Salaris HO-top eenvoudig te regelen

Nieuws | de redactie
4 juli 2007 | De beloning van CvB-leden blijft een heikel onderwerp. Maar waarom eigenlijk? Kenners van de HO- regelgeving wijzen via ScienceGuide erop dat formeel alles strikt en helder is vastgelegd: de ambtelijke ‘schaal 18’ en eventueel een toelage. Een concrete oplossing voor de discussie in de huidige situatie is dan ook simpel.

De regeling is allesbehalve recent. De basis voor de schaal 18 toekenning is uit 1984.

De jongste bijstelling is van augustus 1998, een van de eerste beleidsdaden van minister Hermans van Paars 2. Deze betrof de wijziging van de AMvB (bij Besluit rechtspositie leden van Colleges van Bestuur van 6 augustus 1998) waarbij de minister vervangen werd door de raad van toezicht als eerst verantwoordelijke. Schaal 18 was toen ongeveer 215.000 en maximaal 270.000 gulden per jaar.

Van een wettelijk regime waarbij argumenten van marktconformiteit een rol spelen bij de bepaling van de CvB-beloning is nooit sprake geweest. Toen de minister nog zelf bevoegd was te beslissen over individuele gevallen bij de salaristoedeling van collegegelden, was er dan ook regelmatig een ambtelijk gesprek met hem over toekenningen van een eventuele toelage bovenop de schaal 18 beloning. ScienceGuide is uit die tijd verteld dat minister Ritzen een casus waarbij een 20% toelage ter discussie stond, zeer precies naging. Toen de berekeningsgrondslag de facto ruim 30% toelage opleverde, meende hij dat dan “het begrip toelage zo’n beetje zijn betekenis gaat verliezen”.

Sindsdien is door de HayGroup Nederland een analyse gemaakt van de collegebezoldigingen en het daarop gebaseerde model is usance geworden voor het beleid van de raden van toezicht. Echter, in de wettelijke regeling op dit punt is een dergelijk model nooit doorgevoerd als nieuwe beloningsgrondslag. Interessant is dan ook de vraag waarom dit de voorbije 10 jaar nooit geschiedde. Ook de vraag naar het toezicht op deze in die tijd vigerende regeling is de moeite waard.

In 2001 werd minister Hermans over zijn beleid terzake door onder andere oppositiewoordvoerder Camiel Eurlings (CDA) -nu zelf minister- ondervraagd. Eurlings zei: “We hebben wel het recht om te weten waarop de beloning [van CvB’ers] is gebaseerd. Universiteiten zijn voor hun inkomen voor een groot deel afhankelijk van overheidsgeld.” De minister meldde daarop dat de hoogte van de toelagen wordt bepaald door de raad van toezicht van de betreffende universiteit. De toelagen lopen uiteen van tien tot dertig procent van het salaris. Bij een maximaal salaris kan dat uiteindelijk oplopen tot 81.000 gulden per jaar, rekende de minister voor.

Zou het kabinet overigens serieus zijn met de opvatting dat ook collegeleden in het HO niet meer dan ‘1 JPB’ zouden moeten verdienen, dan is de oplossing dus eenvoudig. Een geringe toevoeging aan de AMvB- bijstelling van 1998: de minster bepaalt dat de schaal 18 beloning met een eventuele toelage voortaan wordt verleend met een maximum van x% . Zoals een oud-topambtenaar van OCW tegen ScienceGuide zei: “Voldoende om ieder misverstand te voorkomen. Zo gebeurd”.

In zijn conflict met de RvT van de RUG over de salarisverhoging aldaar zei minister Plasterk tegen de Kamer “In dat gesprek heb ik ingebracht dat een verhoging van in één keer 30% onwenselijk is en dat het spijtig is dat ik daarvan pas in kennis ben gesteld, nadat het besluit was genomen. In het gesprek heb ik gevraagd om heroverweging van het besluit.” Er zijn geen wettelijke middelen voor OCW om in concreto in te grijpen, stelde de minister daarbij. Zo onmachtig als bewindslieden zich soms voordoen tegen ‘exhibitionistische zelfverrijkers’ is de minister van OCW blijkbaar toch niet.

De tekst van het betrokken artikel van de AMvB luidt:

Artikel 3. Bezoldiging

1. Aan een lid van het college van bestuur wordt een salaris toegekend overeenkomstig schaal 18 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

2. Aan een lid van het college van bestuur kan een toelage worden toegekend.

3. De som van het salaris, bedoeld in het eerste lid, en de toelage, bedoeld in het tweede lid, is bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

4. Het salaris en de toelage worden door de raad van toezicht vastgesteld en toegekend.

5. In het geval de toelage, bedoeld in het tweede lid, meer dan 10% bedraagt van het maximumsalaris van schaal 18 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 , is de aanspraak van betrokkene op een werkloosheidsuitkering in ieder geval minder dan de aanspraak die betrokkene zou hebben gehad, indien het Rijkswachtgeldbesluit 1959 zou zijn toegepast.






Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK