Bètamentality

Nieuws | de redactie
23 april 2008 | Hoe kunnen meer studenten worden geïnspireerd voor een toekomst in de bètatechniek? Wat motiveert de verschillende jongeren eigenlijk om wel of niet te kiezen voor zo’n  profiel en perspectief? Het nieuwe Bètamentality-model geeft verrassende inzichten en tools om jongeren te leren begrijpen en hen van daaruit enthousiast te maken. “Zelf leek ik vroeger waarschijnlijk het meest op het type jongere uit dit boek die ze ‘de enthousiaste verkenner’ noemen,” schrijft Robbert Dijkgraaf in zijn recensie van het nieuwe boek van het Platform Bèta Techniek en Motivaction.



“Discussies rond bètatechniek zijn vaak heel eendimensionaal. En dat terwijl in feite heel verschillende aspecten van bètatechniek een rol spelen bij de keuzen van jongeren. Daar moet je van bewust zijn als je jongeren naar bètatechniek wilt trekken, of beter: als je ze wilt wijzen op hun capaciteiten en talenten daarvoor.

In dit boekje komt goed en ook verrassend naar voren hoeveel uiteenlopende  ‘typen’ jongeren er zijn met heel verschillende motieven om bètatechniek te doen. Of niet te willen doen, natuurlijk.  Zelf leek ik vroeger waarschijnlijk het meest op het type jongere uit dit boek die ze ‘de enthousiaste verkenner’ noemen, zo’n jongere voor wie natuurkunde een hobby is, waar je dan later je beroep van mag maken.

De carrièrebèta vind ik ook een interessant type dat hier gepresenteerd wordt. Jaarlijks beginnen bijvoorbeeld zo’n 300 studenten in Cambridge aan een studie wiskunde, meer dan alle studenten in Nederland. De meesten van hen doen dat echt niet om onderzoeker te worden, maar om carrière te kunnen maken in de financiële sector van de Londense City. Die kant van de bètastudies wordt in ons HO wel eens wat vergeten en ik vind het goed dat dit boekje dit type student ook identificeert. Je kunt met een bètastudie ook een zeer lonende carrière hebben.

Overigens mis ik één type bèta in het boekje een beetje, en dat is de ‘harde bèta’. Iemand zoals ik zelf was op de middelbare school. Voor mij konden de vraagstukken niet moeilijk genoeg worden gemaakt, ik wilde altijd meer weten en ging voor het onderzoek. Maar ik realiseer me ook heel goed  dat dit maar een beperkte groep is die al goed op de universiteiten bediend wordt. In de discussies over bètatechniek moet het ook vooral gaan over de vraag hoe we de grote wolk belangstellende jongeren daaromheen kunnen bedienen.

Bèta’s kunnen in allerlei maatschappelijke posities terechtkomen. De een krijgt een idealistische onderzoeksbaan, een ander maakt een bedrijfscarrière, een derde wordt een bevlogen docent. Je hebt bovendien ook heel veel generalisten die iets maar niet alles willen weten. Mensen die bijvoorbeeld bestuurlijk gaan werken, die de politiek in willen, maar ontdekken dat je zonder inzicht in bèta-technische elementen in discussies over bijvoorbeeld het milieu of energie niet ver komt. Die mensen willen wel bèta studeren, maar wel met een ander perspectief dan het doen van fundamenteel onderzoek.

In mijn eigen vakgebied is die brede uitstroom goed te merken, want natuurkundigen komen werkelijk in allerlei banen terecht. En dat is ook begrijpelijk: als fysicus leer je concrete situaties exact modelleren. Dat is een waardevolle eigenschap die je overal kunt gebruiken en waarvoor in vele soorten werk en functies veel belangstelling en kansen bestaan.

Als er iets duidelijk voor mij is geworden uit dit onderzoek naar jongeren en hun denk- en leefwerelden, dan is het wel dit: om jongeren te inspireren, heb je een boeket van verhalen en inspirerende mensen nodig. Je moet dat niet allemaal in een blender gooien en tot een uniforme pap vermalen. Je moet ook niet maar één soort bèta-type als rolmodel presenteren maar rekening houden met vele wensen en verwachtingen onder jongeren.

Ik vind het daarom een goed element in het boekje dat het ook laat zien dat de wetenschap ook iets heel sociaals kan zijn. Je werkt in gemeenschap, je doet het samen. Dat maakt het voor mij ook heel inspirerend. De internationale fysicawereld is toch een hechte vriendenclub. De technologie maakt het ook mogelijk je eigenheid te behouden, terwijl je toch wereldwijd verknoopt bent met elkaar.

In Mumbai zit tegenwoordig een van de beste onderzoeksgroepen ter wereld. Vele van deze Indiërs hebben in de Verenigde Staten of Europa gewerkt, maar uiteindelijk wonen en werken ze liever in Mumbai. Dat kan ook prima, want via de digitale techniek zitten ze op enkele seconden van wie dan ook ter wereld. Kennis is door de enorme technologische ontwikkeling van de voorbije jaren niet meer het monopolie van enkele instituten in de wereld. Plekken zijn nog steeds wel belangrijk, maar het is allemaal meer fluïde dan vroeger.

Ik zie wetenschap dan ook soms als een sociaal laboratorium: zet een groep geïnteresseerde mensen bij elkaar en kijk hoe ze zich gaan organiseren. Het is dus geen toeval dat het web is uitgevonden in een deeltjesversneller waar tienduizend mensen aan hetzelfde experiment moeten werken.

We moeten vanuit dat besef van die sociale kant van de wetenschapsbeoefening af van het beeld van de geniale, onbegrepen wetenschapper die leeft als een soort kluizenaar. In 1919 schreven de kranten al over Einstein en zijn theorie die slechts door drie mensen op de wereld begrepen werd. Dat was toen al grote onzin, want het leeuwendeel van de fysicagemeenschap in de wereld begreep het allemaal heel goed en zag direct de enorme impact. Maar dat werd wel het stereotype en dat is blijven hangen, omdat mensen dat nu eenmaal graag willen denken. De belichaming van dat beeld zie je vandaag weer een beetje in de persoon van Stephen Hawking, iemand die letterlijk met een draadje aan de fysieke werkelijkheid hangt. Dat is toch een beetje een 19e eeuws idee, de romantiek van de onbegrepen kunstenaar of wetenschapper. Die folklore en dat aura zijn natuurlijk prachtig, maken het ook wel een charmant beeld. Maar het is toch echt niet de werkelijkheid van de wetenschap en het werk van de wetenschapper, ook niet in de bèta-techniek. Dat beeld wordt in dit boekje stevig gecorrigeerd.”


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK