Van Thijn: ‘Onthullend, zelfs voor mij’

Nieuws | de redactie
25 februari 2008 | Premier Den Uyl plande in 1973 zijn regeringsverklaring zo, dat oppositieleider Wiegel niet klem kwam te zitten met zijn huwelijksreis. Dit en andere opmerkelijke feiten en inzichten kwamen naar voren in pittige discussies van promovenda Anet Bleich met de hoogleraren uit haar promotiecommissie. Onder hen grote namen als James Kennedy, Uri Rosenthal, Jos de Beus en Van Thijn, Den Uyl vroegere schildknaap. Dr. Bleich duidde in de discussie met hen premier Den Uyl als “het slachtoffer van partijleider den Uyl, van zijn eigen polarisatiefilosofie en het maatschappelijk klimaat van zijn tijd.”

In de gedachtewisselingen kwam een heel andere Joop den Uyl naar voren dan vaak gedacht en herdacht. Zo was hij als machtspoliticus weinig gelukkig, vaak onhandig, en Den Uyl had daarnaast als politiek vakman veel collegiale gevoelens voor zijn opponenten, zoals Hans Wiegel. “Zij hadden zelf echt niet het idee dat zij elkaars doodsvijanden waren.” Tegenover KVP-politici als Frans Andriessen en Dries van Agt was Den Uyl echter “in persoonlijke zin niet altijd erg verstandig of depolariserend geweest in zijn houding en gedrag,” concludeerde Bleich.

Opvallend was hoe de biografe het beeld en de reputatie van Den Uyl als ‘rode drammer’ interpreteerde. “Hij was helemaal geen goed machtspoliticus, maar wel iemand die werkte door argumenteren, eindeloos soms. Daarin wilde hij ook nogal eens veel herhalen hoe híj het zag en wat zíjn motieven waren. Dit kwam als gedram over, maar hij deed dit vaak om zichzelf ook te overtuigen van de juistheid van zijn visie en politieke inzet. Dat had hij nodig, omdat Den Uyl daar steeds aan twijfelde.”

Geen wonder dat prof. Van Thijn erkende, dat het boek “onthullingen bevat, zelfs voor mij.” Hij vroeg naar de visie van Bleich op Den Uyls onverhoeds teruggeven van zijn formatieopdracht op het moment, dat zijn partijcongres hem volledig zou steunen in de laatste concessies aan het prille CDA voor de komst van ‘het tweede kabinet-Den Uyl’. Zij kaatste terug: “Dat is meer een wedervraag aan u, want anders an ik alleen speculatief antwoorden waarom hij dit toen deed. U zult hem destijds hier toch wel over gesproken hebben? En als ik ook uit de gesprekken die ik met u –en met anderen- geen sluitend motief voor die handeling ontwaren kan, dan is de vraag moeilijk te beantwoorden.” [ Van Thijn was de fractieleider van de PvdA en onderhandelde dus in 1977 namens die partij met het CDA en met formateur Den Uyl.]

Scherpst was prof. Van Sas in zijn vragen. Hij vond de analyse van de Lockheed-affaire rijk van inhoud maar eigenlijk onaf. Bleich repliceerde met een vlijmscherpe, bondige conclusie: “Ja, Den Uyl is de redder van de monarchie geweest. Want als Beatrix geweigerd had koningin te worden, had de omkoping door Northrop niet langer verborgen gehouden kunnen zijn voor de publiciteit. De felle polarisatie en schok die dit rond het koningschap had opgeleverd, wilde Den Uyl voorkomen. ‘Dit kan ik er niet ook nog bij hebben, bovenop Lockheed,’ moet hij gedacht hebben. Daarom hield hij die tweede zaak geheim, iets dat volstrekt tegen zijn principe van openheid in staatszaken in druiste. Den Uyl heeft een doodzonde begaan -in zijn eigen ogen ook- om de monarchie te redden.”

Knap was tenslotte hoe de promovenda beleefd maar wel scherp wist te antwoorden op de pietluttige vragen van prof. Blom naar de binnenflaptekst van haar boek, waar de uitgever verantwoordelijk voor was. Dat zij daarbij toch hoffelijk bleef werd ter plekke “een wetenschappelijke prestatie van formaat”genoemd.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK