld Der Spiegel.

Donderdag 14 a.s. wordt dit nieuwe OECD-rapport gepresenteerd op de Dag van de Kenniseconomie en kunt u over de uitkomsten voor Nederland en de internationale omgeving van ons HO nader in discussie met Michael Davidson van de OECD. ScienceGuide is een van de partners die deze exclusieve presentatie mogelijk heeft gemaakt. Aanmelden kan hier .






Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK