Uitschieters

Nieuws | de redactie
17 september 2007 | Boekrecensie van “The Black Swan” – The Impact of the Highly Improbable – door Nassim Nicholas Taleb.

Zelden heb ik sinds de werken van Kuhn en Popper zo’n lucide en levensecht betoog gelezen over kentheorie als dit boek van Taleb. Hij legt uit wat er aan de hand is met gebeurtenissen en getalenteerden die een hoge impact hebben en een lage kans van voorkomen. En als ze verschijnen zijn ze als een bliksemslag bij heldere hemel, volkomen onverwacht en van een ongekend heftige uitwerking. Alsof een mammoet door een rietje plopt. Raar? Ja. Komt niet voor? Ja, zie de plotselinge schuldencrisis. Zie het plotselinge succes van breedband internet. En zie hoe raar het weer fluctueert.



Men is zeer bezorgd over de mogelijke stijging van de gemiddelde zeewaterspiegel de komende decennia. Maar dat korte grote uitschieters van het klimaat misschien veel extremere gevolgen beginnen te krijgen dringt nog niet zo tot ons door. Daardoor kijken we verrast op van onverwacht lange droogtes, opzienbarende bosbranden en dan weer plotseling abnormaal heftige regenbuien. Fractaal, ook vele ordes groter dan we ‘normaal’ gewend zijn. Taleb legt uit dat desondanks de kleine schommelingen die  we gewend zijn  zulke plotselinge “zwarte zwanen” – zijn die wel zwanen? – serieuze aandacht verdienen ook al komen ze maar zelden voor. Dit boek gaat veel verder dan zijn eerdere “Fooled by Randomness” omdat het ook de implicaties aangeeft voor wetenschap, cultuur, het belang van de creative class en creatie van welvaart in onze contreien.

Generaals zoals u weet bereiden zich altijd voor op situaties uit de vorige oorlog terwijl de echt geniaal succesvolle veldheren altijd met audace aanvallen op manieren die onmogelijk geachte werden. Hun aanpak werkt, heeft (oneerlijk ten opzichte van anderen want zeer ongelijk verdeeld) succes en is schaalbaar.  Die eigenwijze vechters doen met opzet zeer ongeloofwaardig geachte pioniersdingen waar de mensen vreemd van opkijken en ze toch achteraf heel voor de hand liggend vinden. Sprekende voorbeelden zijn de muziekinterpretaties van Glenn Gould, de zachte waren van van Bill Gates, het werk van Mandelbrot, de ‘kinderboeken’ van J.K. Rawlings, nu de meest verkochtte boeken ooit. En dichter bij huis zijn het de acties en werken van o.a. Huygens, Van Leeuwenhoek, Spinosa, Boerhave, Vincent van Gogh,  Lely, Toonder, Oort, Verolme, Edsger Dijkstra, Le Pair, Noor van Andel, Piet Beertema, het SURFnet van Neggers en Nederkoorn, de AMS-IX , de kandidaten en winnaars van de jaarlijkse VoskoTrofee en de diëten van Sonja Bakker.

Opeens waren ze er. Vaak buitenstaanders en gereedschapmakers, waar als ze bezig zijn hier een oorverdovende stilte omheen hangt of waarop neergekeken wordt. De les is dus om niet te redetwisten of iets wel kan of mag gebeuren en of we het al wisten of niet (vele internationale reacties op dit recente boek zijn daar weer voorbeelden van), maar of we dit soort wonderlijk uitschietende gebeurtenissen en ‘personen met een pluskukel’ wel goed waarnemen en op waarde schatten, om je vervolgens af te vragen wat je in zo’n geval moet doen.

Er staat namelijk veel op het spel. Dat hebben ze in Zweden en de UK doorgekregen toen daar de popgroepjes Abba en de Beatles als een serieuze bedrijfstak tientallen procenten van het nationaal inkomen bleken te genereren. Toen werden ze niet meer uitgelachen maar fluks in de adelstand verheven. ASML, Tom Tom waar we nu zo trots op zijn hebben bij hun opstart niet een maar vele malen bijna het loodje gelegd omdat men er geen fiducie in had. Op de innovaties van LOFAR, VLBI, Netherlight, en SARA gaan we vast nog heel trots worden, maar dan helaas pas achteraf. Waarom niet nu?

Als ik het betoog van het boek naar ons land transponeer dan komt het beschreven verschijnsel volgens mij voort uit wat Dijkgraaf heeft beschreven als de tweede taak van wetenschappers (en bestuurders) die nog niet goed wordt uitgevoerd. De ene is het voortdurende gevecht om de perfecte wetmatigheden met bijbehorende wonderschone bewijsvoeringen en goed kloppende denkmodellen/werkende regels die de realiteit zouden kunnen beschrijven/ aansturen, te ontfutselen aan Het Boek, waarvan Erdos het bestaan in de Hemel vermoedde.

Die andere taak is het complement van de ene, namelijk het goed verzamelen van afwijkingen op de regel, verschillen met het model, de ruis en de ‘outliers.’ Alles wat niet klopt met onze verwachtingen. We behoren die niet weg te gooien -zoals Mendel deed met erwtjes die niet aan zijn wet voldeden- maar moeten daar juist een ‘rariteitenkabinet’ van aanleggen, zegt Dijkgraaf. Niet alleen door vorsten zoals vroeger en in dierentuinen, op kermissen en op TV als volksvermaak, maar omdat tussen deze aberratierommel zich ook de zeer significatie signalen voor de volgende paradigmasprong bevinden.

Intelligencemensen weten dat. Die kijken juist met verhoogde aandacht naar ‘visjes die tegen de zwemrichting inzwemmen’. Tussen de afwijkingen van onze verwachting zitten die Black Swans of beter gezegd “de Orthogonalen”. Deze gebeurtenissen en personen staan haaks, loodrecht op bijna alles wat we gewend zijn en verwachten. Daarom past wat ze doen niet. Hun vector werpt geen schaduw op de gangbare denkmodellen. Men kan hun ideeën daarom gewoon nog niet zien. Daarom worden wat Black Swans doen soms eerst als ‘al  bekend’ afgedaan of met een ernstig “Ho ho, dat gaat zo maar niet” tegengehouden of verdrongen.  Soms worden ze uitgestoten (of deze pluskukels lopen zelf weg van school of werk), of zo veel mogelijk verborgen gehouden. Meisjes die er zowel knap uitzien als echt heel knap zijn verbergen dat laatste vaak zorgvuldig gezien het nog gangbare taboe op die combinatie.

Sommige orthogonalen met pluskukel kunnen daar trouwens best tegen. Ze weten dat, als ze na een geniale uiting of actie niks horen, het heel, heel goed wordt gevonden. Immers als je iets slechts bedenkt, dan hoor je het hier meteen. En lof toezwaaien als je het echt nodig hebt zit niet in onze cultuur. Redden ze het desondanks toch om ondanks negatieve omgevingsreacties, isolement en soms zelfs armoede uiteindelijk toch te schitteren met innovaties? Neen helaas niet. Het is ondanks maar niet dankzij.

Ik ken er een paar die gemangeld werden door IND of sociale dienst. Die ik soms moet helpen voeden alsof het bedelmonniken zijn. Ook veel van onze ca. 3% hoogbegaafde kinderen verbergen wat ze kunnen, lopen van school weg, gaan vakken vullen of stappen nog erger uit. Zonde van het kukel-talent wat niet ontplooid wordt en waar wij het juist van moeten gaan hebben in de ‘global economy’. Hoe komt dat, en wat kunnen we er aan doen om het te verbeteren?

Taleb legt uit dat er sprake is van twee populaties, die trouwens aansluiten op die twee  genoemde complementaire taken die ik getransponeerd naar ons land  ‘Doenormaalpolder’ en ‘Uitschieterstein’ noemen. Laat ik vooropstellen dat er niks mis is met het gedreven en zeer gedegen, vakbekwaam en Gaussisch verdeelde complexe vakwerk is, dat onze professionals met zichtbare voldoening en energie doen in die netjes georganiseerde polder. Het kleine groepje Uitschieters dat we hebben (en die hier willen blijven) is daar een aanvulling op. Het gevaar dreigt echter dat veel van het werk en de vaak ook hoogwaardige skills van de Doenormaalpolderaars ook in andere landen gedaan kunnen worden via netwerken. Niet alleen het lagelonen werk dus.

Relatief worden de Uitschieters hier dan belangrijker voor uw en mijn pensioen. Zij kunnen, naar ik hoop, juist met on-mogenlijke dingen komen die zeer succesvol en waardevol kunnen worden toegepast. Zoals mijn studenten mij soms met stomheid slaan. Ik dacht dat wat ze wilden gaan proberen onmogelijk was (maar dat had ik ze niet verteld). En ja hoor het lukt ze wel! Nog een significante eigenschap van de uitschietersteiners is dat ze niet alleen orthogonaal ‘out of the box’ kunnen denken maar ze kunnen zelfs als ‘boundary spanners’ brede poly-box combinaties maken en zijn daardoor vaak lid van een aantal wonderlijke tribes tegelijk.

Wat kunnen we doen? Doe wat aan de herkenning, ruimte en erkenning van die wonderlijk kunstzinnig creatieve en leergierige orthogonale jongens en meisjes als het er echt voor hen als pionier toe doet. Lang voordat de venture engelen en NWO-beoordelingsgroepen ze in de gaten hebben. Uitschietersteiners hebben geen peers en hebben met bankiers nog niks te bespreken. Faciliteer ze en geef ze ruimte om zich vrij te ontwikkelen. We moeten heel, heel zuinig op ze zijn. Werk ze niet tegen! Geef ze een loods mee.

Concrete voorbeelden: geef de geniale Kim Veltman een stipendium voor een aantal jaren. Zorg dat legaten aan zulke uitzonderlijke orthogonalen vrij van successierechten zijn. Blijf SURFnet ook voor de volgende leercurve als kukel- kweekvijver funden. Anders gaat zijn opzienbare en internationaal erkende voorsprong weer verloren.

Pluskukel werkt multiplicatief door op andere terreinen en mensen. Immers, waar de orthogonalen ons – onplanbaar maar wel aangemoedigd-  mee gaan verrassen zijn een aantal reusachtige denkvectoren die de wetenschap, cultuur en samenleving in onze EuroDelta gaan omspannen.

Jaap van Till, lector aan de HAN



«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK