Kusttoerisme in de toekomst

Nieuws | de redactie
4 september 2008 | Kustgebieden staan niet alleen onder druk door wind en water, maar ook door toerisme. Martijn Smeenge zet de problemen en uitdagingen van deze sector op een rijtje in de eerste aflevering van de NHTV Expertise Series. Op ScienceGuide leest u een voorbeschouwing van de auteur.



De kust. Al decennia lang dé toeristische bestemming, zowel nationaal als internationaal. Massa’s toeristen drommen bij goed weer samen langs relatief kleine kuststroken om te genieten van zon, zee en zand. Toch is niet alles even florissant. Dikwijls hebben kustgebieden te kampen met problemen als congestieverschijnselen, weersafhankelijkheid, een steeds veeleisender wordende consument, een groei van de internationale concurrentie, gebrek aan innovatie, veroudering van het product en een beperkte mogelijkheid tot uitbreiding (www.projecten.nederlandleeftmetwater.nl). Dit geldt zeker voor de regio Zuidwest- Nederland. Een kwaliteitsimpuls van het toerisme aan de kust is derhalve hier, maar ook elders in internationale kustzones, zeker geen overbodige luxe.

In de rijksnota “Pieken in de Delta; Gebiedsgerichte Economische Perspectieven” (Ministerie van Economische Zaken, 2004) geldt kusttoerisme als één van de drie speerpunten van beleid voor Zuidwest-Nederland. Een versterking en ontsluiting van de kennisinfrastructuur op het terrein van kusttoerisme is hierbij één van de programmalijnen. NHTV internationaal hoger onderwijs Breda probeert in samenspraak met de Hogeschool Zeeland (HZ) onder de vlag van het Kenniscentrum Kusttoerisme invulling te geven aan deze programmalijn. De diepgaande inventarisatie van het domein kusttoerisme In dit rapport poogt daartoe een eerste aanzet te geven. Dit zal verder moeten worden uitgebouwd door middel van de minor kusttoerisme, die in september 2008 door het lectoraat Visitor Management op NHTV internationaal hoger onderwijs Breda zal worden aangeboden.

Zoals zo-even is vermeld, beoogt dit rapport gestalte te geven aan een uitgebreide rondgang langs het domein kusttoerisme. De doelstelling die hieraan ten grondslag ligt, luidt als volgt:

Inzicht verkrijgen in het domein kusttoerisme, teneinde het werkveld te kunnen aanscherpen en probleemgebieden beter te kunnen aanstippen.

Deze doelstelling heeft uitgemond in de volgende vraagstelling:

Welke aspecten maken deel uit van het domein kusttoerisme?

De verkenning begint met een indeling van en voor kusttoerisme (zie figuur 2.1). Deze is grotendeels gebaseerd op het DESTEP-model (Kotler & Armstrong, 1993), dat met behulp van de demografische, economische, sociaal- culturele, technologische, ecologische en politiek-bestuurlijke factoren, met als extra een ruimtelijke component, het onderzoeksobject maatschappijbreed afdekt. Daarnaast komen alle stakeholders aan de orde en als laatste worden concrete toeristisch-recreatieve bestemmingen en activiteiten ondergebracht in vaste en tijdelijke bestemmingen. Dit schematisch overzicht probeert aan de ene kant de verkenning van het begrip te stroomlijnen door zoveel mogelijk aan kusttoerisme verwante factoren en processen weer te geven, variërend van algemene achtergrondkenmerken tot concrete bestemmingen. Anderzijds kan het dienst doen als fundament of vertrekpunt voor toekomstig onderzoek.

De volgende stap van dit inventariserend onderzoek betreft de definiëring en daarmee ook de afbakening van het begrip kusttoerisme. Na een uitgebreid literatuuronderzoek en een diepgaande documentenanalyse blijkt hierover geenszins uniformiteit te bestaan. Wel is duidelijk dat kusttoerisme meer is dan alleen de traditionele drie-eenheid zon, zee en zand. Verschillende opvattingen en definities zijn uiteindelijk naast elkaar gelegd om zo tot een bruikbare omschrijving te komen die de basis vormt voor dit rapport, voor de minor en dat voor eventueel toekomstig onderzoek kan vormen. Deze luidt als volgt:

De activiteiten van personen die reizen en verblijven in plaatsen buiten hun normale omgeving die gelegen zijn in of op maximaal anderhalf uur reistijd van de kustzone, de kustwateren en het nabije achterland voor niet langer dan één aaneengesloten jaar om redenen van vrijetijdsbesteding, zaken en andere doeleinden die niet gerelateerd zijn aan het uitoefenen van een activiteit die beloond wordt vanuit de bezochte (kust)plaats.

Deze definitie is hoofdzakelijk geënt op die van toerisme in het algemeen van de World Tourism Organization (WTO) en verder afgestemd op het kustgebied.

Kusttoerisme is echter niet van alle tijden. Pas sinds ongeveer tweeëneenhalve eeuw, met de opkomst van vakantieoorden als Brighton (Engeland), Heiligendamm (Duitsland) en Scheveningen in het laatste deel van de achttiende eeuw, kreeg de kust langzaamaan een toeristische aantrekkingskracht. Die aantrekkingskracht was oorspronkelijk grotendeels georiënteerd op gezondheid. Daarvoor boezemde het kustgebied alleen maar angst in. Deze omslag van angst naar fascinatie is terug te lezen in “Het verlangen naar de kust” van Corbin (1989).

Aanvankelijk was kusttoerisme slechts voorbehouden aan de hogere klassen. Democratisering van vrijetijd hield nauw verband met de industrialisering en kwam pas geleidelijk op gang in de tweede helft van de negentiende eeuw en zette door in de twintigste eeuw (Shaw & Agarwal, 2007). Dit markeert het begin van massatoerisme aan de kust, zij het dat dit voornamelijk binnenlands toerisme betrof. Dit veranderde in de jaren zestig van de vorige eeuw, toen de concurrentie tussen internationale toeristische bestemmingen door de opkomst van relatief voordelige pakketreizen als gevolg van het Fordisme snel op gang kwam (ibid.). In deze periode zijn de kustresorts van de Spaanse Costa’s tot aan de Turkse Rivièra tot wasdom gekomen.

Rond 1990 begonnen talrijke massatoerismebestemmingen aan de kust tekenen van verzadiging te tonen en dreigden ze in de stagnatiefase van de destination life cycle (Butler, 2001) te geraken. Een verschuiving van het Fordisme naar het post-Fordisme, terugtredende centrale overheden met decentralisatie en privatisering van voorheen publieke voorzieningen als gevolg, tegelijkertijd mondialisering én regionalisering op ruimtelijk gebied, democratisering van de smaak, individualisering en digitalisering lagen hieraan ten grondslag. Dit alles leidde tot de opkomst van een postmoderne cultuur die enerzijds voortborduurt op het bohémien­karakter van de jaren zeventig en anderzijds de opkomst van een commerciële markt weerspiegelt. Ten tijde van dit postmodernisme wordt de kwaliteit van gebieden steeds meer bepaald door vrijetijd en cultuur. Vrijetijd en cultuur worden een groeiende rol toebedeeld als bron voor ‘placemaking’, doordat plaats en markt steeds losser van elkaar raken en de markt de plaats gaat domineren, zo suggereert Zukin (1991). Er ontstaan vervolgens authentieke (‘vernacular’) en kunstmatig gecreëerde (‘landscape’) omgevingen, waarbij de laatste de eerstgenoemde gaat overheersen. Uiteindelijk leidt dit proces van ‘landscaping’ tot ‘liminal spaces’, plaatsen waarvan het onduidelijk is of ze authentiek of kunstmatig gecreëerd zijn (Zukin, 1991), zoals het geval is in het Amerikaanse plaatsje Seaside (Florida).

Een volgend belangrijk issue bij kusttoerisme is (overheids)beleid. Wat bestuurlijke afstemming betreft, vallen twee trends waar te nemen. Op de eerste plaats is sprake van een terugtredende overheid. Dit wordt door de Nederlandse overheid verwoord door middel van het sturingsprincipe ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’ (Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, 2005). De Ruimtelijke Hoofdstructuur (RHS) is één van de zaken die grotendeels centraal geregeld blijft.

Duurzaamheid en veiligheid zijn twee items die hoog op de beleidsagenda staan en een hoge relevantie hebben inzake het kustgebied. Duurzaamheid wordt doorgaans in de praktijk gebracht door middel van Integrated Coastal Zone Management (ICZM). Dit betreft volgens de Europese Commissie een dynamisch, multidisciplinair en iteratief proces om duurzaam beheer van kustzones te promoten (MiNa-Council Environment and Nature Council of Flanders, 2001). Veiligheid heeft vooral betrekking op bescherming tegen de zee. Nederland geldt als pionier op dit terrein, nadat de watersnoodramp van 1953 noopte tot een omvangrijk Deltaplan. Sinds 1990 staan kust en veiligheid structureel op de beleidsagenda van de nationale overheid. Op internationaal niveau is de VN-conferentie over duurzame ontwikkeling in Rio de Janeiro van 1992 het vermelden waard. Deze mondde uit in het actieprogramma Agenda 21, waarin 178 regeringen zich aan “geïntegreerd beheer en duurzame ontwikkeling van kustgebieden en de mariene omgeving onder hun bevoegdheid” committeren (Ministerie van V&W et al., 2005).

Een laatste punt dat wat betreft beleid de nodige aandacht verdient, is ruimtelijke kwaliteit. In de huidige postmoderne samenleving wordt het belang van (de kwaliteit van) vrijetijdsbesteding steeds groter. Dit heeft ook zijn weerslag op de fysieke ruimte. De Vromraad (2006) stelt derhalve dat het cluster van vrijetijd en toerisme een dubbelrol als coproducent van ruimtelijke kwaliteit en als bron van economische ontwikkeling moet spelen en niet langer moet worden opgevat als bedreiger van ruimtelijke kwaliteit. Een voorbeeld van een relatief nieuw ruimtelijk concept zijn grootschalige leisurecomplexen die aan populariteit groeien. Voor kustgebieden zou een ruimtelijke kwaliteitsverbetering wellicht kansen kunnen bieden voor seizoensverlenging of zelfs jaarrondtoerisme.

De tour d’ horizon heeft geleid langs de meest relevante zaken die van toepassing zijn voor het domein kusttoerisme. Gebleken is al dat dit domein veelomvattend is. Om nog meer structuur in het (toekomstig) onderzoek aan te brengen en beter te kunnen beantwoorden aan de doel- en vraagstelling, is bovendien een theoretisch denkkader opgesteld, het transformational model of the coast (figuur 6.1). Dit denkkader dient er grofweg toe het gehele toeristisch-recreatieve transformatieproces zo overzichtelijk mogelijk weer te geven en te analyseren. Dit proces begint bij de toeristisch-recreatieve kustresources, die door producenten en consumenten en met behulp van de media continu worden getransformeerd tot een commercieel toeristisch-recreatief kustproduct en moet uiteindelijk leiden tot een evenwicht tussen de bestemming, de bezoekers en de gebruikers van de bestemming. Dit vindt plaats door middel van de variabelen binding, beleving en verleiding, het gedachtegoed waaraan het lectoraat Visitor Management haar bestaansrecht ontleent.

Een blik op de praktijk laat zien dat een breed palet aan bestemmingen en/of activiteiten geschaard kunnen worden onder de noemer van kusttoerisme. Dit varieert van de traditionele strandvakantie tot bijvoorbeeld pooltoerisme. Daarnaast biedt kusttoerisme tal van mogelijkheden voor onderzoek in verschillende disciplines. Aan de hand van de reeds eerder gebruikte DESTEP-indeling wordt een overzicht gepresenteerd van potentiële onderzoeksrichtingen. Tot slot worden in de bijlagen nog een aantal praktische inventarisaties aangereikt: overzichten van waar kusttoerisme bestudeerd wordt, wie kusttoerisme bestuderen en bestudeerde kustgebieden. Bovendien zal op de binnenkort te lanceren website van het lectoraat Visitor Management (www.visitormanagement.nl) een zeer uitgebreide databank worden geplaatst met relevante literatuur.     

Dit rapport moet een handreiking bieden voor de thema’s onderzoek, onderwijs en werkveld. Het transformational model of the coast en het overzicht van potentiële onderzoeksrichtingen leveren voldoende input voor mogelijk onderzoek. Dankzij de in september 2008 te starten minor kusttoerisme die door het lectoraat Visitor Management wordt georganiseerd en gegeven op NHTV internationaal hoger onderwijs Breda wordt het thema onderwijs al in de praktijk gebracht. In het werkveld, oftewel in een toeristisch-recreatief kustgebied of een vrijetijdsondernemer in een dergelijke omgeving, moet blijken of deze inventarisatie in de praktijk kan bijdragen aan kusttoerisme dat in alle opzichten duurzaam van aard is.

Martijn Smeenge


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK