Volhouden met investeren in kennis

Nieuws | de redactie
17 november 2006 | Unilever-topman Kees van der Waaij wil dat Nederland bij onderwijs en onderzoek concreet gaat investeren. “Put your money where your mouth is. Willen we dat Nederland in Europa weer tot de kopgroep behoort? Doe daar dan ook iets aan,” zegt hij tegen ScienceGuide.


Kees van der Waaij, de directievoorzitter van Unilever Nederland Holdings bv nam deel aan het industriedebat tijdens Vliegende Hollanders 2006 en sprak vooraf met ScienceGuide.

“Ik was uitgenodigd voor dit debat en dan kom ik natuurlijk graag. Deze discussie hier moet gaan over concrete actiepunten, wat mij betreft. We moeten het algemene klimaat rond het onderwijs verbeteren en het onderwijs versterken. We weten wat dat concreet inhoudt: 10 miljard € erbij om in de EU van 5% naar 7% BNP voor kennis en onderwijs te stijgen. Dat is de berekening van het rapport-Wijffels en dat lijkt mij duidelijk.

Tevens moeten we de innovatie generiek versterken, daarbij doel ik met name op de WBSO. Daarmee kun je de versnellers in innovatie impulsen geven. Meer specifiek moeten we bovendien de speerpunten, de sleutelgebieden van innovatie stimuleren. Voor ons daarbij natuurlijk de Food en Nutritiondelta een bijzonder belangrijk accent. Dat moeten we met publiek en privaat geld gezamenlijk doen.

Waar we nog aan moeten werken is de instroom van kenniswerkers van buiten ons land. Zij moeten soepel kunnen instromen en, al is het al wel wat verbeterd, vind ik het toch opvallend dat het tegenvalt hoe dit loopt. Vervolgens is het trouwens vooral ook zaak die mensen te boeien en te binden aan ons land. Wat hebben wij er als Nederland aan, als zij na een tijdje teleurgesteld weer naar elders vertrekken, waar zij meer mogelijkheden zouden zien?

Zelf zijn wij op dit punt behoorlijk actief. In Vlaardingen hebben wij een belangrijke R&D-basis met zo’n 1300 mensen. Voeding is natuurlijk bij een onderwerp met een zwaar accent in het onderzoek. We werken mee om Wageningen en Nederland als geheel te innovatieve top in de wereld te maken op dit terrein. Dat heeft er alles mee te maken, dat de voedsel en gezondheidssector net zo zeer een bèta en techniek sector is als de andere, meer klassieke richtingen. Nederland kan op dit terrein veel meer dan wij vaak denken!

Als student heb ik geen bèta-technische studie gedaan, maar economie. Waarom? Dat is eigenlijk simpel. Ik had als scholier een docent economie die mij met zijn passie voor dat vak er helemaal voor wist te interesseren. Daarom vind ik bijvoorbeeld het JetNet programma van het Platform Bèta/Techniek zo belangrijk. Dat richt zich op een zelfde manier van enthousiasmeren en inspireren van leerlingen en studenten via vooral de docenten. Daarmee moeten we door gaan, de basis ervan moet ook verder verbreed worden. Van aandacht voor havo en vwo kan dit breder getrokken worden, naar het mbo en naar het hbo.

Als ik de volgende minister van Onderwijs één ding mag meegeven?  Heel eenvoudig: investeer. ‘Put your money where your mouth is.’ We willen het allemaal, zeggen we: Nederland moet weer in de kopgroep in Europa bij kennis en innovatie. Dan moeten we er ook iets aan dóen. Daar zal dan nadrukkelijk geld naar toe moeten, kijk maar naar het rapport-Wijffels dat ik al noemde.
En misschien nog wel belangrijker, we moeten dit ook gaan volhouden. Dit is niet iets voor een tijdelijke prioriteit een project en dan weer de aandacht naar iets anders verplaatsen. Dat zie je in landen die hier een succes van hebben weten te maken, Finland, Zweden, Canada. Nederland zal dat ook moeten doen, volhouden met het accent op investeren in onderwijs en kennis.

En laat de nieuwe minister dan ook meteen werk maken van greencards voor excellente studenten en toponderzoekers die graag bij ons willen studeren en werken.”