Elk seminar in Harvard is een toets

Nieuws | de redactie
21 april 2008 | "Na vijf jaar afwezigheid keer ik als gasthoogleraar terug aan Harvard University of, zoals mijn goede vriend Ben Friedman dat treffend noemt, my home in America. Het lijkt net of de tijd er heeft stil gestaan, terwijl het toch geen gezapige universiteit is."

Prof Sylvester Eijffinger (UvT) is dit semester gast in Cambridge (Mass.) en houdt op ScienceGuide zijn belevenissen en indrukken in het hoger onderwijs van de USA bij.

“Voltijds hoogleraren mogen bij Harvard een dag per week zonder opgaaf van redenen betaalde of onbetaalde nevenactiviteiten verrichten. Dat is weer eens wat anders dan de bekrompen discussie over nevenactiviteiten, die in ons land lijkt plaats te vinden. ScienceGuide heeft mij gevraagd mijn belevenissen op Harvard te beschrijven. Ik zal een poging hiertoe ondernemen. Op maandag is mijn wekelijkse seminar over mijn paper met Carin van der Cruijsen met als titel ‘Actual versus Perceived Central Bank Transparency: The Case of the European Central Bank’, dit keer heel toepasselijk bij Harvard’s Center for European Studies. Carin is een intelligente en hardwerkende promovenda werkzaam bij De Nederlandsche Bank, die in het najaar bij Lex Hoogduin en mij in Tilburg hoopt te gaan promoveren. Er is een goede opkomst en een diepgaande discussie over hoe kennis en percepties van centrale banktransparantie, trust en daardoor inflatieverwachtingen en –percepties beinvloeden.

Het onderzoek is gebaseerd op een CentERpanel survey onder 1800 respondenten en wordt heel positief door de collega’s ontvangen. De discussies zijn hier veel fundamenteler dan in Europa. Elk seminar is een toets door de collega’s hoe goed je werkelijk in je vakgebied bent. Dit toetsen ze ook regelmatig bij elkaar. Het blijft maar doorgaan. Tenslotte beschouwen Harvard en MIT – hier om de hoek – zichzelf met Chicago, Princeton en Stanford als de preservers of the profession. Daarom zijn dit op economisch gebied de beste universiteiten in de wereld.

Nevenactiviteiten niet ontmoedigd
Dinsdag is mijn onderzoeksdag die ik doorbreng in mijn kantoor bij het National Bureau of Economic Research (NBER) op Massachusetts Avenue, onderbroken door een lunch met een collega. De collega’s van Harvard zijn zo vaak buiten de deur en op reis dat zij onderling ook lunchafspraken maken. Nevenactiviteiten worden niet ontmoedigd, maar juist gestimuleerd om de externe positionering en zichtbaarheid van Harvard te vergroten. Contractueel mogen voltijds hoogleraren bij Harvard een dag per week zonder opgaaf van redenen betaalde of onbetaalde nevenactiviteiten verrichten. Dat is weer eens wat anders dan de bekrompen discussie over nevenactiviteiten, die in ons land lijkt plaats te vinden. Zelf ben ik altijd een voorstander geweest van volledige openheid en transparantie bij het uitoefenen van nevenactiviteiten, maar de minister van OCW en de universiteiten moeten niet hieraan teveel beperkingen en regels opleggen.

Woensdag is eerst de workshop over International Economics, waarbij een collega van een andere – meestal Amerikaanse – universiteit op informele wijze zijn nieuwste werk presenteert. De discussies zijn hier hard en inhoudelijk, maar wel fair en zakelijk. Men laat zich echt niet met een kluitje in het riet sturen, maar anderzijds probeert men op constructieve wijze het paper verder te verbeteren. In de avond is er onder leiding van NBER- president Marty Feldstein de workshop The Economics of National Security onder het genot van een diner in de Harvard Faculty Club. Vrije tijd en werk lopen hier op natuurlijke wijze in elkaar over en zo hoort het ook in de wetenschap.

Dit keer komt de Undersecretary of Defense spreken over de wijze waarop hij het personeelsmanagement in het Amerikaanse leger tracht te verbeteren. Deze ervaren bewindspersoon is gepromoveerd in de economie bij Yale University en heeft jarenlang bij de Rand Corporation gewerkt. Dat is te merken ook gegeven het feit dat hij een gloedvol betoog van een vol uur – zonder de door zijn ambtenaren gemaakte powerpointpresentatie – uit zijn hoofd houdt en zonder de hulp van enig ambtenaar de lastige vragen van de aanwezigen op overtuigende wijze en met verwijzingen naar de economische literatuur kan beantwoorden. Komt daar in Nederland eens om!

Nobelprijs voor Stalin?
Op donderdag is de wekelijkse Faculty lunch op de hoogste verdieping van het Littauer-gebouw, het domein van het Economics Department. Er wordt nauwelijks over administratieve zaken gesproken en vrijwel alleen over nieuw onderzoek. Aan elke tafel discussiëren collega’s over actuele en relevante problemen, waarbij direct een model wordt geschetst dat deze problemen analyseert en oplost. Het is hier geen ivoren toren economie, zoals vaak bij Europese universiteiten het geval is. Dat heeft ook te maken met de mobiliteit van de economen hier, die als chief economist bij het IMF of de Wereldbank of bij de Council of Economic Advisers werkzaam zijn geweest.

Dit keer heb ik een uitvoerige discussie met de recente Nobelprijswinnaar voor de Economie Roger Myerson en de wellicht toekomstige winnaar van deze prijs Alvin Roth over hoe dictators als Dzenghis Kahn en Stalin hun macht organiseerden en er altijd voor zorgden dat zij een groep van vertrouwelingen om zich heen hadden, die zij altijd beloonden en die daardoor loyaal aan hen bleven. Roger heeft voor zijn paper zelfs de (geheime) archieven van beide dictators geraadpleegd en is nu bezig met de theoretische modellering hiervan. Dit geeft aan hoe serieus deze economen hun onderzoek opvatten.


Sky the limit
Vrijdag en zaterdag zijn meestal gereserveerd voor de conferenties die vaak op het NBER hoofdkantoor plaatsvinden, waarbij actieve en jonge onderzoekers uit de VS en soms ook uit Europa hun laatste papers voor een groep van twintig tot dertig deskundigen presenteren. Dit keer is er een conferentie van de politiek economen georganiseerd door Alberto Alesina. De onderwerpen varieren van ‘Press Coverage and Political Accountability’ en ‘Political Entry, Public Policies, and the Economy’ tot ‘Self-Esteem, Moral Capital, Wrongdoing’. Vooral dat laatste paper maakte veel discussie los en probeert met een buitengewoon knap en origineel model te analyseren waarom en op welke wijze individuen al dan niet endogene drempels voor hun moreel gedrag hebben.

Politieke economen beschouwen zoals Alberto dat terecht uitdrukt de sky as the limit. Dat is heel andere koek dan de politieke economie in Europa, die op een beschrijvende en soms literaire wijze wordt beoefend. Alleen op zondag zijn er ogenschijnlijk geen activiteiten, ook al blijven op de rustdag de emails en papers binnenstromen. Ik ben ervan overtuigd dat menig collega ook op de dag des Heren door blijven gaan met denken en schrijven. Ook dan blijft het maar doorgaan bij Harvard. It never stops!

Sylvester Eijffinger is hoogleraar Financiele Economie aan de Universiteit van Tilburg en gedurende het voorjaarsemester gasthoogleraar bij Harvard University










Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK