Mammoetkloon broodje aap

Nieuws | de redactie
18 juli 2007 |


Na Knut, het doddig ijsbeertje, is er nu de baby mammoet uit het Siberische ijs. De snoezige verhalen zijn niet van de lucht: 'het is een sensatie, want nu hebben we het DNA van een oerdier', ‘ze gaan het beestje snel klonen’ en zo meer. Michael Hofreiter van het Max Planck Instituut voor evolutionaire antropologie ontnuchtert de praatjes al snel.

In Der Spiegel  legt hij uit dat het klonen van een mammoet “nicht funktioniert. Wer das behauptet ist unseriös”. Het doodgevroren dier heeft nog nog slechts “een genoom in miljoenen brokjes, dat zijn alleen maar fragmenten”. Losse genen kun je wellicht ‘uitruilen’ met olifanten van vandaag, maar niet de miljoenen die voor een transformatie tot een nieuw dier nodig zijn. “Von der DNA her ist der Fund nicht so interessant’, geeft Hofreiter dan ook aan.

De gave anatomie van de baby dikhuid noemt hij daarentegen zeer de moeite waard. “Alle details zijn er en interessante kenmerken daarvan kunnen de evolutionaire genetica ertoe brengen bepaalde specifieke genen doelgericht te onderzoeken”. Bovendien zijn mammoetvondsten lang niet zo zeldzaam als de media ook dit keer lieten horen. “Het aantal mammoeten, waar we DNA- sporen uit kunnen maken, loopt inmiddels al in de duizenden.”

Waarom het klonenverhaal niet deugt?  ‘Mehrere Gründe sprechen gegen eine schnelle Wiederbelebung der Tiefkühl-Tiere: Im lebendigen Körper wird die DNA ständig im Zellkern repariert. Nach dem Tod ist damit Schluss – und das Erbgut zerfällt zu immer kleineren Schnipseln. Aus diesen müsste man für jeden Klonversuch erst einmal wieder eine komplette Kopie zusammenfügen.

Zum Klonieren ist eine Eizelle notwendig. Eine intakte Tiefkühl-Eizelle im Eileiter eines Permafrost-Mammuts zu finden, ist – gelinde gesagt – unwahrscheinlich. Eizellen naher Verwandter, etwa indischer Elefantenkühe, gelten als möglicher Ersatz. Dass aus Mammuts und modernen Elefanten Mischlinge heranwachsen könnten, ist bislang bloß eine Hypothese – dass solche Hybriden sich gesund weiter fortpflanzen könnten, ist eher unwahrscheinlich.

Selbst wenn man eine Elefanteneizelle entkernte, um nur Mammut-DNA einzufügen, bleibt ein gewichtiges Detail: Nicht bloß das Erbgut ist wichtig für Zellteilung, Embryonalentwicklung und den restlichen Weg zu einem Rüsseltier-Baby. Selbst wenn das Klonieren (zunächst) gelänge, wäre ein gesundes Jungtier alles andere als sicher,’ aldus de uitleg van de onderzoekers in der Spiegel.  




«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK