Strijd om rekenkwaliteit

Nieuws | de redactie
13 maart 2008 | Een LSVb-steekproef genomen onder ruim 200 pabo-studenten geeft aan, dat velen niet tevreden zijn met hun rekenonderwijs. Bijna de helft van de bevraagde eerstejaars zou geen hulp kunnen krijgen wanneer ze moeite hebben met rekenen. In een gesprek van de studenten met minister Plasterk kondigde deze aan op korte termijn in gesprek te willen gaan met de betrokkenen. Hij wil daarbij ook de pabo-rekentoets onder de loep te nemen. De HBO-raad reageert toornig op de steekproef: "De feiten zijn anders. Elke pabostudent kan na afloop van de toets een diagnostisch rapport krijgen waarin duidelijk staat welke onderdelen hij/zij goed heeft gemaakt en welke niet."

De hogescholenkoepel wijst er op dat de sommen op het niveau van de basisschool soms te moeilijk blijken voor scholieren die zich aanmelden bij de pabo’s en andere opleidingen in het hoger onderwijs. “De pabo’s willen geen concessies doen aan het niveau van de opleiding. Het gaat immers om de leraren van de toekomst. De studenten van vandaag moeten over enkele jaren in staat zijn schoolkinderen te leren rekenen.” Om die reden is met OCW de taal- en rekentoets in gang gezet.

LSVb-voorzitter Westerveld stelt echter vast, dat bij de uitvoering daarvan niet veel verbeterd is volgens haar steekproef: “De klachten die we nu binnenkrijgen zijn exact dezelfde als vorig jaar. Veel instellingen lijken hun onderwijs nauwelijks te hebben verbeterd. We hebben de problemen meerdere malen aangekaart, dat hier niets mee gedaan is, stelt ons erg teleur.” Ook de reken- en wiskundedocenten aan de pabo’s geven aan dat zij grote moeite hebben met de toets en de kritiek van de LSVb daarom onderschrijven. Projectleider Marc van Zanten van het netwerkproject voor rekenen-wiskunde in het primair onderwijs, Panama, zegt daarover: “De huidige toets is een blackbox, waardoor het voor veel studenten niet duidelijk is wat er van hen wordt verwacht. Met een andere toetsvorm is het mogelijk om van meet af aan te werken aan een hoger niveau dan waar studenten nu op worden afgerekend. Wanneer pabo’s daar voldoende contacttijd voor uittrekken, zal dat niet leiden tot hogere uitval.”

Over de bruikbaarheid en kwaliteit van de rekentoets klinken bovendien wisselende geluiden. Het Cto is op zich content, maar erkent wel enkele lastige aspecten. “Omdat het financieel noch organisatorisch haalbaar is om jaarlijks de opgavenbank te verversen of te vervangen, moeten de pabo’s strenge maatregelen nemen om de geheimhouding van de opgavenbank te waarborgen. Het is bijvoorbeeld studenten niet toegestaan om de gemaakte toets achteraf in te zien en na te bespreken met de docent. Ook mogen de pabo’s de toetsen niet als oefentoetsen gebruiken.“

Maar de resultaten zouden de pabo’s niettemin voldoende informatie geven om de onvoldoende rekenvaardige studenten bij te spijkeren: “De rapportages over het toetsresultaat geven professionele vakdocenten voldoende informatie om gericht meer diagnostisch georiënteerde instrumenten in te zetten. Op basis daarvan kunnen zij eventueel benodigde remediëring vormgeven.” Daar denken de vakdocenten binnen de pabo’s echter minder gunstig over. De projectleider van het Panama-netwerk geeft in de rapportage van de LSVb aan dat de rapportage over het toetsresultaat geen bruikbare informatie biedt aan studenten en docenten.

De HBO-raad wijst op nog een ander aspect in deze discussie: de eigen taak van de hogeschool en van de HO-student. “Het aanleren van basale rekenvaardigheden is geen primaire taak van het hoger onderwijs. Dat horen studenten op de lagere en middelbare school te leren.” De koepel zou daarom liever zien, dat de LSVb geen concessies zou willen doen “aan de kwaliteit van het onderwijs en zich samen met hogescholen sterk te maken voor betere waarborgen van de rekenvaardigheid van scholieren die zich inschrijven aan de pabo’s.”

Dit zien de studenten als een wat al te makkelijke afschuifbeweging bij een weerbarstige problematiek: “Volgens ons moet het hoger onderwijs niet de problemen blijven afschuiven op het VO, maar zelf zijn verantwoordelijkheid nemen. Studenten die weinig voorkennis hebben omdat zij jarenlang onvoldoende rekenonderwijs hebben genoten, moeten les krijgen en niet klakkeloos worden weggestuurd. Wanneer de kwaliteit van het onderwijs omhoog moet, zijn toetsen geen redmiddel, meer en beter onderwijs wel.”