Stagekwaliteit over de grens

Nieuws | de redactie
6 april 2009 | Van de buitenlandgangers in het wo gaat 66% op stage, in het hbo ligt het percentage zelfs op 75%. Het succes van hun inzet is sterk afhankelijk van individuele docenten en studenten, blijkt uit nieuw onderzoek hiernaar. En OCW weet niet hoe het zijn geld voor verbetering zou moeten besteden.

Een jaar geleden luidde het ISO de noodklok over de internationale stages in het hbo: de organisatie en de kwaliteit ervan zou veel te wensen overlaten. De Nuffic liet dit niet op zich zitten en stelde tijdens een studiemiddag de kwaliteit van internationale stages ter discussie.

Ter voorbereiding had de Nuffic zelf ook onderzoek gedaan naar de kwaliteit van internationale stages. Beleidsmedewerker Hendrik-Jan Hobbes presenteerde de eerste resultaten. Met de kwaliteitszorg van stages staat het er goed voor, zo luidde zijn conclusie. Op 85% van de instellingen is de stage opgenomen in het Onderwijs- en Examenreglement, en 90% van de stages wordt vastgelegd in een individueel stageovereenkomst. Erg prominent zijn internationale stages in het hoger onderwijs niet. In een rondgang langs de websites van 7 hogescholen ontdekte Hobbes dat maar 5% van de opleidingen een internationale stage verplicht stelt. 38% van de opleidingen noemt een internationale stage niet eens als mogelijkheid.

Opleidingen die internationale stages echt belangrijk vinden, hebben hun zaakjes wel op orde. Zo steekt de opleiding Trade Management Azië van de hogeschool Rotterdam veel tijd en aandacht in de kwaliteit van haar stages, omdat dat voor die opleiding van levensbelang is. Bij veel opleidingen is de totstandkoming van internationale stages in hoge mate afhankelijk van het enthousiasme van individuele docenten en studenten. Veel studenten met een buitenlandse achtergrond willen graag stage lopen in hun geboorteland. In het algemeen komen studenten die kiezen voor een internationale stage uit gezinnen met buitenlandervaring, zo blijkt uit onderzoek van Hanze-lector Maarten Regouin.

ISO-bestuurslid Jochim Schueler werd tijdens de studiemiddag het vuur aan de schenen gelegd. De ene hogeschoolmedewerker na de andere universiteitsvertegenwoordiger meldde intern alle zaakjes toch veel beter op orde te hebben dan het algemene beeld van ISO en OCW zou willen doen geloven. Nu zou dat op zich best kunnen. Niet uit te sluiten valt dat de studiemiddag vooral bezocht werd door vertegenwoordigers van opleidingen die hun studenten actief stimuleren op internationale stage te gaan en daar ook goede voorzieningen voor bieden. Aan het einde van de discussie werd de defensieve opstelling van een aantal deelnemers sommigen te veel. Wat is de zin van een discussie over de kwaliteit van internationale stages als maar weinig instellingen zo’n discussie aandurven?

Een open houding werd wel getoond door Bas Derks, de nieuwe beleidschef hoger onderwijs van het onderwijsministerie. LSVb’er Žarko Baban vroeg hem of er niet te weinig geld beschikbaar is gesteld om de ambitieuze doelstelling van OCW op het gebied van internationalisering te bereiken. Derks gaf aan het daar wel mee eens te zijn. Om vervolgens in een adem door aan te geven dat hij nog niet precies weet hoe hij dat geld zou moeten besteden. De komende jaren is er 8 miljoen euro beschikbaar voor de verbetering van de kwaliteit van internationale stages. OCW zou dit liever niet aan beurzen besteden, maar waaraan dan wel? Het departement staat dan ook open voor zinnige suggesties.


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK