Bos steeds beter tegen CO2

Nieuws | de redactie
23 juni 2008 | Ondanks intensief gebruik nemen Europese bossen een fors deel op van de CO2-emissies en dragen zo bij aan het vertragen van de opwarming van de aarde. In de afgelopen 50 jaar hebben de Europese bossen zich ontwikkeld tot opslagplaatsen van koolstof, dankzij komt een veel duurzamer beheer.

Europese onderzoekers, waaronder medewerkers van Alterra van Wageningen URanalyseren dit in een grootschalig onderzoek daarnaar, waarover in het julinummer van Nature Geoscience verslag gedaan wordt.

De onderzoekers verwachten dat de relatief jonge Europese bossen de komende decennia nog veel meer koolstof kunnen opnemen, als de houtoogst op het huidige peil blijft. De afgelopen jaren absorbeerden deze bossen meer dan tien procent van de CO2-emissies in Europa. Als de toegenomen vraag naar biobrandstof leidt tot een intensiever gebruik van de bossen, kan de natuurlijke opslag van koolstof afnemen, waarschuwen de onderzoekers.

De bossen in Europa worden intensief gebruikt voor recreatie, bescherming van grondwater, bescherming tegen lawines en natuurlijk ook voor houtproductie. Naast de oogst van hout voor de bouw en voor de papierproductie, wordt ook biomassa gewonnen uit takken, boomtoppen of zaagafval.

Sinds 1950 verdubbelde de staande biomassa in alle lidstaten van de EU. Deze onverwachte groei kan worden toegeschreven aan een combinatie van factoren: herstel van het Europese bos na overexploitatie voor en in de Tweede Wereldoorlog, aanplant van bos, duurzaam bosbeheer en stikstofdepositie. Ook het bemestingseffect door de toegenomen atmosferische CO2 concentratie en de langere groeiseizoenen hebben zeker bijgedragen aan deze spectaculaire groei. Anderzijds bleef de houtoogst relatief constant waardoor het voor de bossen mogelijk werd om grote hoeveelheden koolstof op te slaan.

Het grote onderzoek omvatte een analyse van de gegevens van nationale bosinventarisaties over de afgelopen vijftig jaar. In een bosinventarisatie worden op duizenden proefvlakken de diameter en hoogte van de bomen opgemeten. Deze inventarisaties worden elke 10 jaar herhaald en stellen onderzoekers in staat om de houtproductie en biomassa te schatten.  Aan het onderzoek deden onderzoekers mee uit Frankrijk, Nederland, Italië, Finland, België, de VS, Duitsland, Noorwegen en Roemenië. Uit Wageningen zijn dr.ir. Mart-Jan Schelhaas en dr.ir. Gert-Jan Nabuurs bij het onderzoek betrokken geweest.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK