Opleiding blijft kern HO-borging

Nieuws | de redactie
6 oktober 2006 | De Kamer lijkt zeer afstandelijk te denken over een stelsel van kwaliteitszorg, dat niet langer de opleiding als primair aangrijpingspunt kent. Opvallend was bijvoorbeeld hoe het CDA afstand nam van de voorstellen van het kabinet op dit terrein. De NVAO heeft een samenvatting gemaakt van de meest recente lijnen, zoals deze uit het debat met staatssecretaris Bruins naar voren zijn gekomen. Opmerkelijk is, dat vanuit de Kamer een herwaardering van de verbeterfunctie van visitatierapportages wordt ondersteund en het onderscheid tussen basiskwaliteit en kwaliteit zichtbaar zou moeten worden gemaakt.

Naar de indruk van de NVAO zijn de uitkomsten van het debat de volgende:

1. in Nederland wordt de eerste ronde van opleidingsaccreditatie (tot en met 2009) volledig afgemaakt. Alle bestaande opleidingen zijn daarmee ten minste éénmaal beoordeeld in het accreditatiestelsel;

2. de staatssecretaris heeft groen licht gekregen om de contouren van het accreditatiestelsel vanaf 2010 te schetsen, maar de Tweede Kamer houdt zich alle rechten voor. Er is dus géén instemming met een nieuw stelsel;

3. in het nieuwe stelsel blijft de opleiding voor de meeste partijen het aangrijpingspunt. De kwaliteit ervan moet onafhankelijk worden vastgesteld en de resultaten van een beoordeling moeten worden gepubliceerd;

4. er is géén sprake van instellingsaccreditatie: in alle bijdragen werd een pleidooi gehouden voor een mix van instrumenten;

5. als randvoorwaarden voor een nieuw stelsel werden genoemd:
– de kwaliteit van de afzonderlijke opleidingen moet zichtbaar blijven;
– de accreditatielast zou verminderd moeten worden;
– de stem van de docenten moet sterker worden gehoord;
– het stelsel moet in Nederland en het buitenland worden begrepen en worden geaccepteerd;
– de verbeterfunctie moet weer prominenter worden gemaakt;
– kwaliteit die hoger ligt dan basiskwaliteit, moet in de oordelen zichtbaar kunnen worden gemaakt.