‘Het hart van ons bestel’

Nieuws | de redactie
19 juni 2007 | De Akademie-assistent komt er, op universiteit én hogeschool. Dit blijkt uit het gesprek van ScienceGuide met minister Plasterk en KNAW-president Van Oostrom. “De student kan voor een bijbaan beter van de tap naar het lab gaan”, grapte de minister bij de ontvangst van het gezamenlijke rapport van ISO en KNAW daarover.

In het gesprek met ScienceGuide onderstreepten de twee Spinozisten dat zij de opvattingen van de studenten deelden dat de nieuwe assistent zeker ook in het hbo een plaats moet krijgen. Vooral als hun werk – net als dat van de lectoren en kenniskringen – primair ten behoeve van de onderwijstaken in de hogeschool benut zou worden. De KNAW zou daarbij met SKO de toewijzing van middelen en plaatsen kunnen organiseren, zo werd geopperd.



Het rapportover de behoefte aan een nieuw type student-assistent in hetonderzoek werd door Plasterk enthousiast ontvangen. “Deze opzetherleeft gelukkig, nadat het was wegbezuinigd op de universiteit inmijn tijd en de tijd van Frits. Het is wel een opvallendecombinatie die hier gepresenteerd wordt: het assistentschap als eenvorm van ‘nieuw leren’. Het is waar dat je werkende weg vaak hetmeeste en het beste leert en tot de kern kunt doordringen”.

Van Oostrom noemde drie motieven “waarom ik hier echt in geloof”.Ten eerste omdat de opzet past in de context van het hogeronderwijsbestel: “We hebben een hoger onderwijs dat laagdrempeligis, waar velen aan kunnen deelnemen. Dat vind ik een groot goed.Tegelijk streven we hoogwaardig onderwijs na en daarom is hetzinnig dat er een pendant in het bestel bestaat voor wie meerwillen en meer kunnen. Zo ontsnappen we aan het risico dat het tochte veel een one size fits all onderwijsstelsel wordt. Debrede toegankelijkheid en de Akademie-assistent vormen daarom samenhet hart van ons bestel”.

Het tweede motief voor de KNAW-president is dat deze formule pastbij de identiteit van de Akademie. “Meesjouwen en meeliften met eeninspirator in de wetenschap is een groot leerproces. Ik leerde zelfhet meest van mijn eigen assistentschap, zeker ook van het sappelenen het gedoe waar je mee te maken krijgt. En was dat niet ook hoehet oude gildesysteem werkte?”

Als derde punt onderstreept Van Oostrom het sterke draagvlak doorde gezamenlijke opzet van studenten en Akademie. “Daarvoor spreekik grote dank uit, want daardoor is dit nu iets geworden dat van,met en niet over de studenten heen tot stand komt. Ik vind dit voorde Akademie zelf ook zeer goed. Wij staan immers voor ‘duurzamewetenschap’, duurzaam in de zin van het bevorderen van de liefdevoor de wetenschap over de generatie. We zouden samen vaker dingenmoeten verzinnen, kortom”.

Plasterk had wel enige aarzeling bij de concrete inrichting van detoewijzing van middelen. “Hoe gaan we dit doen? Daar ben ik nogniet helemaal uit”, bekende hij tegen de studenten en deKNAW-president. Ik ben wat beducht voor het opzetten van een ofandere doeluitkering die via bijvoorbeeld de Akademie dan weer zoumoeten worden toegewezen. Ook een soort competitie met voorstellenvoor extra geld vind ik nog niet meteen een goed idee. Je loopttoch snel het risico dat er een hele bureaucratie voor opgetuigdmoet worden en in die val wil ik liever niet stappen”.

Op de vraag of de benodigde €5 miljoen in de extra middelen van hetregeerakkoord en het 100 dagenplan zit, week de minister nog watuit. “Er zit wel geld in de ‘enveloppe’ voor kennis, maar de meestemiddelen daarvan zitten aan het eind van de kabinetsperiode”. VanOostrom meldde daarop dat de Akademie bereid zou kunnen zijn om aandit initiatief “mee te financieren” als dat de start een impuls zoukunnen geven.

De gedachte dat die start met élan zou moeten plaatsvinden deeldenbeide. Zou bijvoorbeeld elk lid van de KNAW in haar of zijnonderzoekswerk niet moeten beginnen met de aanstelling van 1assistent? “Dat zouden ze best fijn vinden, daar hoef ik weinigmoeite voor te doen, denk ik”, zei Van Oostrom. “Maar het kan zijndat die paar honderd hoogleraren niet voldoende representatief zijnwat betreft hun spreiding over de verschillende disciplines. Alsexperiment bij de start zou het niettemin wel een aardige aanzetkunnen zijn”.

De rol van de nieuwe assistent heeft in de huidige hoogconjunctuurook een arbeidsmarktaspect. Beide wetenschappers zijn beducht voorde snelheid waarmee studenten nu weer – vaak nog tijdens de studiein de afrondingsfase – door bedrijven en kennisinstellingengeworven worden. “Op zich is dat natuurlijk iets dat je moettoejuichen, voor de kansen van studenten op werk is de huidigesituatie natuurlijk een uitstekende ontwikkeling. Maar als voor heneigenlijk geen alternatief beschikbaar is in de vorm vaninteressante plekken in dat onderzoek aan de universiteit, dan isdat minder positief. De Akademie-assistent biedt daar wel eeninteressante keuzeoptie al tijdens de studie voor”. Plasterkonderstreepte dat het voor een student “sowieso goed is als hetbijbaantje in de studie inhoudelijk iets bijdraagt aan de kwaliteitvan die studie. Je kunt beter van de tap naar het lab gaan, als jezo’n keuzemogelijkheid hebt”.

De nieuwe assistent ziet Van Oostrom nadrukkelijk als eenaanvulling op en niet als een rivaal voor de researchmaster. “Ophet NVAO-congres daarover heb ik de wens van het herleven van destudentassistent dan ook bewust genoemd. Het is zeker nietzo dat de een de ander zou moeten gaan verdringen. Het zijn rollendie een student juist heel goed achtereenvolgens zou kunnenvervullen. Dat zal ook de impact en de kwaliteit van deresearchmaster kunnen verhogen. Zeker bij de alfa engamma-opleidingen biedt dit mogelijkheden. Want daar zijn deaantallen studenten soms heel groot maar de aantallen aio-plaatsenerg klein”.

Blijft over dat de minister een element in het voorstel wel”opmerkelijk vindt tegen de achtergrond van de huidige discussiesin het HO. Er wordt veel vaker gepleit voor mogelijkheden voorstudenten om meer te kunnen doen en presteren. Dan wordt daar welsteeds bij gezegd, dat het niet verkeerd is dat zij daar ook extravoor betalen. Dit voorstel zet dat op zijn kop: hier krijgt destudent juist extra geld voor het feit dat hij de kans krijgt omiets extra’s te presteren in de studie. Dat maakt dit toch welbijzonder”.