ISO kritisch over strategische agenda

Nieuws | de redactie
5 december 2007 | Minister Plasterk kiest er terecht voor de uitval van studenten in de bachelorfase te bestrijden en de docent weer op een voetstuk te plaatsen. Maar in de uitwerking van het beleid is hij niet consequent, schrijft het ISO in een reactie.



De minister stelt in zijn beleid een breed scala aan hervormingen voor. Zo wil hij het studiesucces in de bachelorfase verhogen, de uitval aanpakken en de kwaliteit van het onderwijs naar een hoger niveau brengen. Ondanks dat het ISO zich met deze uitgangspunten kan verenigen, vindt het ISO dat de minister toch een aantal negatieve maatregelen voorstelt.

Het ISO ziet niets in collegegelddifferentiatie als middel om excellentie en kwaliteit te bevorderen. Het beroept zich hierbij op de tussenrapportage van commissie Ruim baan voor talent. Er is weinig bewijs dat er een correlatie tussen deze twee begrippen zou zijn. Het enige effect dat zou kunnen optreden is de negatieve uitwerking zoals die staat beschreven in de SA: de mogelijke uitholling van reguliere opleidingen. Ook als het gaat om collegegelddifferentiatie voor alleen de master heeft het ISO grote bezwaren. De experimenten rondom opening van het bestel wijst het ISO af. Er is nog geen bewijs gevonden dat dergelijke maatregelen bijdragen aan het bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs.

Als het gaat om toezicht op de hoger onderwijssector vraagt het ISO in deze reactie wederom aandacht voor de Hoger Onderwijs Autoriteit (HOA). In mei 2007 bracht het ISO de notitie ‘Zuiver op de Graad’ uit waarin een advies staat over de vorming van de HOA. De ontwikkeling van de HOA is gericht op het integreren van verschillende organisaties zoals de Onderwijsinspectie, CFI en de NVAO of onderdelen daarvan. Het ISO denkt daarmee de bureaucratie in de registratie en controle enorm te verminderen. Deze autoriteit moet een duidelijk gezicht krijgen, niet alleen voor de hogescholen en universiteiten, maar ook voor studenten.

Het ISO vindt het een gemiste kans dat de minister het bekostigingsakkoord van de onderwijskoepels niet volledig heeft overgenomen. Het hoofdlijnenakkoord is zo opgesteld dat letterlijke overname in de SA mogelijk zou zijn. Door deze bewoordingen aan te passen ontstaan er toch weer twijfels bij de uitleg van het bekostigingsvoorstel in de SA.

Op het gebied van medezeggenschap ziet het ISO nog veel mogelijkheden voor deze minister. Het ISO zal hier zelf aan bijdragen door middel van een notitie die binnenkort verschijnt. Hierin zal onder andere de mate van inspraak van de medezeggenschap, de relatie met college van bestuur en de facilitering aan bod komen. Daarnaast wil het ISO het belang van opleidingscommissies onderschrijven. Op dit moment functioneren veel opleidingscommissies nog niet naar behoren terwijl deze commissies een belangrijke spil zouden moeten zijn in de interne kwaliteitszorg van instellingen.

Als het gaat om het bindend studieadvies (BSA) wil de minister gaan kijken naar het verruimen van de mogelijkheden. Deze gedachte staat wat het ISO betreft haaks op de voornemens voor groter studiesucces en minder uitval. Studenten in hun tweede of derde jaar van het programma te blokkeren om verder te gaan is pedagogisch en op lange termijn ook economisch onverantwoord en onwenselijk. Het ISO is dus tegenstander van de mogelijkheden tot verruiming tot het geven van een Bindend Studie Advies (BSA).

De SA is wat betreft internationalisering zeer beknopt. Wil Nederland zich echter op dit gebied echt gaan ontwikkelen, is er vanuit het departement meer sturing nodig. Op dit moment zijn er weliswaar veel mensen mee bezig, maar dan wel op eilandjes. Internationalisering is een groot speelveld waarin we beter moeten samenwerken om bepaalde doelstellingen te kunnen realiseren.

De voornemens in de SA wat betreft aansluiting tussen onderwijssectoren worden door het ISO ondersteund. Op dit moment schiet dit beleid ernstig tekort, waardoor er weinig terecht komt van het vormgeven van doorlopende leerlijnen. Om dit beleid te ondersteunen moet de regie van het systeem weer in één hand genomen worden. Te vaak vinden ontwikkelingen in het onderwijs parallel plaats zonder dat er goede afstemming plaatsvindt. Als er naar wordt gestreefd de deelname te vergroten, studiesucces te maximaliseren en aansluitingsproblemen te beperken moet vooral het gehele onderwijs in samenhang worden benaderd. Het ISO ziet de afspraken met de koepels hieromtrent graag tegemoet.

Het ISO onderschrijft het belang om studenten te enthousiastmeren zodat zij zelf een meer actieve houding met betrekking tot het onderwijs aannemen. Om die reden heeft het ISO in samenwerking met de KNAW de invoering van ‘Akademie assistenten’ geïnitieerd. Dit past in het beleid van het ministerie waarin nieuwe maatregelen worden aangekondigd die zich onder meer richten op de kwaliteit, de variatie en de uitdaging in het hoger onderwijs.

In de SA wordt op veel plaatsen gerefereerd aan excellentie. Het ISO is zeker geen tegenstander van specifieke projecten om ‘excellente’ studenten meer uit te dagen. Toch wil het ISO ook blijvend aandacht vragen voor studenten die met moeite een ‘6’ kunnen halen en voor instellingen dan wel opleidingen die alles in het werk stellen om deze groep studenten een diploma te laten behalen. Het gaat erom dat studenten zich tijdens hun opleiding zo goed mogelijk ontwikkelen. Daarbij is het dus net zo ‘excellent’ om een student van een ‘5’ naar een ‘6’ te tillen, als dat een student van een ‘7’ naar een ‘8’ gaat. Daarnaast valt deze doelstelling binnen de doelstelling om in 2020 50 procent van de beroepsbevolking hoger opgeleid te hebben.

Het ISO geeft in deze notitie een kritische reactie op de strategische agenda. Toch is het ISO niet overwegend negatief op de beleidsvoornemens van de minister. Op zowel bekostiging als accreditatie volgt de minister het onderwijsveld, dat hier zelf met een akkoord is gekomen. Het vertrouwen wat de minister in het veld heeft, wordt door het ISO gewaardeerd. Tenslotte is het ISO blij met de algemene koers die deze minister wil gaan varen: er moet meer aandacht zijn voor kwaliteit, meer bevolkingsgroepen moeten gaan participeren in het hoger onderwijs en de uitval moet worden teruggedrongen. Het is nu aan het departement om deze voornemens om te zetten in concreet beleid waarmee er echt iets kan gaan veranderen. Alleen op deze manier kunnen de ambitieuze doelen die in deze agenda worden gesteld in 2012 worden bereikt.

De volledige reactie op de strategische agenda van OCW voor het hoger onderwijs leest u hier.





Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK