De evidence ligt voor het oprapen

Nieuws | de redactie
11 maart 2008 | Moet de politiek zich wel met onderwijsvernieuwingen bemoeien? Onderzoek wijst erop dat Dijsselbloem c.s. verkeerde oplossingen voorstellen, zo analyseert Fontys-lector Peter Teune.  “Dijsselbloem pleit voor meer toetsen en meer evidence-based onderwijs. Wel, de evidence wijst erop dat veel toetsen leidt tot oppervlakkig leren”.

In het kader van het debat met Dijsselbloem aan de HAN waarschuwt Fontys-lector Peter Teune voor een overmaat aan toetsen: “Dijsselbloem pleit voor meer toetsen en meer evidence-based onderwijs. Wel, de evidence wijst erop dat veel toetsen leidt tot oppervlakkig leren”.

Als lector aan Fontys houdt Peter Teune zich bezig met de ontwikkeling van nieuwe leerarrangementen. Bij het rapport Tijd voor onderwijs heeft hij mixed feelings. “Aan de ene kant is het goed dat een keer gezegd wordt dat innovatie zonder begeleiding tot een mislukking leidt. De afgelopen jaren zag je dat vaak: dat de politiek iets nieuws bedacht, en dat het onderwijsveld maar moest zien hoe ze dat uitvoerde. Dat kan natuurlijk niet. In het bedrijfsleven zou daar ook hartelijk om gelachen worden. Aan de andere kant vind ik dat de oplossingen aan de verkeerde kant worden gelegd, namelijk door dingen vast te leggen. Mijns inziens zouden ze het meer bij de docent moeten leggen.

Het stoort me ook dat er wordt gesuggereerd dat er totaal geen evidence is. Er is evidence, en die ligt voor het oprapen. Zo weten we bijvoorbeeld dat veel toetsen oppervlakkig leren oplevert. In Engeland is onderzoek naar de sciencetoets. Die toets bevordert de kwaliteit van het onderwijs niet. Docenten zijn zo angstig voor die toets dat ze de kinderen gaan drillen. Het effect laat zich raden: kinderen gaan vluchten voor science, en de hoogbegaafden in de klas gaan zich te pletter vervelen.

Men gooit leerlingen op een grote hoop. Het zijn niet allemaal intellectuelen. Degenen die nu over het onderwijs discussiëren, hebben allemaal een goede onderwijscarrière gehad. Dan is het niet erg om toetsen te krijgen. Maar als je niet goed kunt leren, dan is het heel frustrerend om vaak toetsen te moeten doen en steeds maar weer slecht te scoren. Kinderen worden dan voortdurend geconfronteerd met hun eigen falen. Voor dergelijke leerlingen zul je andere vormen moeten bedenken”.

Kun je eigenlijk wel zonder toetsen?
“Ik zeg niet dat je helemaal niet zou moeten toetsen. De CITO-toets vind ik als monitor niet slecht. Maar als het als diagnose gebruikt wordt, dan wordt het toch wel een beetje angstig. De CITO- toets in groep 8 is bijna een soort centraal schriftelijk examen geworden. Dat de CITO-toets in de praktijk zo is gaan werken, dat ligt natuurlijk niet aan het CITO. Het gaat om een gegroeide praktijk. Maar niet een die wenselijk is. In het Engels noemen ze dergelijk onderwijs testdriven education. Die uitdrukking is niet complimenteus bedoeld.

Ik vind dat je best mag testen, maar de docent moet diagnosticeren. Artsen huren toch ook geen testbureaus in om te diagnosticeren? Docenten weten zelf het beste hoe ze kinderen tot diepergaand leren kunnen brengen. Testen zijn niet meer dan een hulpmiddel.

Dijsselbloem wil meer testen en toetsen. Maar de kwaliteit van het onderwijs is niet afhankelijk van dat soort onderwijs. We weten dat feedback het meest krachtige middel is om te leren. Bij peuters en kleuters doen we dat ook. Maar zodra een kind lang op school zit, laten we die feedback weg. Ook als een kind een 6- haalt voor een toets, gaan we vrolijk verder en denken we dat het kind het geleerd heeft. Dat is een illusie, maar een illusie die leeft. Je moet kinderen helpen bij het leren, kinderen willen wel. Maar als school voorbereiding wordt op testen, wordt het bij wijze van spreken een soort dwangarbeid”.

U wilt onderwijsvernieuwing grotendeels bij de docent leggen. Hoe krijg je docenten zover dat ze het onderwijs gaan vernieuwen?
“Ik denk dat docenten best willen vernieuwen, maar je moet ze daarvoor wel hulp bieden. Een topdown-benadering werkt daarbij niet, weten we ook uit onderzoek op Fontys. Als je docenten vertelt wat ze moeten doen, dan zetten ze de hakken in het zand. Anderzijds: als je zaken neerlegt bij teams van docenten, dan willen ze wel. En als je ze individueel feedback geeft, zijn ze enorm geïnteresseerd. Net als bij kinderen, is ook voor docenten feedback de meest efficiënte manier van leren”.

Onder begeleiding van Peter Teune werkt onderwijsadviseur Daniëlle de Boer aan een proefschrift over succes- en faalfactoren bij onderwijsvernieuwingen. Ze kijkt daarbij naar de innovatievoortgang van Fontys over het geheel van de opleidingen. “Er is wel veel bekend over onderwijsvernieuwing, maar vaak gaat het om didactisch onderzoek met heel kleine groepen studenten. Ook zijn er veel effectstudies gedaan naar wat werkt, maar jammer genoeg lees je niet in die studies hoe docenten hun resultaat bereiken. In mijn onderzoek wil ik met name kijken naar de vraag hoe je onderwijsvernieuwingen tot stand kunt brengen in een complexe organisatie. Hoe kun je inhoudelijke vernieuwing koppelen aan de processen die in zo’n grote organisatie lopen? Hoe kom je met het geheel van de instelling op een hoger plan? Daar is nog weinig onderzoek naar gedaan”.




Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK