The Dutch Dream revisited

Nieuws | de redactie
22 december 2006 | ‘I have a dream', zei Martin Luther King. Hij dacht aan een toekomst waarin blank en zwart vreedzaam met elkaar samen zouden kunnen leven. Deze woorden zijn een icoon bij uitstek geworden van hoop en vertrouwen in de toekomst. Ook in Nederland dromen we al lange tijd van een welvarend land, waarin iedere burger vrij is en waar de zorgen van alledag tot een minimum zijn teruggebracht.

Iedere generatie produceert haar eigen droom. De inhoud van de droom wordt gevuld met beelden waarin tekortkomingen en feilen van de bestaande maatschappij worden weggedacht. Veel dromen suggereren dan ook dat we de hemel op aarde kunnen realiseren. In een vermaard, virtueel debat tussen Karl Popper en Herbert Marcuse werden twee diametraal tegenover elkaar staande stellingen ingenomen. Marcuse beweerde dat de laatkapitalistische maatschappij de rijkste en technisch verst voortgeschreden maatschappij in de geschiedenis was, maar tegelijkertijd ook een maatschappij die een bevredigd en bevrijd menselijk bestaan op een zeer effectieve wijze onderdrukt. Dit kan slechts verbeterd worden door een radicale verandering van de structuur van die maatschappij. Popper echter, stelde dat onze maatschappij onvolkomen is en ook misstanden kent, maar dat onze maatschappij minder onderdrukking, minder armoede en minder hulpeloosheid kent dan alle andere ons bekende maatschappij-ordeningen.

Dit neemt niet weg dat hervormingen nodig zijn, maar pogingen om de hemel op aarde te realiseren, hebben altijd weer geleid tot de hel. Met andere woorden geloof en ongeloof in een droom. Al datgene wat we over Nederland in het verleden hebben gedroomd is slechts een beetje, maar soms ook helemaal niet uitgekomen. Maar wanneer je de mens zijn dromen afneemt, wordt hij spiritueel en creatief geamputeerd, want in dromen is het juist mogelijk om afstand te nemen van het bestaande, van al datgene wat zich als vanzelfsprekend en natuurlijk presenteert. Maatschappelijke dynamiek is slechts mogelijk dankzij dromen: voorstellingen over hoe dingen beter kunnen, hoe mensen gezonder en gelukkiger kunnen zijn, hoe ellende kan worden teruggebracht en zin in het leven weer inhoud krijgt.

Politieke partijen produceren dromen en vertalen die in een partijprogramma. Net als in de maatschappij verschillen de dromen tussen de partijen onderling. Dromen zijn fantastische vehikels voor de toekomst, maar er zijn wel zo veel dromen als er dromers zijn. Is dat een probleem? Voor wie meent dat er slechts één droom mogelijk of wenselijk is, is dat een groot probleem, maar voor wie gelooft in pluriformiteit van dromen is dat geen enkel probleem. In tegendeel, daar gaat het nu juist om in een democratie: debat, strijd, concurrentie tussen alternatieve dromen. De Hollandse droom van de afgelopen jaren was voor veel mensen eerder een nachtmerrie.

De dominante droom van de afgelopen jaren was er een getekend door aandacht voor economie, technologie, zakelijkheid, calculatie en individualisme. Het bijzondere van dromen is dat ze tegendromen produceren. Immers, wanneer een droom als nachtmerrie wordt ervaren, wordt een andere droom ontwikkeld. Die andere droom is in de maak, misschien nog niet dominant, maar wel met potenties. Die droom wordt gemaakt door de burgers zelf. Politici en beleidsmakers zijn doorgaans slechte droomduiders. Ze zouden elementaire lessen van droomanalyse van Sigmund Freud moeten hebben, maar ik zie ze dat niet direct doen. Politici en beleidsmakers dromen namelijk vaak dat ze de dromen van andere kunnen maken. Ik droom ervan dat ze zich ervan bewust worden dat zulke dromen banale dagdromerij zijn!

Prof. dr. Nico Nelissen, Emeritus hoogleraar bestuurskunde


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK