Agenda OCW roept twijfels op

Nieuws | de redactie
6 december 2007 | Het is een gemiste kans dat minister Plasterk het bekostigingsakkoord van de onderwijskoepels niet volledig heeft overgenomen, vindt het ISO. Zo ontstaan er toch weer twijfels bij de uitleg van dat voorstel in zijn Agenda. De VSNU vindt de ambities daarin weinig waard, omdat echte uitwerkingen ontbreken. "Daardoor dreigt het gevaar dat de vele mooie woorden uit de Agenda maar moeilijk van het papier af zullen komen. Het kabinet heeft maar liefst zeven hoge ambities voor het hoger onderwijs opgesteld. Wanneer daar onvoldoende extra middelen tegenover staan, dan kan dit wederzijds tot grote teleurstellingen leiden. De universiteiten vragen de Kamer het aantal ambities terug te brengen en daarmee de extra investeringen per ambitie te verhogen. 

Bij het bindend studieadvies wil de minister kijken naar verruiming van de mogelijkheden. Deze gedachte staat haaks op zijn voornemens voor groter studiesucces en minder uitval, merkt het ISO op.  De documenten van ISO en VSNU vindt u hierna.



Het ISO ziet niets in collegegelddifferentiatie als middel om excellentie en kwaliteit te bevorderen. Het beroept zich hierbij op de tussenrapportage van commissie Ruim baan voor talent. Er is weinig bewijs dat er een correlatie tussen deze twee begrippen zou zijn. Het enige effect dat zou kunnen optreden is de negatieve uitwerking zoals die staat beschreven in de SA: de mogelijke uitholling van reguliere opleidingen. Ook als het gaat om collegegelddifferentiatie voor alleen de master heeft het ISO grote bezwaren. De experimenten rondom opening van het bestel wijst het ISO af. Er is nog geen bewijs gevonden dat dergelijke maatregelen bijdragen aan het bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs.

Als het gaat om toezicht op de hoger onderwijssector vraagt het ISO in deze reactie wederom aandacht voor de Hoger Onderwijs Autoriteit (HOA). In mei 2007 bracht het ISO de notitie ‘Zuiver op de Graad’ uit waarin een advies staat over de vorming van de HOA. De ontwikkeling van de HOA is gericht op het integreren van verschillende organisaties zoals de Onderwijsinspectie, CFI en de NVAO of onderdelen daarvan. Het ISO denkt daarmee de bureaucratie in de registratie en controle enorm te verminderen. Deze autoriteit moet een duidelijk gezicht krijgen, niet alleen voor de hogescholen en universiteiten, maar ook voor studenten.

Op het gebied van medezeggenschap ziet het ISO nog veel mogelijkheden voor deze minister. Het ISO zal hier zelf aan bijdragen door middel van een notitie die binnenkort verschijnt. Hierin zal onder andere de mate van inspraak van de medezeggenschap, de relatie met college van bestuur en de facilitering aan bod komen. Daarnaast wil het ISO het belang van opleidingscommissies onderschrijven. Op dit moment functioneren veel opleidingscommissies nog niet naar behoren terwijl deze commissies een belangrijke spil zouden moeten zijn in de interne kwaliteitszorg van instellingen.

Als het gaat om het bindend studieadvies (BSA) wil de minister gaan kijken naar het verruimen van de mogelijkheden. Deze gedachte staat wat het ISO betreft haaks op de voornemens voor groter studiesucces en minder uitval. Studenten in hun tweede of derde jaar van het programma te blokkeren om verder te gaan is pedagogisch en op lange termijn ook economisch onverantwoord en onwenselijk. Het ISO is dus tegenstander van de mogelijkheden tot verruiming tot het geven van een Bindend Studie Advies (BSA).

De SA is wat betreft internationalisering zeer beknopt. Wil Nederland zich echter op dit gebied echt gaan ontwikkelen, is er vanuit het departement meer sturing nodig. Op dit moment zijn er weliswaar veel mensen mee bezig, maar dan wel op eilandjes. Internationalisering is een groot speelveld waarin we beter moeten samenwerken om bepaalde doelstellingen te kunnen realiseren.

De voornemens wat betreft aansluiting tussen onderwijssectoren worden door het ISO ondersteund. Op dit moment schiet dit beleid ernstig tekort, waardoor er weinig terecht komt van het vormgeven van doorlopende leerlijnen. Om dit beleid te ondersteunen moet de regie van het systeem weer in één hand genomen worden. Te vaak vinden ontwikkelingen in het onderwijs parallel plaats zonder dat er goede afstemming plaatsvindt. Als er naar wordt gestreefd de deelname te vergroten, studiesucces te maximaliseren en aansluitingsproblemen te beperken moet vooral het gehele onderwijs in samenhang worden benaderd. Het ISO ziet de afspraken met de koepels hieromtrent graag tegemoet.

Het ISO onderschrijft het belang om studenten te enthousiastmeren zodat zij zelf een meer actieve houding met betrekking tot het onderwijs aannemen. Om die reden heeft het ISO in samenwerking met de KNAW de invoering van ‘Akademie assistenten’ geïnitieerd. Dit past in het beleid van het ministerie waarin nieuwe maatregelen worden aangekondigd die zich onder meer richten op de kwaliteit, de variatie en de uitdaging in het hoger onderwijs.

In de SA wordt op veel plaatsen gerefereerd aan excellentie. Het ISO is zeker geen tegenstander van specifieke projecten om ‘excellente’ studenten meer uit te dagen. Toch wil het ISO ook blijvend aandacht vragen voor studenten die met moeite een ‘6’ kunnen halen en voor instellingen dan wel opleidingen die alles in het werk stellen om deze groep studenten een diploma te laten behalen. Het gaat erom dat studenten zich tijdens hun opleiding zo goed mogelijk ontwikkelen. Daarbij is het dus net zo ‘excellent’ om een student van een ‘5’ naar een ‘6’ te tillen, als dat een student van een ‘7’ naar een ‘8’ gaat. Daarnaast valt deze doelstelling binnen de doelstelling om in 2020 50 procent van de beroepsbevolking hoger opgeleid te hebben.

Het ISO geeft in deze notitie een kritische reactie op de strategische agenda. Toch is het ISO niet overwegend negatief op de beleidsvoornemens van de minister. Op zowel bekostiging als accreditatie volgt de minister het onderwijsveld, dat hier zelf met een akkoord is gekomen. Het vertrouwen dat de minister in het veld heeft, wordt door het ISO gewaardeerd. Tenslotte is het ISO blij met de algemene koers die deze minister wil gaan varen: er moet meer aandacht zijn voor kwaliteit, meer bevolkingsgroepen moeten gaan participeren in het hoger onderwijs en de uitval moet worden teruggedrongen. Het is nu aan het departement om deze voornemens om te zetten in concreet beleid waarmee er echt iets kan gaan veranderen. Alleen op deze manier kunnen de ambitieuze doelen die in deze agenda worden gesteld in 2012 worden bereikt.

De volledige ISO-reactie op de strategische agenda van OCW voor het hoger onderwijs leest u hier.

De volledige VSNU-reactie leest u in het vervolg van dit document.

De Strategisch Agenda voor het Hoger Onderwijs, –Onderzoek en Wetenschapsbeleid geeft blijk van een hoog ambitieniveau dat nauw aansluit op het beleid van de universiteiten. De universiteiten zijn blij met het vertrouwen van de minister dat hieruit spreekt. Wel constateren ze dat deze ambities in de agenda nauwelijks worden ondersteund door extra geld. Ook worden er geen echte keuzes gemaakt. Daardoor dreigt het gevaar dat de vele mooie woorden uit de Agenda maar moeilijk van het papier af zullen komen.

Het kabinet heeft maar liefst zeven hoge ambities voor het hoger onderwijs opgesteld (pag. 8 en 9). Wanneer daar onvoldoende extra middelen tegenover staan, dan kan dit wederzijds tot grote teleurstellingen leiden. De universiteiten vragen de Kamer het aantal ambities terug te brengen en daarmee de extra investeringen per ambitie te verhogen. De Nederlandse universiteiten zetten zelf in op studiesucces in de bachelorfase en op internationalisering.

p. 26 Studiesucces
De universiteiten hebben studiesucces in de bachelorfase tot prioriteit gemaakt. Daarmee willen zij vooral extra investeren in meer kleinschalige en stimulerende leeromgevingen om de leerervaring en -resultaten van de studenten substantieel te verbeteren. De universiteiten waarderen de steun voor hun beleid in de Strategische Agenda, maar hadden gehoopt dat de minister hiervoor meer financiële ruimte zou scheppen.
Zo trekt dit kabinet in 2008 voor de universiteiten €1,3 miljoen extra uit om het studiesucces in de bachelorfase te vergroten. De ambities hierbij zijn hoog. Zo zou de agenda het verhogen van de docent/student ratio mede mogelijk maken (p. 24). Bescheiden verwachtingen zijn hier echter op zijn plaats. Voor de 200.000 studenten op de universiteiten, betekent dit een impuls van €6,50 per student. Hiermee kan één extra docent op 9000 studenten worden aangesteld. Deze middelen lopen in 2011 op tot €32,3 miljoen extra; dat is één docent extra per 400 studenten. Natuurlijk zijn alle bijdragen meer dan welkom, maar de verhouding tussen investeringen en de gestelde ambities zijn hier niet passend. De universiteiten pleiten dan ook voor een grotere impuls, zodat de hoge verwachtingen ook daadwerkelijk waargemaakt kunnen worden.

p. 28 Excellentie
De minister heeft de beschikking over €50 miljoen uit de FES-gelden gekregen, in te zetten voor het bevorderen van excellentie in het onderwijs. De universiteiten verwelkomen dit extra geld van harte. Zij pleiten hierbij voor het breder inzetten van het geld dan in de Strategische Agenda wordt voorgesteld.
De minister wil het geld alleen inzetten voor voorstellen die meer uitdaging bieden aan de ‘beste’ universitaire studenten. Hij onderbouwt deze keuze door te verwijzen naar het CPB-onderzoek ‘Excellence for productivity’ (juni 2007), waarin aangetoond zou worden dat investeren in de beste studenten economisch loont (p. 22). Het genoemde CPB-onderzoek laat echter ook zien dat er economische winst is te behalen door te investeren in het slimste kwart van alle Nederlandse leerlingen; dit betreft ruwweg het gehele hoger onderwijs. Het gaat het CPB dus ook om extra investeringen in alle studenten, en niet alleen in de beste.
VSNU pleit er dan ook voor deze investering voor excellentie in onderwijs niet alleen in te zetten voor de beste studenten. Naast voorstellen die differentiatie bevorderen voor de excellente studenten, zouden ook voorstellen gehonoreerd moeten kunnen worden voor excellent onderwijs aan de grote middengroep van studenten en de zwakke studenten. Bij álle studenten excellentie bevorderen – daar gaat het de universiteiten om en dat is ook precies waar CPB-rapport op doelt.

p. 38 Internationalisering
De universiteiten stellen zich de vraag of zij – met deze Agenda – zich ook daadwerkelijk beter internationaal kunnen positioneren. Zeer welkom is in elk geval de aankondiging dat joint degrees (gezamenlijke opleidingen met buitenlandse universiteiten) in 2009 mogelijk worden. Voor de universiteiten zou dat zelfs al in 2008 mogen, want men zit er echt op te wachten. Het geeft de universiteiten meer mogelijkheden zich internationaal te ontplooien. Ook voor de Europese uitwisselingsprogramma’s zijn joint degrees van groot belang, zodat meer studentenmobiliteit mogelijk wordt.
Buiten deze belangwekkende maatregel blijven echte impulsen in internationalisering achter. Tegenover de hoge ambities in de inleiding staat slechts een zeer beperkte verhoging van het beurzen-budget voor buitenlandse studenten met €5 miljoen. Dit is onvoldoende om talentvolle studenten te trekken en in Nederland echt een international classroom te bewerkstelligen. Deze international classroom is noodzakelijk om de Nederlandse student optimaal voor te bereiden op de internationale werkomgeving van de komende decennia. Gelukkig kondigt de Minister een internationaliseringsagenda voor het voorjaar 2008 aan. De universiteiten vragen de Kamer ook extra middelen voor deze internationaliseringsagenda te reserveren.
OnderzoekHet kabinet vindt dat het wetenschappelijk onderzoek in Nederland zich moet kunnen meten met het beste in de wereld. De universiteiten onderschrijven dat ten volle. De minister zet hiervoor vooral in op de persoonlijke benadering van onderzoekers. Ook die aanpak kunnen de universiteiten ondersteunen, mits een adequate basisfinanciering van de universiteiten gewaarborgd blijft. Die is nodig om de strategische keuzes voor de lange termijn te kunnen faciliteren. Met het huidige beleid wordt dat problematisch. Vooral de grote kennisinfrastructuur heeft een financiële impuls nodig die het huidige budget ver overschrijdt. Alleen met een forse investering kunnen we blijven concurreren op wereldtop niveau.

p. 54 Uitbreiding vernieuwingsimpuls
De minister heeft gekozen voor het uitbreiden van de Vernieuwingsimpuls. De universiteiten onderschrijven het belang van dit instrument. Zij blijven echter benadrukken dat versterking hiervan niet ten koste had mogen gaan van de vrije bestedingsruimte van universiteiten. Het akkoord dat zij hierover in september met de minister hebben gesloten, betekent niet dat dit van harte is gegaan. De pijn is door het akkoord alleen wat verzacht doordat de korting deels later ingaat.
De minister benadrukt dat de universiteiten de aangewezen partij zijn om strategische keuzes te maken voor de lange termijn. Wanneer het budget dat hiervoor nodig is voor een steeds groter deel opgaat aan matchingsverplichtingen, wordt dat zeer moeilijk.

p. 56 Kennisinfrastructuur
De keuzes waar universiteiten mede voor staan, betreffen vaak zeer grote investeringen, met name in de grote kennisinfrastructuur. In de onderwijsbegroting is daarvoor €10 miljoen gereserveerd. Hiervan kan slechts een fractie van de al ingediende aanvragen voor grote faciliteiten worden gehonoreerd (ter illustratie: er ligt nog voor €2 miljard aan aanvragen van onderzoekers). Voor het doen van toponderzoek zijn dit soort faciliteiten van levensbelang. De enorme investeringen die ermee gemoeid zijn, gaan het budget van de universiteiten ver te boven. Hiervoor is echt een grotere financiële impuls van de overheid nodig.

p. 55 Graduate schools
De universiteiten staan welwillend tegenover de plannen van de minister met Graduate Schools. De VSNU staat een gedifferentieerde benadering van promovendi voor; daar vormt een graduate school een welkom onderdeel van. Duidelijk moet echter zijn dat er op universiteiten veel programmatisch onderzoek wordt verricht, dat niet in een opleidingsmodel past. Voor dat onderzoek zullen ook in de toekomst aio’s nodig zijn. ‘); // –>



Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK