Gezin en familie blijven vitaal

Nieuws | de redactie
13 december 2006 | De vooronderstelling dat gezinsleden elkaar vanwege de welvaartsstaat minder ondersteunen, klopt niet. Dat blijkt uit het proefschrift Intergenerational relationships of older adults waar Suzan van der Pas aan de VU op promoveerde. Aan het eind van de 20e eeuw vonden veel sociale en demografische veranderingen plaats. Van der Pas onderzocht of de relaties die ouderen met hun volwassen kinderen hebben door die veranderingen beïnvloed zijn. De aanname dat kinderen hun ouders minder steunen omdat ze toch door de formele zorg worden opgevangen, is niet correct.

Van der Pas vergeleek de relaties die ouderen in de leeftijd van 55 tot 65 jaar in 2002 met hun kinderen hadden met dezelfde leeftijdsgroep in 1992. De ouders en hun kinderen uit 2002 gaven elkaar meer emotionele steun dan de familieleden uit 1992. Ook hadden ze vaker contact met elkaar. “De generatie uit 1992 voedde haar kinderen misschien anders op. De bevelhuishouding is veranderd in een onderhandelingshuishouden waar de familie meer op emoties en communicatie gericht is,” geeft Van der Pas als verklaring.

De resultaten suggereren dat veranderingen in levenshouding bij families misschien meer effect hebben op ouder-kind relaties dan sociale veranderingen zoals de toename van vrouwelijke arbeidsparticipatie of een toenemend aantal scheidingen. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat de eenzaamheid die ouderen voelen, meer te maken heeft met de verwachtingen die zij hebben ten aanzien van hun kinderen dan met de daadwerkelijke hoeveelheid contact en steun. Ouderen die hoge verwachtingen hebben zijn eenzamer dan zij die lage verwachtingen hebben.

Van der Pas bekeek ook de relaties die ouders en kinderen in stiefgezinnen met elkaar hebben. Hoewel zulke ouders misschien hun best doen om de band met hun kind goed te houden, hebben ze toch minder contact met hun kinderen dan ouders uit niet-samengestelde gezinnen. Van der Pas vermoedt dat dit door de breuk tussen de biologische ouders komt. “Daardoor kunnen spanningen en slechte emotionele banden in een familie ontstaan.”

Daar staat tegenover dat biologische ouders de relatie met biologische kinderen toch zo goed mogelijk proberen te houden en de voorkeur geven aan hun eigen kind boven de nieuwe relatie met een stiefkind. De band tussen een stiefouder en een stiefkind is beter wanneer de stiefouder zelf geen kinderen heeft. Dan is er namelijk minder conflict tussen de rol van ouder en stiefouder en lijkt het gemakkelijker om te kunnen investeren in de relatie met stiefkinderen.

Voor haar studie maakte Van der Pas gebruik van gegevens uit twee grootschalige onderzoeken onder de Nederlandse bevolking van vijfenvijftig jaar en ouder: ‘Leefvormen en Sociale Netwerken’ (LSN) en ‘Longitudinal Aging Study Amsterdam’ (LASA).




Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK