‘Geen lijn, maar wel sneller en beter’

Nieuws | de redactie
2 oktober 2008 | Martin Schuurmans zette in de jaren negentig in China een researchlab op voor Philips en in 2005 realiseerde hij er een biomedische school. De oud-TU/e hoogleraar trekt nu het 'Euro MIT', het petproject van Barroso om de innovatie in de EU een boost te geven. Schuurman zou het élan van Azë hier willen aanwakkeren, een van de drijfveren om het EIT-voorzitterschap te aanvaarden. “Het opzetten van Europese topinstituten is een geweldige uitdaging. Maar ook een grote noodzaak.

De EU doet het niet heel erg goed in vergelijking met China en de Verenigde Staten waar veel innovatiegemeenschappen zijn van formaat. Silicon Valley is daar een goed voorbeeld van. We hebben in Europa moeite om onze goede mensen vast te houden. Er zijn niet genoeg uitdagingen voor ze. Door in Europa ‘centers of excellence’ op te zetten kunnen we deze brain drain tegengaan.”

Schuurmans wil af van het ‘polderlandschap’ in Europa, waar het gemiddelde de norm is en toppers niet voldoende kansen krijgen. Ook de traditionele denkwijze dient te veranderen. “We moeten af van de lineaire keten: onderwijs, onderzoek en ondernemerschap. Dat pakken ze in China veel effectiever aan. Een voorbeeld? Ze kopiëren een product uit het Westen en laten studenten onderzoek doen naar verbeteringen. Vervolgens komt een goedkoop product dat goed verkoopt op de Afrikaanse markt. Daar ontstaat de behoefte aan een verbeterde versie. Dus zoeken Chinese onderzoekers vervolgens naar nieuwe software. Dat is duur, dus laten ze dat een paar studenten schrijven en vervolgens wordt die software door een producent aan het product toegevoegd. Zo rolt het weer op de markt, ditmaal misschien iets duurder, maar wellicht ook geschikt voor de Europese markt. Zo flippert de innovatie heen en weer tussen onderwijs, onderzoek en ondernemerschap. Er zit misschien geen lijn in, maar de innovatie gaat sneller en beter dan we in Europa gewend zijn.”

Kenniseconomie
De Europese landen zouden in dat opzicht wat bescheidener mogen zijn. Ook Nederland. “We gaan prat op onze kenniseconomie en laten het productiewerk graag over aan landen als India en China. Maar de Chinese overheid gaat de overstap maken naar een kenniseconomie. En wat blijft er dan voor ons over? We zullen moeten zorgen dat onze kenniseconomie op hoger niveau blijft dan China.”

Schuurmans beseft als geen ander dat samenwerking nodig is. “Het zou goed zijn als partijen buiten Europa participeren in onze innovatiegemeenschappen. We blijven zo op de hoogte van de kennis in andere werelddelen. En het kan de processen in Europa versnellen. Er is buiten Europa zeker interesse voor de innovatiegemeenschappen die het EIT wil beginnen. De ontwikkeling van bio- ethanol is een beeldschoon voorbeeld. In de VS zijn ze daar al veel verder mee. Samenwerking met de Amerikanen voorkomt dat wij het wiel niet opnieuw hoeven uit te vinden. Want dat gebeurt nog te veel in Europa. We lopen voorop met uitvindingen, maar slagen er vaak niet in om te komen tot innovatieve producten.”

De EIT-voorzitter benadrukt dat hét model voor innovatie niet bestaat. Wel is het van belang om fysieke plekken te creëren waar ‘excellente partijen’ kunnen samenwerken. Dergelijke topinstituten hebben een toegevoegde waarde.

Zeker als masterstudenten daar bij betrokken zijn. “Geef ze geld zodat ze in ideale omgeving kunnen werken aan nieuwe producten. Dat is ongelooflijk leerzaam. In China doen ze dat al langer. En er zou, naast de universitaire bul, ook een EIT-excellentielabel moeten komen. Dat is voor jonge mensen heel stimulerend.”

Startgeld
Het EIT gaat 300 miljoen euro startgeld uittrekken voor de eerste innovatiegemeenschappen. Dat lijkt bescheiden. Schuurmans: “Ik ben blij met dat bedrag, anders krijg je idiote verwachtingen. Het EIT gaat niet alle problemen oplossen. We gaan slechts elementen bijdragen aan de oplossing. Andere particuliere en publieke partijen zullen ook moeten gaan deelnemen. Ik wil over drie jaar twee innovatiegemeenschappen daadwerkelijk actief en succesvol bezig zien met een budget van zeg vijftig tot honderd miljoen euro per jaar. Topcenters die zelf nieuwe markten gaan aanboren en gaan produceren. Dan beschouw ik mijn termijn als geslaagd. Je kunt natuurlijk niet direct verlangen dat ze geld opleveren. Dat zal pas na vijf tot zeven jaar gebeuren of misschien nog wel langer.”

Nederlandse instellingen en bedrijven hoeven niet te rekenen op een voorrangsbehandeling nu Schuurmans aan het roer staat bij het EIT. “Ik sta uiteraard klaar om adviezen en tips te geven. Net zoals de overige zeventien bestuursleden dat zullen doen. Verder gaan we niet. We zijn het eerste instituut dat door de politiek is opgericht en volledig onafhankelijk is. We leggen een keer per jaar verantwoording af aan de EU-commissie, maar politieke of nationale belangen zullen onze doelstellingen niet overhoop halen. Onderwijs, onderzoekers en ondernemers zullen zelf met voorstellen moeten komen.”

In hoeverre de TU/e en de regio Zuid-Oost Brabant aanspraak kunnen maken op toekomstige EIT-gelden, laat Schuurmans wijselijk in het midden. Maar de Eindhovense universiteit is in zijn ogen goed bezig. De integratie van innovatieve bedrijven op de high tech campus in Eindhoven spreekt hem ook erg aan. Maar er zal duidelijk meer moeten gebeuren. “Er is over het algemeen te weinig kruisbestuiving in Europa. Breng excellentie gebundeld bijeen in het hele traject van onderwijs, onderzoek en ondernemerschap en pas open innovatie toe. Dan zal het EIT zeker belangstelling tonen.”

Hartenkreet
De voorzittershamer blijft tot najaar 2011 in handen van Schuurmans, met een optie voor nog drie jaar. Of hij die tweede termijn ambieert? “Mijn vrouw is heel betrokken bij mijn werk. Zonder haar instemming was ik hier niet aan begonnen. Het hangt een beetje af hoe de situatie dan is.”

Schuurmans onthult aan het einde van het gesprek, zijn ‘crie de coeur’. “Ik heb voor Philips en de TU/e veel tijd in Azië doorgebracht en gezien hoe het daar werkt. Daarom ben ik intens bezorgd over de toekomst van Europa. We willen ondanks klimaatproblemen, energie- en voedseltekorten onze positie behouden. Maar er heerst hier een extreme consensuscultuur. Alles gaat heel langzaam en de EU komt nauwelijks tot besluiten. Tegelijkertijd worden we links en recht ingehaald door economieën die veel sneller gaan dan de Europese. Dit gaat over banen, over werk. Over het welleven van onze kinderen en kleinkinderen. Je hoort in Europa veel mensen sussen van het komt wel goed. Maar als we zo doorgaan, komt het niet goed.” [bron: Cursor]


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK