Universiteit, durf strategische keuzes maken
Uit recent onderzoek van KPMG onder Nederlandse universiteitenblijkt dat zij weliswaar waarde hechten aan internationaleranglijsten, zoals de Leiden Ranking, de THES Index en SjanghaiJiao Tong lijst, maar dat zij een plek hierop niet als een doel opzich zien. Het gaat de Nederlandse universiteiten vooral om hetuitbouwen van een goede reputatie, het leveren van academischetopkwaliteit en het met een hoge studenttevredenheid vergroten vande (inter)nationale instroom. Alleen als ranglijsten hieraanbijdragen vormen ze in hun ogen mogelijk nuttige instrumenten.
Gemeenschappelijke kenmerken van toppers
Toch zullen de Nederlandse universiteiten meer oog moetenkrijgen voor het belang van deze rankings. Ze dragen immers bij aande beeldvorming over universiteiten en vormen een middel omonderscheid te maken en zo de beste internationale onderzoekers enstudenten te werven.
Uit het KPMG-onderzoek blijkt dat Nederlandse universiteiten meteen hoge positionering een aantal gemeenschappelijke kenmerkenkennen. Ze blijken relatief gezien een hoog percentage inkomstenuit contractactiviteiten te ontvangen met naar verhouding lagepersonele lasten en efficiënte personele inzet voor onderzoek.
Ook beschikken Nederlandse universiteiten met een hoge noteringover een relatief hoog percentage hoogleraren en veelwetenschappelijk personeel per student. Succesvolle universiteitentonen dus veel prestaties met de inzet van naar verhouding weinigmiddelen die worden uitgevoerd door een kwalitatief sterke en zwareonderzoeksbezetting.
Een trendbreuk met het heden
Gezien deze constateringen moeten de Nederlandse universiteitenzich op een aantal terreinen strategisch positioneren en derhalvespecialiseren willen zij toponderzoekers en topstudenten kunnenaantrekken. Universiteiten zullen moeten kiezen voor deonderscheidende opleidingen en onderzoeksgebieden. Het betekenteen trendbreuk met het huidige brede aanbod, een keuze die veelinstellingen uit angst voor in eerste instantie teruglopendeinkomsten niet aandurven.
Daarnaast is het van belang de opleiding en coaching vanwetenschappers te verbeteren en het talent van jongewetenschappers, studenten én alumni sterker te ontwikkelen. Hetvoedt de kweekvijver voor toekomstige hoogleraren entoponderzoekers. Het op de universitaire ‘transfermarkt’ werven vansuccesvolle hoogleraren en onderzoeksgroepen is tenslotte niet vooralle instellingen weggelegd. Hoogstaande onderzoeksfaciliteiten enondersteuning door topstudenten zijn essentiële ingrediënten voorproductieve onderzoekers die bovenin de publicatie- encitatie-indices scoren.
Op eigen kracht
Bovendien kunnen universiteiten, kennisinstituten enbedrijfsleven gezamenlijk de investeringen in kapitaalintensiefonderzoek opbrengen. Dit bevordert naast het produceren van debelangrijke publicaties in toptijdschriften ook de verspreiding vanonderzoeksresultaten, valorisatie en de uitbouw van decontractactiviteiten. Zelfs in tijden van economische tegenwind isdit mogelijk.
Dit alles betekent echter dat het beleid op het gebied vanpersoneel, alumni en studenten ingrijpend moet veranderen -hiervoor is echter wel meer flexibiliteit vanuit overheid envakbonden vereist. Groei op eigen kracht is de werkelijke uitdagingaangezien substantiële financiële injecties vanuit de overheid opkorte termijn niet in het verschiet liggen. De eventueleoverheidsbezuiniging in het Hoger Onderwijs kan het moeten kiezenvan specialisatiegebieden door universiteiten zelfs gaanbespoedigen.
Ronald Koorn, partner en voorzitter KPMG-branchegroepOnderwijs & Onderzoek en Jacob de Boer, senior managerKPMG.