Dijsselbloem maakt politiek overbodig

Nieuws | de redactie
15 februari 2008 | PvdA-Kamerlid Dijsselbloem heeft met zijn parlementaire onderzoekscommissie 20 jaar onderwijsbeleid op de schroothoop gegooid. Basisvorming, tweedefase en vmbo zijn niet meer dan de foute bedenksels van monomane bewindslieden, die via het onderwijs meer maatschappelijke kansen voor iedereen wilden creëren en onbeschroomd de scholen naar hun pijpen lieten dansen. Terwijl de leraren geslachtofferd werden door procesmanagers.

Regievoerders experimenteerden met de leerlingen en zetten zo de toekomst van Nederland op het spel. Het parlement sliep decennialang rustig door tot de heren Verbrugge, Dijsselbloem en Plasterk het land wakker kusten, hun sociaaldemocratische broeders tot openbare excuses dwongen en de terugkeer naar de veilige school van vroeger beginnen kon.

De oplossing die Dijsselbloem aandraagt is een centralistisch onderwijsbeleid waarin de overheid de inhoud van alle vakken gecanoniseerd vastlegt. De autonome leraar mag in de beslotenheid van zijn klaslokaal zelf beslissen hoe hij dit leerplan aan zijn leerlingen uitlegt; zijn academische opleiding in kennis en kunde van de canon die hij doceert, garandeert kwaliteit. Doordat ook in het voortgezet onderwijs de nadruk op de basisvaardigheden rekenen en taal komt te liggen, springt het niveau van dit onderwijs met sprongen omhoog, de belangstelling voor bèta & techniek – ook van meisjes – stijgt, alle eerstejaars komen voortreffelijk geëquipeerd hbo en universiteit binnen en het aantal uitnemende ambachtslieden van eigen bodem neemt spectaculair toe.

Om te voorkomen dat leraren en leerlingen opnieuw het slachtoffer worden van vage vernieuwingsideeën, verplicht Commissie Dijsselbloem de scholen te werken volgens het adagium dat in onderwijs vorm inhoud volgt. Nieuwe werkvormen mogen uitsluitend toepassing vinden als wetenschappers bewezen hebben dat ze effectief zijn. ‘De commissie juicht de in Nederland aanwezige diversiteit in scholen toe’, zelfs nieuw leren mag, tot het bij de verplichte controlevragen door de mand valt net als nieuw beleid – de maatschappelijke stage voorop want ook daarvoor ontbreken probleemanalyse, overtuigend bewijs dat de interventie nodig is, afweging tegen alternatieven en wetenschappelijke validering. ‘Degenen die geacht worden de vernieuwing in de praktijk uit te voeren’ zijn al net zo min ‘actief betrokken geweest bij de totstandkoming’ van de 72 uur maatschappelijk meedoen als leraren Nederlands en wiskunde bij de Expertgroep die de leerstandaarden voor hun vak opstelde of geschiedenisdocenten bij Van Oostrom’s canon. Omdat ook frontaal klassikaal onderwijs geen wetenschappelijk fundament heeft, gaat het Nederlandse onderwijs onderzoek dit varken nogmaals wassen en pijlsnel valideren wat de internationale wetenschap nooit voor elkaar gekregen heeft.

De blauwdruk voor onderwijsbeleid die Dijsselbloem formuleert, maakt gelukkig de politiek overbodig. Zijn puur technocratische aanpak verdraagt geen maatschappelijke betrokkenheid, geen ideologie, geen ambities en al helemaal geen toekomstdromen. Echte lessen van echte docenten volstaan. Wat dat zijn, heeft de wetenschap nog nooit beschreven, echte lessen bestaan net als echte docenten alleen als gemeenplaats, als cliché. De echte les is net zo’n mythe als de echte leraar. Wel zeker is dat ‘The quality of an education system cannot exceed the quality of its teachers’. McKinsey & Company poetst deze oude wijsheid weer eens op in ‘How the world’s best- performing schoolsystems come out on top’ (2007). En dan pas treedt de ultieme treurnis van Dijsselbloem’s wijsheden uit de coulissen. Elk onderwijs is zo slecht als de leraren, onderwijs dat beter presteert dan de docenten bestaat niet. 

Wilma Cornelisse


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK