Kennis-doorbraken mogelijk en “hard nodig”

Nieuws | de redactie
26 januari 2007 | Nederland Kennisland heeft in een scherp samenvattend document voor de kabinetsformatie de zes wezenlijke doorbaken geschetst waarvoor een volgend kabinet zou moeten staan. "Nu het economische tij lijkt te keren ontstaat wellicht de neiging om met een zucht van verlichting over te gaan tot de orde van de dag. Dat is precies de verkeerde keuze. Juist door het opleven van de economie ontstaat de mogelijkheid te werken aan een aantal doorbraken die Nederland voor de lange termijn weerbaar maken. Dat is hard nodig.

Innovatie staat, mede dankzij het Innovatieplatform, gelukkig hoog op de politieke agenda. Maar uit de Kenniseconomie Monitor 2006 komt naar voren dat Nederland er nog lang niet is. Er is de komende jaren veel werk te doen.

Het debat over de kenniseconomie ging de afgelopen jaren vooral over onderzoek en technologie. Wij pleiten voor een verbreding van het debat. Onderwijs is wat ons betreft topprioriteit voor een volgend kabinet. Over de gehele linie van het onderwijs moet fors worden geïnvesteerd, want de kenniseconomie gaat iedereen aan. Alleen op die manier kunnen we mensen het vertrouwen geven dat we de toekomst aankunnen.”

De volledige brief leest u hieronder




Geachte heer Wijffels,

Momenteel onderzoekt u met CDA, PvdA en Christenunie de mogelijkheden voor een nieuw kabinet. Uit de media begrijpen we dat één van de thema’s die aan de orde zal komen is de verdere modernisering van ons land. Dat verheugt ons zeer. Stichting Nederland Kennisland pleit al jaren om de kenniseconomie in versterken en werkt op allerlei terreinen om Nederland slimmer te helpen maken. Als voormalig voorzitter van de

SER en oud-lid van het Innovatieplatform onderkent u als geen ander het belang hiervan om Nederland klaar te maken voor de toekomst. Graag willen wij u daarom enkele adviezen meegeven voor een nieuw regeerakkoord. Tevens bieden wij u de Kenniseconomie Monitor 2006 aan welke september jl. is gepubliceerd. Deze monitor geeft de stand van zaken van de Nederlandse kenniseconomie weer en geeft zes doorbraken voor een volgend kabinet.

Nu het economische tij lijkt te keren ontstaat wellicht de neiging om met een zucht van verlichting over te gaan tot de orde van de dag. Dat is precies de verkeerde keuze. Juist door het opleven van de economie ontstaat de mogelijkheid te werken aan een aantal doorbraken die Nederland voor de lange termijn weerbaar maken. Dat is hard nodig. Innovatie staat, mede dankzij het Innovatieplatform, gelukkig hoog op de politieke agenda. Maar uit de Kenniseconomie Monitor 2006 komt naar voren dat Nederland er nog lang niet is. Er is de komende jaren veel werk te doen.

Het debat over de kenniseconomie ging de afgelopen jaren vooral over onderzoek en technologie. Wij pleiten voor een verbreding van het debat. Onderwijs is wat ons betreft topprioriteit voor een volgend kabinet. Over de gehele linie van het onderwijs moet fors worden geïnvesteerd, want de kenniseconomie gaat iedereen aan. Alleen op die manier kunnen we mensen het vertrouwen geven dat we de toekomst aankunnen. Daarnaast is

het tijd voor verdieping. De afgelopen jaren zijn enkele nuttige aanzetten gedaan om Nederland slimmer te maken. Nu is het tijd om door te pakken. Wij zien zes doorbraken die een kabinet de komende vier jaar zou kunnen en moeten realiseren:

Doorbraak 1: Tekort aan talent

Het gemiddelde opleidingsniveau in Nederland is te laag, vooral bij de jongere generaties. We moeten meer mensen beter opleiden. Dat begint met het vervroegen van de leerplicht naar 4 jaar en het extra investeren in voor- en vroegschoolse educatie. Om de doorstroom te bevorderen moet met name gekeken worden naar de overgangen tussen verschillende schooltypen en –soorten. Via begeleiding als weekend- en zomerscholen of

mentorentrajecten moeten meer jongeren de kans krijgen een zo hoog mogelijk onderwijsniveau te behalen. Hiervoor worden aan scholen en derden extra middelen beschikbaar gesteld. Het stapelen van opleidingen of het doubleren wordt niet langer beperkt. De instroom via mbo naar hoger onderwijs wordt versterkt. Extra aandacht wordt besteed aan bestrijden van schooluitval, onder meer door het invoeren van financiële prikkels voor leerlingen, docenten en scholen.

Doorbraak 2: Het vak van leraar

De komende jaren dreigen forse lerarentekorten te ontstaan. Om dit tegen te gaan moet het vak van leraar meer aantrekkelijk worden gemaakt. Hiertoe wordt extra geïnvesteerd in de opleiding en ondersteuning van docenten. De opleidingseisen worden aangescherpt. Goed presteren wordt beloond. Hiervoor komt extra geld beschikbaar, maar niet in de vorm van een algemene loonsverhoging. Beloningsprikkels worden meer gedifferentieerd en er komen landelijke ondersteuningssystemen voor leraren. Schoolgebouwen worden opgeknapt met een breed investeringsprogramma om de school als werkplek aantrekkelijker te maken.

Doorbraak 3: De prijs van kwaliteit

Jarenlang sturen op efficiëntie in het onderwijs heeft een cultuur van middelmatigheid opgeleverd. We moeten weer gaan investeren in kwaliteit, zowel door overheid als studenten zelf. Scholen hebben meer ruimte nodig om hun werk goed te doen. Dat betekent geen stelselherzieningen, maar intensivering van het onderwijs. Er komt geld beschikbaar voor meer contacturen en maatwerk op alle niveaus. Scholen krijgen meer mogelijkheden om zelf invulling te geven aan lesinhoud en –doelen. Het centraal examen blijft bestaan als landelijke norm, maar scholen kunnen zelf bepalen hoe leerlingen daarheen geleid worden. Verschillen zijn toegestaan en uitblinken wordt beloond. In het hoger onderwijs komen speciale programma’s voor 10% van de best presterende studenten. Met deze drie punten investeren Nederland in het echte kapitaal van de kenniseconomie: de mensen. Daarnaast zien wij drie andere doorbraken.

Doorbraak 4: Het leven van een ondernemer

Veel onnodige hindernissen voor ondernemers bestaan nog steeds. Acties om hun lasten te verlichten moeten daarom worden doorgezet, waarbij het kabinet erop inzet dat Nederland zich binnen deze kabinetsperiode bij de top-3 van Europa voegt. De startersfaciliteit binnen de WBSO wordt uitgebreid. De ongelijkheid tussen werknemers in dienstverband en zogenaamde flexwerkers wordt aangepakt. Het kabinet ontfermt zich over de vormgeving van nieuwe sociale arrangementen die recht doen aan de arbeidsverhoudingen van de 21ste eeuw. Verder wordt gekeken hoe de overheid de innovatieve bijdragen van werknemers binnen bedrijven kan stimuleren.

Doorbraak 5: Het belang van de regio

Nederland kan bij de wereldtop horen, maar niet op alle gebieden. We zullen keuzes moeten maken. Dat begint met meer ruimte voor regionaal innovatiebeleid voor een beperkt aantal regio’s met internationale potentie. Het kabinet zet in op de echte pieken in de delta: de Randstad en een beperkt aantal toptechnologie regio’s zoals Eindhoven en Wageningen. Voor de Randstad komt een Randstadbestuur zonder toevoeging van een extra bestuurslaag. Daarbinnen worden enkele grote projecten benoemd die versneld worden uitgevoerd, zoals de ontwikkeling van de Zuidas.

Doorbraak 6: De weg naar een slimme overheid

Investeren in de kenniseconomie kost geld. Een slimme overheid kan dat geld vrijmaken door efficiënter te werken. Hierdoor wordt ook het vertrouwen van de burgers hersteld. Het kabinet stelt daarom een projectminister voor administratieve vereenvoudiging (Kafka-minister’) aan. Deze kan op basis van uitgewerkte plannen middelen krijgen voor verbeteroperaties. Voor de begroting van 2007 dienen er plannen voor vijf grote operaties te zijn ontwikkeld. Bovendien wordt de wet eenmalige verstrekking persoonsgegevens ingevoerd en krijgen burgers de beschikking over de gegevens die de overheid en publieke organisaties van hen hebben.

Een en ander is verder onderbouwd en uitgewerkt in de Kenniseconomie Monitor 2006. De zes doorbraken omvatten volgens Kennisland een goede kenniseconomie-agenda voor een nieuw kabinet. Maar een agenda alleen is niet voldoende. Ten eerste, voldoende middelen zijn nodig om deze agenda te realiseren. Anderen hebben ook gepleit voor forse investeringen. Het Innovatieplatform kwam eerder met een Kennisinvesteringsagenda van ca. 6 miljard. Ten tweede, de praktijk bewijst het steeds weer: zonder de juiste mensen lukt het niet. Ons advies is aandacht te geven aan het selecteren van de goede mensen op cruciale posities van deze agenda, zowel binnen het kabinet als daarbuiten.

Wij wensen u en de fractievoorzitters veel succes met het formeren van een nieuw kabinet en zien uit naar een nieuw regeerakkoord dat Nederland verder brengt naar een krachtige kenniseconomie. Kennisland zal zich de komende jaren inzetten om de zes doorbraken uit deze brief te helpen realiseren. Daar waar we het nieuwe kabinet hierbij kunnen ondersteunen, zullen we dat graag doen.

Met vriendelijke groet,

Joeri van den Steenhoven

Voorzitter Stichting Nederland Kennisland




Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK