Evacuatie weinig effectief bij overstroming Randstad

Nieuws | de redactie
4 december 2006 | Een overstroming in de zuidelijke Randstad heeft duizenden dodelijke slachtoffers tot gevolg. Een evacuatie blijkt bitter weinig levens te kunnen redden. Als de zeeweringen bij Den Haag en Ter Heijde het begeven en het zeewater stroomt met grote snelheid de achterliggende polder in, vallen er volgens de nieuwe rekenmethode van de Delftse promovendus Bas Jonkman iets meer dan vierduizend slachtoffers.



Jonkmans methode laat verder zien dat evacuatie in dit geval hooguit zeshonderd levens spaart. ‘Een storm vanuit de Noordzee is een dag, misschien twee dagen van tevoren te voorspellen’, legt de promovendus uit. ‘Voor de evacuatie begint, moeten bestuurders nog overleggen en moet iedereen worden gewaarschuwd. Daarna moeten de mensen hun spullen pakken. Dat kost allemaal behoorlijk wat tijd.’
In polders langs de rivieren, met meer waarschuwingstijd en minder mensen, spaart evacuatie volgens het model wél veel mensenlevens. In een drukke polder aan zee is het volgens Jonkman slimmer om bijvoorbeeld stevigere, hogere waterkeringen te maken om de kans op een overstroming te verkleinen of het inrichten van hoogwatervluchtplaatsen in het gebied.

Tot nu toe werden grove vuistregels gebruikt om het aantal mogelijke slachtoffers van een overstroming in te schatten. Jonkmans slachtoffermodel is preciezer. Het bestaat uit een aantal onderdelen, waaronder een model dat de evacuatie simuleert en zo bepaalt hoeveel mensen nog in het gebied zijn als de dijk doorbreekt. Hoeveel van hen overlijden, is afhankelijk van hoe hard het water stroomt, hoe snel het stijgt en hoe diep het water uiteindelijk wordt. Om dat te voorspellen, gebruikte Jonkman een model dat is ontwikkeld door de TU Delft en onderzoeksinstituut WL Delft Hydraulics. Jonkman combineerde de modellen om de evacuatie en het verloop van de overstroming te simuleren. De meeste tijd van zijn promotie zat in het maken van de zogenoemde slachtofferfuncties. ‘Als het water vier meter diep wordt, dan overleeft 20 procent van de mensen in dat gebied het niet’, is een voorbeeld van zo’n functie. Voor de slachtofferfuncties baseerde Jonkman zich onder meer op gegevens van de watersnoodramp van 1953.
Jonkman kon aan de hand van de ramp met de orkaan Katrina, die in augustus 2005 de dijken rond New Orleans liet bezwijken, testen of de uitkomsten van zijn model realistisch zijn. Het model berekende tweeduizend slachtoffers. Jonkman is tevreden over de nauwkeurigheid van de uitkomsten van zijn model. ‘Het is van dezelfde ordegrootte als de 1100 lichamen die tot nu toe gevonden zijn.’ Een uitgebreid artikel over dit onderwerp is te lezen in het nieuwe nummer van Delft Integraal, het onafhankelijke wetenschapsmagazine van de TU Delft (www.delftintegraal.tudelft.nl/watersnood) .


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK