Onafhankelijkheid accreditatiestelsel in gevaar?

Nieuws | de redactie
18 maart 2008 | Eind deze maand debatteert de Tweede Kamer over plannen van minister Plasterk om het accreditatiestelsel te hervormen. Voormalig Inspecteur Generaal en UU- voorzitter Jan Veldhuis heeft forse vragen bij deze voorstellen.“Het is mij onvoldoende duidelijk hoe OCW onafhankelijkheid in de praktijk wil vormgegeven”.

In februari stuurde minister Plasterk een voorstel naar de Tweede Kamer tot hervorming van het accreditatiestelsel. Kern van het voorstel: naast opleidingsaccreditatie komt er ook instellingsaccreditatie. Ook is OCW genegen de bureaucratielast voor de instellingen te verminderen.

Er zijn weinig mensen die zich al zo lang met kwaliteitszorg in het hoger onderwijs bezig houden als Jan Veldhuis. “Ik reageer niet zozeer als QANU- voorzitter. Het is meer dat ik op grond van mijn jarenlange ervaring zorgen heb over het stelsel”, zegt hij tegen ScienceGuide. “Mijns inziens moeten we in deze discussie op vooral twee zaken goed letten: onafhankelijkheid en vergelijkbaarheid.

Voor wat betreft de onafhankelijkheid: het is in ieder systeem goed om periodiek iedere opleiding een externe, onafhankelijke beoordeling te laten ondergaan. In het  wetenschappelijk onderwijs en onderzoek – waar ik me nu even toe beperk, want die ken ik het beste – moet die beoordeling zowel nationaal als internationaal verricht worden. Die onafhankelijkheid van het kwaliteitszorgsysteem zul je moeten borgen. En ik ben niet helemaal zeker of dat in de voorstellen van OCW die nu voorliggen, wel goed gaat. En of ze voldoen aan de Europese eisen.”

Veldhuis wijst daarbij op de volgende elementen in de voorstellen. “Voor wat betreft de instellingsaudit wordt gezegd dat die door de NVAO wordt verricht. De instellingsaudit is dan niet onafhankelijk, want de NVAO is verantwoording schuldig  aan de minister. Van de opleidingsevaluatie wordt gezegd dat die niet verplicht door een VBI hoeft te worden uitgevoerd. Ik heb hier op zich geen moeite mee, maar vraag mij wel af: wie moet dat dan doen? De NVAO? Dat zou dan ook niet onafhankelijk zijn. Er wordt in de voorstellen van OCW alleen kort  gesuggereerd dat buitenlandse visitatieorganisaties hierbij een rol zouden kunnen spelen. Mijn vraag is dan: wie zijn dat dan?”

Over de gewenste vergelijkbaarheid van opleidingen en de beordelingen daarvan vindt Veldhuis de minister nogal vaag. “Hier lees ik erg weinig over. Alleen: ‘Een zekere mate van vergelijkbaarheid is een groot goed’. Dat vind ik een erg vrome passage. Mij wordt niet duidelijk hoe die vergelijkbaarheid vorm wordt gegeven. En dat zou wel moeten. In de huidige situatie loopt een aantal instellingen soms weg van een gezamenlijke beoordeling. In het verleden werden alle Nederlandse opleidingen gezamenlijk beoordeeld, of het nu om scheikunde ging, geschiedenis of psychologie. Daar is de klad in gekomen, want instellingen mogen nu zelf het tijdstip van de beoordeling bepalen. Benchmarking, zoals ze dat met een duur woord noemen, wordt zo wel lastig. Terwijl vergelijkbaarheid toch een groot goed is”.


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK