Kwetsbare ouderen beter af met huisbezoek

Nieuws | de redactie
23 mei 2007 | 75-plussers die nog zelfstandig wonen, hebben geregeld gezondheidsklachten en zorgen die niet goed worden onderkend. Daar is wat aan te doen door verpleegkundigen bij de ouderen op huisbezoek te sturen. Bezochte ouderen hebben er baat bij en de meerkosten zijn beperkt.  Hun zelfredzaamheid blijft stabiel, waar die anders achteruit zou gaan. Twee promoties, gerealiseerd door samenwerking tussen het KennisCentrum Geriatrie en de afdeling Kwaliteit van Zorg van het UMC St Radboud tonen dat aan.



Samen met haar collega’s zette Monique van Eijken, verpleegkundige in de ouderenzorg, een project op dat huisartsen moet ondersteunen in hun zorg voor thuiswonende, kwetsbare ouderen met gezondheidsproblemen. Op 1 juni promoveert zij op een proefschrift waarin dit project is opgenomen. Er zijn 600.000 80-plussers in Nederland, van wie het grootste deel – zo’n 80 procent – zelfstandig woont (www.nationaalkompas.nl). Afhankelijk van de definitie kan 7 tot 30 procent van hen kwetsbaar genoemd worden. Kwetsbare ouderen zijn met name ouderen die lijden aan diverse kwalen tegelijk. Een probleem in cognitie of dementie speelt hierbij vaak een rol, maar ook problemen met gedrag (apathie, agressie), stemming (depressie, eenzaamheid), ondervoeding en verlies van mobiliteit. Het zijn de vijf reuzenproblemen van de geriatrie, de zogenaamde ‘Geriatric Giants’, zeggen de onderzoekers.

Het project van Van Eijken houdt in dat een verpleegkundige op verzoek van de huisarts op bezoek gaat bij een oudere waar het niet goed mee gaat. De verpleegkundige onderzoekt aan de hand van de zogenaamde EASYcare-vragenlijst de gezondheid en het welzijn van de oudere. Cruciaal hierbij is het betrekken van de mantelzorgers van de patiënten: niet alleen hebben zij een belangrijk deel van de zorg op zich genomen, zij kunnen ook heel goed vertellen wat belangrijk is voor de patiënt. In overleg met patiënt, mantelzorger, huisarts en een klinisch geriater – een in ouderenzorg gespecialiseerde arts –  maakt de verpleegkundige een interventieprogramma. Dat kan bestaan uit doorverwijzing, maar ook uit hulp van de verpleegkundige zelf. Die blijft de oudere gedurende drie maanden bezoeken en coördineert de zorgtaken.



Van Eijken kenschetst de interventie als volgt: ‘Veel ouderen met gezondheidsproblemen zoals een beperking in de mobiliteit zijn bang om te vallen en ondernemen daardoor minder. Bij ouderen met problemen in cognitie of geheugen zien we dat zij minder in staat zijn tot het nemen van initiatief en dat ze hun stoel niet meer uitkomen door apathie. Dat drukt zwaar op de mantelzorgers. De verpleegkundige kan de huisarts helpen onderzoeken wat er aan de hand is en bijvoorbeeld een dagprogramma opstellen en instructies geven om de oudere veilig te activeren. Het is verbazend wat een gestructureerd verpleegkundig onderzoek en daarop toegesneden praktische maatregelen kunnen doen.’

Effect in welzijn en geld
Arts-onderzoeker René Melis bekeek de effectiviteit van het Dutch Easycare Study, zoals de studie officieel heet. Hij promoveert later dit jaar op de studie. ‘Easycare is goed voor het welbevinden van de ouderen. Dat gaat omhoog. Hun zelfredzaamheid blijft bovendien stabiel. Dat is ook winst, want de ouderen in de controlegroep, die geen Easycare ontvingen, gaan achteruit.’

Het programma zorgt voor een verschuiving van de kosten: minder geld was nodig voor opnames in het ziekenhuis, verzorgingshuis of verpleeghuis, meer geld ging naar thuiszorg en dagbehandeling. ‘Dat is ook precies wat we hoopten te bereiken, want dit stelt ouderen in staat langer zelfstandig te blijven wonen. Deels compenseert dit bovendien de kosten voor de inzet van de verpleegkundige’, zegt Melis. ‘De hele interventie samen, inclusief zes huisbezoeken, kost ongeveer 1000 euro en verbetert de kwaliteit van leven van de ouderen. Vergeleken met veel andere, duurdere interventies is het dus een aantrekkelijke investering.’

Thuiszorg

Mantelzorg
Voor de mantelzorgers is het effect minder eenduidig. In het algemeen voelden zij zich erg gesteund en konden zij de interventie waarderen, maar dat hield niet automatisch in dat de ervaren zorglast ook verminderde. Voor de inwonende mantelzorgers – die in deze studie duidelijk het zwaarst belast waren – is het programma een ontlasting. De uitwonende mantelzorgers – niet verrassend blijken dit vooral de dochters te zijn – ervaren door het programma mogelijk enige verzwaring van de zorg. ‘De verpleegkundige zet precies op een rij waar de zorg te kort schiet en wat daar aan moet gebeuren. Dat geeft de mantelzorger houvast, maar het kan ook confronterend zijn’, zegt Monique van Eijken. ‘Tenslotte hangt het slagen van de voorgestelde aanpak ook vaak weer af van de medewerking van de mantelzorger.’

‘Het hele politieke denken over ouderenzorg gaat uit van de gedachte dat we de restcapaciteit van mensen moeten benutten met hulp van de familie. Maar dan moeten we de mensen die die ondersteuning moeten bieden, zoals de mantelzorger en de huisarts, ook de mogelijkheden verschaffen om die ondersteuning te bieden.’

Huisarts
Van Eijken zette niet alleen het programma op, ze keek ook hoe de huisartsen het in de praktijk gebruikten. Ook hier voorziet het programma duidelijk in een behoefte. Huisartsen geven aan te weinig tijd en kennis te hebben om goed voor kwetsbare ouderen te kunnen zorgen. ‘Wij hadden gedacht dat vooral zorgcoördinatie – van oudsher typisch een verpleegkundige taak – op het bordje van de verpleegkundigen terecht zou komen’, zegt Van Eijken. ‘Maar de huisartsen blijken best bereid ook de probleemverheldering uit handen te geven. Als het maar in samenwerking gebeurt en als ze zien dat het wat oplevert.’

Zowel Van Eijken als Melis dringt aan op meer onderzoek naar effectieve programma’s voor de hulp aan deze groeiende groep. ‘Er is nog nauwelijks een goed recept voor goede zorg voor deze kwetsbare groep.’ Toch hoeven we daar niet op te wachten om met dit programma te beginnen. ‘De thuiszorg of anders de praktijkondersteuner kan dit – met voldoende scholing – goed oppakken. Voor de thuiszorg past het in hun AIV-taken [Advies, Instructie Voorlichting]. Die voorziening is er gelukkig nog. Juist die verpleegkundige of praktijkondersteuner die al zorg levert, kan hier heel veel doen’, zegt Van Eijken. ‘Maar als je in tien minuten een oog moet druppelen en weer gauw weg moet, dan kom je niet toe aan een onderzoek van hoe het echt gaat of aan het opstellen van een behandelplan. Eén aanspreekpunt in de eerste en in de tweede lijn, één verzorger met tijd en aandacht – ook zonder onderzoek kun je bedenken dat dat goed werkt.’

In Gelderland is met hulp van de provincie dan ook gestart met de invoering van deze gestructureerde samenwerking tussen huisarts, verpleegkundige en geriatrie. Daarbij worden zo’n honderd koppels van huisartsen en een wijkverpleegkundige of een praktijkondersteuner vanuit het Kenniscentrum Geriatrie geschoold in deze manier van werken.

De Dutch Easycare Study is uitgevoerd in nauwe samenwerking tussen de afdelingen Huisartsgeneeskunde; de afdeling Kwaliteit van Zorg, de vakgroep Verpleegwetenschappen en het Kenniscentrum Geriatrie, allen samenwerkend binnen het Alzheimer Centrum Nijmegen.
>> Website


Het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) volgt de conclusies van de onderzoekers in het standpunt ‘Huisartsgeneeskunde voor ouderen’ (dat op 31 mei zal worden vastgesteld) in grote lijnen. De huisartsen stellen daarin voor de zorgcoördinatie vanuit de huisartsenpraktijken te organiseren in samenwerking met de thuiszorg.

De Tweede Kamer debatteert dinsdag 5, woensdag 6 en/of donderdag 7 juni 2007 over het rapport van de Themacommissie Ouderenbeleid uit de Tweede Kamer en over het kabinetsstandpunt ‘’ouderenbeleid in het perspectief van de vergrijzing’.

Naar boven


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK