Kennis voorop in Europa 2010-2020

Nieuws | de redactie
23 juni 2009 | Europa moet tussen 2010 en 2020 alles op alles zetten om de effecten van de vergrijzing en de crisis te bestrijden door te investeren in ‘de kennisruimte’. De SER dringt bij het kabinet aan op een krachtig, ambitieus beleid met concrete, Europese HO- en R&D-impulsen voor ‘welvaartsgroei in brede zin.”

Het beeld van de realisering van de Lissabon-agenda 2000-2010 is volgens het advies van de SER gemengd. Opvallend is dat Barroso c.s. geprezen worden voor de “duidelijke verbetering” die zij na het aantreden van zijn Commissie in 2005 hebben aangebracht in de aanpak. Toch zijn op twee cruciale punten de resultaten nog aantoonbaar onvoldoende:

1] de EU-begroting “staat nog te weinig in dienst van de Lissabon-doelstellingen.” Oftewel: veel geld gaat nog steeds naar terreinen en doelen die weinig toekomstgericht zijn en de herschikkingen ‘van koeien naar kennis’ en van ‘bruine naar groene economie’ zijn nog timide.

2] “Meest in het oog springt” dat de R&D-doelstelling van 3 % bbp stagneert rond 1,7 %. (Dat Nederland ook nog beneden modaal scoort bij zo’n ontoereikende prestatie is bekend).

Meer samenhang kennis – energie

De SER adviseert daarom tussen 2010 en 2020 het beleid Europees te richten op “kennis, innovatie en ondernemerschap” en de verhoging van de arbeidsproductiviteit. Daarin moet het klimaat/energiebeleid van de unie duidelijker verankerd worden, “om systematischer de samenhang tussen economische en ecologische innovatie te bevorderen.” Het advies lijkt daarmee dicht bij het beleid dat Steven Chu als minister van energie onder Obama te willen gaan staan.

SER–voorzitter Rinnooy Kan zei over dit advies recent tegen ScienceGuide onder meer: “We kijken naar de impulsen die nu gegeven moeten worden om de arbeidsmarktparticipatie blijvend sterk te houden. Ook bij de productiviteitsverhoging van onze economie zal het hoger onderwijs een duidelijk accent krijgen in ons betoog.

De verbinding tussen onderwijs en onderzoek is een belangrijk element bij productiviteitsverhoging. Daar is op dit moment een goede ontwikkeling bij gaande, middenin de crisis. Ik vind dat hogescholen en universiteiten voortvarend hebben gereageerd richting de onderzoekssector.”

Beleidspunten

De concrete beleidsdaden en –richtingen die Rinnooy Kan c.s. aanbevelen zijn onder meer:

1) Binnen de EU-begroting meer middelen beschikbaar stellen voor de Europese kennisruimte.

2) De kennisruimte opvatten als een kennisdriehoek van onderwijs, onderzoek en innovatie en daarom het (hoger) onderwijs nadrukkelijker te betrekken bij de uitwerking van de Europese kennisruimte.

3) Innovatie en ondernemerschap bevorderen via de goede werking van de interne markt en verdere verlaging van de administratieve lastendruk voor ondernemers (in het bijzonder voor het mkb). De Small Business Act speelt een belangrijke rol bij het wegnemen van knelpunten. Een aansprekende lastenverlichting is de afspraak om te komen tot één loket voor het in dienst nemen van de eerste werknemer. Deze afspraak uit 2006 is in een aantal lidstaten, waaronder Nederland, nog steeds niet geïmplementeerd.

4) Een overkoepelende doelstelling tot 2020 voor de groei van de arbeidsproductiviteit per gewerkt uur. Om tijdig bij te kunnen sturen, moet deze worden voorzien van passende aanvullende doelstellingen (waaronder voor R&D) en indicatoren.

5) Meer gaan investeren in menselijk kapitaal, oftewel in beter onderwijs, scholing en vaardigheden.

6) Het aanpassingsvermogen van werknemers en ondernemingen verbeteren met het flexicuritybeginsel als belangrijke leidraad.

7) Verbetering van het aanpassingsvermogen van werknemers en ondernemingen en meer investeringen in menselijk kapitaal passen binnen de gewenste grotere nadruk op productiviteitsontwikkeling, met blijvende aandacht voor sociale insluiting.

8) Een goede regeling en implementatie van de grensoverschrijdende mobiliteit van kenniswerkers uit derde landen.

9) Na 2010 moet de EU de R&D-doelstelling differentiëren tussen technologisch geavanceerde landen en landen die het voorlopig nog moeten hebben van inhaalgroei. Dit geldt niet zozeer voor de publieke R&D-uitgaven. Deze moet in het kader van de Lissabon-strategie in principe voor alle lidstaten ten minste 1 % bbp zijn.






«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK