‘Geef docenten dubbelaanstelling VO-WO’

Nieuws | de redactie
17 oktober 2006 | Prof. Gerard van Koten (UU) wil de discussie over het achterblijven van Nederland in bèta-techniek nieuwe impulsen geven. In een lezing tot alumni deed hij enkele voorstellen en waarschuwingen aan beleidsmakers. Hij onderstreepte dat de fusie van 5 aparte faculteiten tot één Bètafaculteit in Utrecht de herkenbaarheid voor zowel het bedrijfsleven als de aspirant-studenten sterk verbeterd had. Juist op dit punt kunnen de universiteiten nog veel beter presteren, stelde Van Koten.



Tegen deze achtergrond is hij uiterst kritisch op het kabinetsbesluit niets te besluiten over het rapport van de Commissie-Chang inzake het onderzoeksbeleid. “Als je zoiets gewoon in de bureaula ziet verdwijnen, dan is dat heel erg. Ik begrijp zulke kapitaalsvernietiging in ons land gewoon niet. Hoe willen we anders tot ‘focus en massa’ gaan komen, als we dit rapport niet gaan uitvoeren? En dat is nodig!”

Van Koten is ook daarom zo teleurgesteld omdat hij op veel punten het kabinetsbeleid veel lof gunde. Bij de autonomievergroting voor scholen bijvoorbeeld, gaf hij aan dat deze zo fundamenteel is, dat men dit in het HO nauwelijks inziet. “Dit geeft veel meer ruimte aan scholen zelf zich te gaan profileren. Deze vrijheid leidt tot de noodzaak dat zij hun onderwijs vanuit een eigen aanpak verder gaan ontwikkelen”. Juist voor bèta- specialismen ziet Van Koten nu grote mogelijkheden, omdat scholen hier samen met HO-instellingen een krachtig eigen profiel kunnen ontplooien.

Centraal ziet hij daarbij de rol van de docenten. De universiteiten hebben deze in de steek gelaten en de gevolgen zijn nu merkbaar: “Het was een grote fout dat de ulo’s door de universiteiten zélf zijn losgelaten. Dat moeten we ons wel aantrekken, ikzelf ook. We dachten destijds dat we ons fijn konden wijden aan ons eigen stukje onderzoek en de docentenopleiding aan anderen konden overlaten. We lieten ze wel zo graag gaan, want zo konden we ons concentreren op wat wijzelf belangrijk vonden. Maar nu zien we dat die gedachte helemaal niet goed was”

Een hernieuwde samenwerking vond de nascholing van VO-docenten vindt Van Koten daarom essentieel. Hij wil nog verdergaande voorstellen op tafel leggen, zo zei hij. “Ik stel voor dat wij voor docenten in het VO en WO dubbelaanstellingen gaan ontwikkelen. Voor beide en voor de scholen is dit aantrekkelijk en motiverend. Laat de VO-docent tegelijkertijd betrokken zijn in het werk in het WO, bijvoorbeeld door mee te werken aan een (promotie-)onderzoek. Het zou ook erg goed zijn als zij betrokken zouden worden bij de onderwijsontwikkeling binnen het WO. Hun baan wordt daarmee voor veel meer vakgenoten, waaronder WO-docenten, aantrekkelijk en innovatief. Hiermee kan meteen de aandacht binnen de universiteit voor de lerarenopleidingen echt gaan herleven, om te beginnen bij de nascholing van zulke docenten”.

Van Koten vroeg aandacht voor wat hij “de échte bèta-paradox” noemde: Bèta en techniek zijn – meer dan ooit in de cultuur en de samenleving – echt overal, maar de aspirant-studenten nemen af. “Die sociaal-culturele vanzelfsprekendheid van deze aspecten is echter voor de disciplines van bèta en techniek – nog steeds – niet aan de orde, stelde hij. Dat ligt niet aan de jongeren en de studenten, want “daar ben ik helemaal niet somber over. Juist omdat zij van die brede interesses hebben. Jongeren die tegenwoordig heel goed zijn in bètavakken hebben ongekende mogelijkheden. Zij kunnen wereldwijd hun ideale plek vinden, kunnen ook heel kieskeurig zijn daarin. Dat is een grote, vaak miskende verandering met het recente verleden”.

Het kabinetsbeleid op dit terrein vond hij zeer aanbevelenswaardig. De extra FES-gelden voor het Platform Bèta/Techniek juichte hij toe. “Ik ben ongelooflijk blij met dat Platform. Daar krijgen alle mogelijke initiatieven echt de kans zich te bewijzen en de minister geeft daar ook echt geld aan om dat waar te maken. Dat laat ons meteen zien dat we onze mentaliteit moeten veranderen: niet klagen, maar met nieuw élan aan de slag, alstublieft!”

De razendsnelle veranderingen in de technologie vindt Van Koten zowel ‘bijna verontrustend’ als fascinerend. “Je ziet die versnellingen zowel in de technologie zelf als via die technologieën zich in onderzoek en maatschappij voor je ogen voltrekken. Wat vroeger een maand duurde om in een R&D-project kwantitatief vast te stellen, te checken en te rapporteren, dat doe je nu in een middag inzet van onderzoeksmiddelen en menskracht. Het gaat soms zó snel, dat de communicatie erover pas de problemen oplevert” . Van Koten verzuchtte tot slot: “Ik wou dat ik 12 was. Dan kon ik opnieuw beginnen”.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK