Hotspot Helsinki

Nieuws | de redactie
30 november 2007 | Net toen het regeerakkoord van Balkenende II duidelijk maakte dat wij van het Finse succes als kenniseconomie zullen moeten willen leren, bezocht Job Cohen met allerlei toppers van de Amsterdamse kennissector Finland. ScienceGuide publiceerde exclusief het dagboek van Frans Nauta, toen nog voorzitter van Nederland Kennisland en nog niet de secretaris van het Innovatieplatform, over deze memorabele reis en leerervaring. De HAN-lector en ScienceGuide-columnist van nu vertelde daarin over ingetogenheid, 'WiFi rules!', peptides tegen kanker en het geheim van zachte waarden in de 90-jarige.



20 mei 2003
Dag 1

Een grote delegatie van de gemeente Amsterdam bezoekt van 20 tot 23mei Helsinki en Riga. Het gaat om een ‘zwaar’ gezelschap, metmensen als burgemeester Job Cohen, EZ-wethouder Geert Dales,voorzitter van de Kamer van Koophandel Hans Zwarts,UvA-collegevoorzitter Sijbolt Noorda en VU college-lid SaskiaGroenewegen. Op verzoek van de organisator, stichting AmsterdamPromotion, heb ik me bezig gehouden met de inhoud van het programmain Finland. Want Amsterdam had wel interesse in het ‘Finse model’.

Rond 7 uur ’s ochtends verzamelen we op Schiphol. De eerste grapover het Finse model is een feit, ‘Ze is 19 en heet Natasja’, zegtiemand. Ik koop nog snel een wireless Lan-kaart (WiFi), in de hoopdat er in Helsinki al flink wat “hotspots” zijn, toegangspunten inde openbare ruimte voor draadloos internet. In het vliegtuig zit iknaast een man van mijn leeftijd (laten we zeggen: midden dertig)die veel in Finland komt voor het softwarebedrijf waar hij werkt.Het bedrijf maakt systemen om papierstromen in organisaties tedigitaliseren. En zoals me zo vaak overkomt in gesprekken overFinland vertelt hij spontaan over hun liefde voor het detail, overhun hoge kwaliteitsstandaarden.

De vlucht verloopt soepel, na aankomst op Vantaa Helsinki Airportkrijgen we een bustour door Espoo, een nieuwe stad als Almere. Meteen bloeiende economie met het hoofdkantoor van Nokia en deHelsinki University of Technology. De wethouder laat ons de nieuwebouwlocaties zien en de toon voor de presentatiestijl van de Finnenis gezet. Ingetogen, tamelijk bescheiden, bijna saai. Maar uit allevoorbeelden blijkt wel dat de gemeenten in de regio Groot- Helsinkier goed in slagen om samen te werken, terwijl dat bij ons een grootprobleem is. In Nederland zijn er veel mooie woorden over regionalesamenwerking, maar wat betreft de echte oogst is erg mager.

Dat zullen we nog vaker tegenkomen de komende dagen. Nederlanderszijn goed in woorden, de Finnen in daden. We gaan eerst naar hetministerie van Onderwijs, waar de Science en Technologie PolicyCouncil (STPC) huist [kijk maar eens op www.minedu.fi]. Afgelopen vrijdag is bekendgeworden dat Nederland een ‘Innovatie-platform’ krijgt, waarvoorhet de Finse STPC model staat. We zitten bovenop het nieuws. DeSTPC is een cruciaal overleg waar de sleutelspelers in de Finsekenniseconomie elkaar sinds 1985 zo’n vier keer per jaar ontmoeten,voorgezeten door de Minister-President. Naast hem zitten deministers van Onderwijs, Economische Zaken en Financiën aan tafel,aangevuld met ten hoogste 4 andere ministers, al naar gelang decoalitieverhoudingen. De minister van Onderwijs en de minister vanEconomische Zaken zijn beide vice-voorzitter van de STPC envoorzitter van de twee sub- councils voor respectievelijk onderwijsen onderzoek en technologie en innovatie. Er zijn zes plaatsen voorvertegenwoordigers vanuit het bedrijfsleven, de universiteiten, hetonderwijs, de werkgevers en de werknemers. En er zijn vier plaatsenin de STPC ingeruimd voor onafhankelijke experts.

De raad wordt ondersteund door een klein bureau, geleid doordirecteur Esko-Olavi Seppälä. Zijn presentatie is gelardeerd metvele statistieken die eigenlijk allemaal hetzelfde beeld geven:Finland presteert over de hele linie van de Lissabon-indicatoren inde top-3 van Europa. Of het nou gaat om onderwijs, bestedingen aaninnovatie, het aantal patenten, de arbeidsmarkt, het onderzoek ofduurzame ontwikkeling: consequent scoort het in de top. En denieuwe, centrum- linkse regering in Finland gaat extra investerenin kennis en innovatie, omdat de afgelopen drie jaar deoverheidsuitgaven vrijwel niet gegroeid waren.

Seppälä legt uit dat die goede scores niet het resultaat zijn vancentrale sturing van de STPC. Die heeft vooral de taak om de visieop de toekomst van Finland te formuleren en uit te dragen.Daarnaast zorgt het regelmatige gesprek in de STPC tussen desleutelspelers ervoor dat de randvoorwaarden (vreselijk woord, netals ‘infrastructuur’) heel erg goed op orde zijn. Zo is er isvoldoende geld. Sijbolt Noorda valt zo ongeveer uit z’n pak als hijhoort hoeveel geld de Finnen de afgelopen tien jaar hebbenvrijgemaakt voor hoger onderwijs. Ook is de rolverdeling glasheldertussen de verschillende organisaties die een rol spelen in deinnovatieketen. Onderlinge conflicten en bijbehorende ambtelijkeloopgravenoorlogen lijken eigenlijk zelden voor te komen inFinland. Maar het echte werk gebeurt op de universiteiten, in descienceparks en bij instellingen als Tekes. Dat treft, want diestaan voor de komende dagen op het programma.

Daarna naar het hotel, waar de wifi-kaart feilloos blijkt tewerken, 2 Mbps zonder problemen. Wat een genot, WiFi rules. NicoBaken noemt breedband de zuurstof van de samenleving en nu m’n WiFiwerkt weet ik precies wat hij bedoelt. De avond zijn we te gast bijde ambassadeur, Niek van Zutphen, die met zijn mensen ervoorgezorgd heeft dat het programma tot in de puntjes is geregeld. Echteen tip voor wie een internationale studiereis wil organiseren: demensen op de ambassade zin goud waard.

Woensdag 21 mei 2003
Dag 2

Een volle dag, die begint bij Nokia, de icoon van het Finse succeswww.nokia.com . Erki Ormala, directeurtechnologiebeleid, is onze gastheer. Zijn vorige baan? Secretarisvan de STPC, Finland is een land van kleine netwerken. Het bedrijfis vernoemd naar het dorpje Nokia aan de rivier Nokia. Grootgegroeid in hout, papier en rubber. Daar kwamen onder andereelektrische kabels bij en van daaruit groeide Nokia richting deelektronica, zoals TV’s en mobiele telefoons. In 1991 was het eenconglomeraat wat ongeveer van alles wat produceerde: van rubberlaarzen tot geavanceerde elektronica. In die jaren raakte Finlandin een zware economische crisis door de ineenstorting van de SovjetUnie. De werkeloosheid steeg naar ongeveer 20% en bedrijven gingenaan de lopende band failliet. Ook Nokia stond aan de rand van deafgrond.

In die uiterst penibele situatie ging het bedrijf nadenken over hetantwoord op twee vragen. De eerste vraag was: in welke markt kunnenwe het meest groeien? De tweede vraag was: en waarin kunnen weuitblinken? Het antwoord op beide vragen was: mobiele telefonie. Opdat moment was mobiele telefonie goed voor zo’n 10% van de omzet.Alle bedrijfsonderdelen buiten mobiel werden verkocht, driekwartdaarvan bestaat nog steeds in de een of andere vorm. En mobiel, datwerd een ongekend succesverhaal. De statistieken die Ormala laatzien zijn veelzeggend: € 30 miljard omzet, een marktaandeel van 38%in mobiele telefoons, 52.000 werknemers waarvan zo’n 38% werkt inR&D, 10% van de omzet wordt geïnvesteerd in R&D. En voorwie denkt dat de groei wel ongeveer uit de mobiele markt is: keepon dreaming. Op dit moment zijn er 1100 miljoen mobiele bellers inde wereld. Er zijn dus nog zo’n 5 miljard potentiële klanten en degroei gaat gewoon door. Ieder jaar zo’n 15% verwacht Nokia. Daarbijverwacht het bedrijf veel van UMTS en WiFi. Een zelfverzekerdeOrmala: ‘The biggest growth is still ahead of us’. Toch maaraandelen Nokia kopen?

Wat me vandaag vooral opvalt is dat de Finnen de term ‘knowledgebased society’ te pas en te onpas gebruiken. Zo’n knowledge basedsociety vergt forse investeringen in mensen, om zo ‘knowledge basedindustries’ te kunnen creëren en aan trekken. Het gaat zoals in delandbouw: een vruchtbare akker maakt dat planten uit de grondschieten. De jarenlange investeringen van de Finnen in onderwijs enonderzoek leveren een vruchtbare voedingsbodem op zodatkennisintensieve bedrijven tot bloei komen. Nokia is het levendebewijs van het succes. Ormala vertelde me in een eerder interviewal dat de snelle groei van Nokia niet mogelijk zou zijn geweestzonder de inspanningen die overheid zich getroost.

Maar al teveel loyaliteit aan Finland heeft Nokia niet, ondanks datruim 40% van de huidige werknemers in Finland werkt. Knowledgebased industries vestigen zich op die plekken waar zij het bestkunnen floreren. Dat vergt niet alleen een hoog opgeleidebevolking, marktgerichte kennisinstellingen en een goedeinfrastructuur, maar ook een mild belastingklimaat. Dat laatstebegint in Finalnd voor Nokia een probleem te worden. Boeiendeomkering: eerst de vruchten plukken van al die publiekeinvesteringen, maar als de oogsttijd daar is alles voor jezelfwillen houden. Ormala is pessimistisch over het klimaat in Europavoor knowledge based industries. Het Lissabon- akkoord is goed,maar de uitvoering komt niet in beweging. ‘These are the kinds ofdevelopments we are extremely worried about. Europe is losing it’scapability of facilitating knowledge based industries.’

We gaan door naar HBSP het Helsinki Business and Science Park www.sciencepark.helsinki.fi/uk/ We worden, zoalszo vaak deze trip, ontvangen in een nagelnieuw gebouw. HBSP isgespecialiseerd in biotechnologie en lifesciences. Op de campuszijn studentenflats en woningen voor medewerkers te vinden én degebouwen voor startende bedrijven. Het park huisvest zo’n 40bedrijven en helpt die bedrijven in hun ontwikkeling naarcommerciële toepassingen, met het groeien na het startstadium enmet het vinden van internationale markten en internationalefinanciering. Daarna volgt een presentatie van het bedrijfje CancerTargeting Technologies, een typische startup met zo’n 8 mensen,allemaal universitaire onderzoekers. CTT heeft een patent op detechnologie rond een bepaalde peptide die zich kan hechten aan eentumor. Aan de peptide kan een klein pakketje medicijnen wordenverbonden die bij de tumor vrijkomen. Zo kan de doeltreffendheidvan de medicijnen enorm verhoogd worden. Er is een patent op hetidee, dat geregeld is mede dankzij een investering van deuniversiteit. Bij succes profiteert de universiteit mee van deinkomsten die gegenereerd worden met de kennis die grotendeels aande universiteit is ontstaan. Goed verhaal, spannend om te zien ofhet ze gaat lukken om het idee tot een commercieel succes temaken.

“Waarom zitten jullie op deze plek?” vraagt iemand uit dedelegatie. “Er waren wel andere opties, maar ja, als een bedrijfontstaat aan een universiteit en het leek ons wel heel prettig omhier in de buurt te zitten. Je wilt dicht bij de researchgroupszitten, als we hier 10 km vandaag zouden zitten dan verliezen wedat contact”. Zo simpel is het dus, het is allemaal mensenwerk. Datvergt dus ook een aanpak op dat niveau. Ook hier weer van dieingetogen presentaties, je zou het bijna normaal gaan vinden. Maarwat opvalt is hoe snel dit soort gebouwen gerealiseerd kunnenworden, hoe soepel de verschillende partijen met elkaar totafspraken komen. Job Cohen herinnert ons eraan in zijn bedankje aanonze gastvrouw. Veel van wat er in Finland gebeurt willen we inNederland ook wel. Maar de uitvoering gaat soepeler inFinland.

Lunch op het stadhuis waar we te gast zijn bij burgemeester Eva-Riitta Siitonen van Helsinki. Alles is piekfijn in orde. Van de’kanselier’ van de Universiteit van Helsinki, Risto Ihamuotila,krijgen we antwoord op de vraag waarom de Finnen eigenlijk zijngaan wonen op zo’n onherbergzame plek in zo’n guur klimaat. DeFinse bevolking stamt af van een volk dat leefde in centraal Azië,in de buurt van het Oeral-gebergte. In een volksverhuizing richtinghet oosten kwam dat volk langs een bord met een pijl naar links,waarop stond ‘vruchtbare grond’. De mensen die niet konden lezenkwamen in Finland terecht.

Tekes (www.tekes.fi) is mijn persoonlijke favoriet,deze sleutelspeler tussen kennisinstellingen en marktpartijen.Directeur Generaal Saarnivaara presenteert, bijgestaan door JariRomanainen, de directeur strategie. Allereerst krijgen we uitlegover de bouwstenen van het Finse model. Het zijn er vier: consensusover wat kansrijk is en wat niet, balans wat betreft belangen endoelstellingen, samenwerking en vertrouwen. Zachte waarden dus dieniet zo één twee drie in getallen te vangen zijn. We raken hier dekern van het model.

De rol van Tekes is misschien de beste illustratie van’vertrouwen’. Tekes besteedt jaarlijks € 400 miljoen en doet datonafhankelijk. Er is dus geen inhoudelijke sturing van hetministerie van Economische Zaken of Onderwijs. Er kunnen geenzinnige kamervragen gesteld worden aan de minister over debesteding van de middelen want die gaat daar niet over. Ongeveer dehelft van het geld gaat naar aanvragen van bedrijven (2/3) enkennisinstellingen (1/3), de andere helft gebruikt Tekes om zelfinitiatief te nemen. Bij Tekes werken ruim 300 mensen, waarvanongeveer 150 technologie- en businessexperts zijn. Tekes lijkt noghet meest op wat in Nederland door Senter wordt gedaan. Maar meteen cruciaal verschil: Senter is een doorgeefluik van subsidies dieinhoudelijk door het ministerie van EZ worden vastgesteld, terwijlTekes zélf over de inhoud gaat. Het lijkt erop dat er daardoorminder politieke turbulentie is en er met meer rust en degelijkheidgewerkt kan worden.

Na een opfrisser in het hotel vertrekt het hele gezelschap richtingde Opera van Helsinki voor een uitvoering van Verdi’s Don Carlos.Dit alles op uitnodiging van de ambassade, die alles weer piekfijngeregeld heeft. Een zit van vier uur en erg de moeite waard. Ook alomdat veel van de Finse mensen die ons toegesproken hebben deafgelopen dagen aanwezig zijn, waardoor je nog eens informeel kuntnapraten. Daarna naar het hotel, waar aan de bar de samenstellingvan het nieuwe kabinet wordt doorgenomen. Brinkhorst op EZ, dat wastoch onverwacht. Dus Van der Hoeven en Brinkhorst worden samen despil van de Nederlandse kenniseconomie, misschien moeten we ze eensmeenemen naar Finland.

Donderdag 22 mei 2003
Dag 3


De delegatie is inmiddels gesplitst, een deel is doorgereisd metburgemeester Cohen naar Riga, de kennismensen blijven nog een dagin Finland. Hans Zwarts, voorzitter van de Amsterdamse Kamer vanKoophandel is vandaag de delegatieleider. Vandaag drie bezoeken ophet programma: Culminatum, Sitra en Biomedicum. Culminatumwww.culminatum.fi is een regionaal samenwerkingsverband van desteden in de regio Helsinki met de universiteiten, hogescholen enbedrijven en heeft twee opdrachten:
– het versterken van de regionale ‘knowledge base’ en hetontwikkelen van het regionale innovatie milieu (wat valt onder hetUrban Policy Programme)
– het verder ontwikkelen van de belangrijkste ‘knowledge basedgrowth clusters’ (wat gefinancierd wordt vanuit het nationale’Centre of Expertise Programme).

De club is klein, er werken minder dan tien mensen. Er is ook geengeld verbonden aan de projecten, het is typisch een intermediairdie als makelaar zorgt voor bundeling van krachten. De regioHelsinki werkt op dit moment aan de ontwikkeling van zes Centers ofExpertise. Die zijn gebaseerd op wat er al aan kennis envaardigheden in de regio te vinden is. Dit zijn ze:
1. gentechnologie en moleculaire biologie, ondergebracht inHelsinki Business and Science Park;
2. actieve materialen en microsystems, ondergebracht in OtaniemiScience Park in Espoo;
3. logistiek, ondergebracht in Technopolis in Vantaa;
4. digitale media, content en learning services in Arabianranta inHelsinki;
5. software voor productieprocessen, ondergebracht in Innopoli inEspoo;
6. medische- en welzijnstechnologie

En passant verschijnt er een prachtige missie van de regio Helsinkiop het scherm: ‘Helsinki Region is a world-renowned, art andscience based innovation center implementing the latest knowledgein a human and sustainable way’. Hier in Helsinki zijn ze ervanovertuigd dat zo’n vijftien regio’s de kern zullen vormen van deEuropese kenniseconomie. Alles is erop gericht dat Helsinki één vandie vijftien wordt. Ze zijn er van overtuigd dat het ze gaat lukkenen wij in de zaal eigenlijk ook. Terwijl Finland dertig jaargeleden toch echt een behoorlijk achterlijk land was… De grotevraag is: gaat het Amsterdam ook lukken?

Sitra www.sitra.fi is de Finse publieke venturecapitalist en wat mij betreft de verrassing van de reis. Het is eenkleine club, er werken 95 mensen met een budget van zo’n € 70 mln.Maar schaal en budget zeggen lang niet alles over de invloed vaneen organisatie. Ook Sitra heeft een opvallend groteonafhankelijkheid van de overheid. De speciale wet voor Sitraregelt dat het bedrijf (100% staatseigendom) een trust-fundbeheert. Het rendement uit dat fonds is het werkkapitaal van deorganisatie en die kan zelfstandig beslissen wat ermee te doen. Datvalt uiteen in vijf hoofdactiviteiten:
o onderzoek rondom innovatie;
o samenwerking tussen bedrijfsleven en kennisinstellingenstimuleren;
o trainingen van parlementariërs en sleutelpersonen in hetbedrijfsleven, op ministeries, bij gemeenten en bijkennisinstellingen;
o financiering van start-up bedrijven in internationalegroeimarkten en in regionale ondernemingen met een veelbelovendperspectief;
o Sitra participeert in een aantal buitenlandse venturefondsen, omzo de kunst af te kijken in andere landen.

Wat opvalt aan de presentatie van Timo Hämäläinen is hoe goed deorganisatie verweven is met de sleutelspelers in het land. Zohebben bijvoorbeeld vrijwel alle parlementariërs en strategischeambtenaren op de ministeries de cursus kenniseconomie van Sitragevolgd. Mede dankzij de scholingsactiviteiten van Sitra hebben denetwerken van ‘decisionmakers’ in Finland gezamenlijke begrippen entaal ontwikkeld om met elkaar te discussiëren over de vraag waarhet met Finland naar toe moet. Zo’n term als ‘knowledge basedsociety’ bijvoorbeeld, daar hebben we nog geen breed gedragenNederlandse equivalent voor. Ook zijn veel van de mensen die inFinland werken bij een venture capitalist opgeleid bij Sitra. Sitradoet veel onderzoek naar transformatieprocessen in de westersesamenleving en hoe een land als Finland daar op in kanspelen.

Het doet denken aan het Nederland van na de 2e Wereldoorlog, met deinstelling van de SER, de Stichting van de Arbeid en het CentraalPlan Bureau. Een van de belangrijkste functies van de modellen vanhet CPB was dat er een gezamenlijke taal ontstond om te praten overde economische ontwikkeling van het land. De verschillendesleutelspelers ontmoetten elkaar in SER en Stichting van de Arbeidom op hoofdlijnen de koers uit te stippelen. Er was een grotebereidheid om samen te werken, om een vernield land er weer bovenopte helpen. De wederopbouw wordt alom beschouwd als een zeersuccesvolle periode in Nederland, waarbij de overheid eenbelangrijke rol heeft vervuld, maar vooral de samenwerking tussenalle betrokken partijen bepaalde het succes. Overigens, anno nu,ruim vijftig jaar later, zijn die CPB-modellen een deel van hetprobleem: investeren in innovatie en onderwijs ‘passen’ niet in deCPB-modellen en zijn volgens het model dus weggegooid geld. Ze zijntypisch een product van die tijd, van de industrialisatie vanNederland. Favoriete quote uit de Sitra- presentatie: “We createthe knowledge for new ways of doing things. A tested solution, thatworks, that has an edge.”

Biomedicum www.biomedicum.fi Een verzamelgebouw voormedisch onderzoek en trainingen. Een samenwerkingsverband vanUniversity of Helsinki, Joint Authority for the Hospital Districtof Helsinki and Uusimaa (HUS), Senate Properties, de stedenHelsinki, Espoo and Vantaa en de National Public Health Institute.Professor Olli Janne is directeur van Biomedicum.

Overigens begint de presentatie van Janne met de stelling dat erniet zoiets bestaat als een ‘Fins model’. Wel is het zo dat na derecessie begin jaren negentig iedereen in Finland ervan doordrongenwas dat het tijd was om nieuwe dingen te proberen en was er debereidheid om dat op een onconventionele manier te doen. Dat wasook de periode dat de overheid echt extra ging investeren inwetenschappelijk onderzoek. Op datzelfde moment zaten er een aantalzeer invloedrijke en capabele mensen in de Finse wetenschappen opsleutelposities, die ruimte maakten voor vernieuwing. “The rightpeople at the right time”. Er waren geen heilige huisjes meer, detekst ‘dat hebben we nog nooit zo gedaan’ verdween uit hetvocabulaire en de formele hiërarchie werd een stuk minderbelangrijk. Vervolgens kreeg het Finse zelfvertrouwen een enormeimpuls door het succes van Nokia. Immers, als Nokia in Finland kanontstaan, wat kan er dan niet? Janne is na een wetenschappelijkecarrière in Amerika weer naar Finland gekomen ongeveer tien jaargeleden, dus hij heeft de omslag meegemaakt. Maar om het nou een’Fins model’ te noemen, ach, dat klinkt alsof er een grootsamenhangend plan was, en dat is niet zo. Hij denkt wel dat eenforum als de STPC een grote rol heeft gespeeld, maar meer om ruimtete creëren voor vernieuwing dan als het centrale orgaan dat allesgeregeld heeft.

Dan over Biomedicum. Het ging snel: zes jaar na de eerste ideeënwas het gebouw opgeleverd en waren de huurders het gebouw ingetrokken. Dat kon zo snel omdat het ziekenhuis en de universiteitvan Helsinki samen een vastgoedbedrijf hebben opgericht voor hetproject. Dus de financiering liep niet via het ministerie vanOnderwijs (“the ministry couldn’t care less”). Biomedicum is eenvoorziening voor excellente onderzoek. In het gebouw zijn allevoorzieningen aanwezig die nodig zijn voor hoogwaardig biomedischonderzoek. Het gaat vooral om ’transferal research’, het vertalenvan fundamenteel onderzoek naar maatschappelijke toepassingen. Erwerken zo’n 1200 mensen in het gebouw, 300 daarvan is supportstaff, de rest onderzoeker.

De setting is zeer competitief. De research programma’s krijgenhuurcontracten voor maximaal 5 jaar, daarna worden ze geëvalueerd.Verlenging van het contract is pas mogelijk als uit de evaluatieblijkt dat het onderzoek behoort tot de wereldtop. Janne zegtdaarover: “It may sound hard, like an almost American environment,but this is the situation in biosciences. It’s very competitive”.Geen wonder overigens dat de Finnen iemand met zo’n lange ervaringin Amerika gevraagd hebben om het Biomedicum op te zetten en teleiden.

Daarna vertrek de delegatie richting Vantaa Airport, Biomedicum wasde laatste halte in een behoorlijk vol programma. De verbeelding iser in deze drie dagen behoorlijk in geslopen. Henk Eppink, dedirecteur van de Amsterdamse kenniskring, is enthousiast en wilgraag aan de slag in Amsterdam. Henk Zwarts, de voorzitter van deKamer van Koophandel, net zo. Ben benieuwd wat daar uit gaat komen.Amsterdam zou de eerste stad in Nederland kunnen worden met eensamenhangend beleid gericht op de kenniseconomie. De Finnen hebbenons laten zien dat je dat niet in een jaartje regelt, maar je moetergens beginnen…

Vrijdag 23 mei 2003
dag 4


Zelf heb ik nog een avond en een ochtend in Helsinki. Had nog eeninterview gepland met Pekka Himanen, samen met Manuel Castells deauteur van het boek ‘Theinformation society and the Welfare State; The Finnish Model’. Hetinterview valt helaas in het water, het boek blijft een aanrader .Vertrek daarom vroeg naar het vliegveld. Want daar is ook eenhotspot voor m’n WiFi- kaart. Vliegen wordt nooit meer hetzelfdemet wireless internet, fantastisch, in plaats van je suf tevervelen ben je gewoon online. Werk aan dit dagboek, email metkantoor en vrienden verloopt alsof je naast elkaar zit. WiFi enUMTS worden echt heel groot, dat is wel duidelijk. Misschien tochmaar aandelen Nokia kopen. Zeker als Nokia Finland gaat verlaten,op zoek naar lagere belastingen en een nog hogere winst, zo cynischis het. De grote vraag is natuurlijk wat er dan met Finland en inhet bijzonder met de regio Helsinki gebeurt. Is er zo’n rijkpotentieel aan creativiteit en ondernemerschap dat het verlies metnieuwe bedrijven opgevangen kan worden? Het zou me eigenlijk nietverbazen, Nokia was een toevalstreffer, maar alles is er hier opgericht om meer toevalstreffers mogelijk te maken. De tweedekennismaking met het Finse model is me weer goed bevallen.


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK