Heertje: ‘Dittrich geeft rooskleurig perspectief’

Nieuws | de redactie
15 januari 2007 | In zijn artikel ‘Heertje mist kans’ in ScienceGuide prijst Karl Dittrich Beter Onderwijs Nederland omdat zij de problemen binnen het Nederlandse onderwijssysteem op de agenda hebben weten te krijgen. Tegelijkertijd heeft hij kritiek op hen omdat zij, naar zijn mening, geen evenwichtig beeld scheppen over de positieve en negatieve aspecten, maar voornamelijk de problemen benadrukken. Er zijn goede redenen om de problemen te benadrukken. Een beeld geven van een opleiding op een bepaald moment in de tijd, zoals door een accreditatierapport gebeurt, zegt weinig over de lange termijntrend.

Sommige aspecten van de opleiding zijn nog positief omdat de neerwaartse trend nog niet overal is doorgewerkt. Er ontstaat dan een bedrieglijk beeld op dat tijdstip ten aanzien van de trendbeweging. Binnen het HBO groeien de problemen met het competentieonderwijs. Wanneer competentieonderwijs verplicht wordt ingevoerd op de ROC’s dan is het te verwachten dat dezelfde problemen gaan ontstaan. Het gaat ons erom de neergaande trend om te buigen.

De heer Dittrich, als voorzitterr van de NVAO, gelooft dat hij een genuanceerde kijk heeft op de staat van het onderwijs in Nederland die aangeeft dat de situatie niet zo slecht is als de activisten van de frontlinie menen. Maar is zijn blik op de werkelijkheid scherper dan die van ervaren docenten, hoogleraren en studenten? De NVAO van de heer Dittrich is de top van een industrie van ‘bewakers van hoger onderwijs programma’s’, de zogenaamde Visiterende en Beoordelende Instanties (VBI). Deze VBI’s zijn meestal commerciële organisaties die werkzaam zijn in de onderwijsindustrie. De NVAO controleert het controleproces zoals uitgevoerd door de VBI’s en op basis van deze controle op de controle beslist de NVAO of een opleiding wordt geaccrediteerd. Accreditatie is noodzakelijk voor een instituut en haar personeel om financiering te krijgen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat eenieder buitengewoon sterk is gemotiveerd om alle aspecten van de instelling waarop de deskundigen hun oordeel uitbrengen, zo positief mogelijk naar voren brengen. Het VBI controleert of de opleiding voldoende kwaliteit heeft om in aanmerking te komen voor accreditatie door de NVAO. Zou het zo kunnen zijn dat de helikopterview van de heer Dittrich over de controle van de controle van de VBI’s een rooskleurig perspectief geeft? Zouden docenten die inhoudelijk onderwijs verzorgen, niet een beter zicht op de realiteit hebben?

Bij de universiteiten lijkt het redelijk goed te zitten met de accreditatie. Geldt dit ook bij de hogescholen? Dichterbij gekomen lijkt de werkelijkheid meer aan te sluiten bij het beeld dat Van Meerten beschrijft op de pagina Nieuw Leren van ScienceGuide dan de indruk die de NVAO wekt. De accreditatierapporten laten zien dat alle 6 facetten waarop beoordeeld wordt, voornamelijk bestaan uit beschrijvingen van de processen en activiteiten. Onderwijskundigen en docenten zijn maanden bezig om de aangedragen formats in te vullen en er kan telkens een vinkje worden gezet als er weer een onderwerp geheel beschreven is en alle achterliggende formulieren correct zijn ingevuld en gearchiveerd. Er is slechts één moment dat er ter plaatse gekeken kan worden naar de inhoudelijke kwaliteit. Dat gebeurt door het deskundigenpanel, waarbij van de 4 of 5 leden slechts 1 lid vakinhoudelijke kennis van de opleiding hoeft te hebben, in de twee dagen die zij op het instituut verschijnen. In deze twee dagen kunnen de leden alle ingevulde formats inzien en de achterliggende formulieren opvragen. Slechts een enkel uurtje wordt besteed om met voorgeselecteerde en geregisseerde docenten te praten over alle mooie beschrijvingen, die keurig zijn afgevinkt. Wie van de twee, de docenten of de accreditatierapporten, zal het scherpste en meest complete beeld geven van de situatie? Misschien kan de heer Dittrich zijn licht daarover laten schijnen?

Het feit dat de rapporten worden gepubliceerd en toegankelijk zijn is een prijzenswaardige stap in de richting van openheid, maar niet voldoende groot om te kunnen spreken over verantwoording afleggen want dat hoeft de NVAO niet. Waar de heer Dittrich lof voor verdient, is dat hij een van de weinige bestuurders is die bereid is een open en eerlijk debat aan te gaan met de bedoeling de situatie in het onderwijs te verbeteren.

Arnold Heertje
Anne Marie Oudemans





Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK