Ambtelijke manoeuvres rond commissie-Veerman

Nieuws | de redactie
11 november 2009 | In september filosofeerde minister Plasterk over een nieuw stelsel voor hoger onderwijs en kondigde hij een commissie aan die dit moest ontwerpen. California was inspiratiebron. Ambtelijk is de opdracht van de commissie inmiddels bijgebogen naar de vraag hoe het HO bij een toenemend aantal studenten betaalbaar kan blijven.

Inhoudelijke visie

Deze zomer had minister Plasterk reden om zich zorgen te makenover zijn imago, in brede kring werd gemopperd over tekorten in’visie’ en overdaad aan feestelijkheden. Hij probeerde zijn criticidan ook met panache de wind uit de zeilen te nemen met eeninhoudelijke visie bij de opening van het collegejaar in Twente. Nuis het instellen van een commissie nog niet zo moeilijk. Depolitieke inbedding ervan vereist al wat meer stuurmanskunst. Wileen dergelijke commissie immers effectief zijn, dan zal haaropdracht door kabinet en parlement gedragen moeten worden.

Of dat laatste ook het geval is, is nog maar de vraag.CDA-Tweede Kamerlid Jan-Jacob van Dijk verbaasde zich er na de redein Twente openlijk over dat Plasterk al naar een oplossing sneldezonder de problemen in kaart te hebben gebracht. Omineus was ookdat premier Balkenende in een toespraak over hoger onderwijs bij deopening van het academisch jaar in Tilburg enkele dagen later metgeen woord repte over de plannen van zijn onderwijsminister om hetstelsel nu eens echt onder handen te nemen.

Ook de PvdA kwam met de commissie in een lastig parket. Is zo’nstelselcommissie van bovenaf wel ‘Dijsselbloem-proof’? DeedPlasterk niet onbedoeld precies wat de politiek op dit momenttracht te vermijden, namelijk structuurdiscussies? Dat zouverklaren waarom leden van de PvdA-fractie nauwelijks instemminghebben betuigd en zij via de motie-Hamer duidelijk hebben gemaaktwaar hun prioriteiten wel liggen.

Toekomstbestendig

Min of meer tegelijkertijd, op Prinsjesdag, kwam het kabinet metde instelling van 20 heroverwegingscommissies. Daardoor bleek ookde positionering van de commissie-Veerman ambtelijk lastig teworden. De taakopdracht van de commissie werd daarom stilletjesbijgebogen en bewoog nu weg van de speech die de minister in Twentehad gehouden.

Nu ligt het accent op ’toekomstbestendigheid’: “De commissie isgevraagd om, op basis van een vergelijking van het Nederlandsehoger-onderwijsstelsel met toonaangevende hoger-onderwijsstelselselders in de wereld, een oordeel te geven over detoekomstbestendigheid van het Nederlandse stelsel op de langeretermijn.” Daarbij moeten Veerman c.s. in het bijzonder kijken naaraspecten als: “de verwachte toename van het aantal studenten, degroeiende diversiteit van de studentenpopulatie en deinternationale herkenbaarheid.”   

Terwijl Veerman nadenkt over de ’toekomstbestendigheid’ van hethoger onderwijs, is tegelijkertijd in Den Haag een van de 20commissies bezig met bijvoorbeeld ‘fundamentele vragen’ naar deproductiviteit van het onderwijs. Nu zou je kunnen denken dat dezegroepen met heel verschillende taken bezig zijn: decommissie-Veerman moet vooral naar het stelsel kijken, terwijl de20 commissies vooral naar mogelijkheden om tot  20% tebezuinigen moeten kijken.

Ambtelijke rivaliteit

Maar bij nader inzien liggen die taken dichter bij elkaar dan jezou denken: de commissie-Veerman moet immers vooral kijken hoe hethoger onderwijs toekomstbestendig kan blijven bij groeiendestudentenaantallen en daarbij naar buitenlandse voorbeelden kijken.De goede verstaander hoort dan direct de door de ministernadrukkelijk opgevoerde aantrekkelijkheid van het Californischesysteem klinken. Die bestaat in dit licht ook uit de hoge mate vanprivate financiering binnen dat bestel.

Anders gezegd: het advies van de commissie-Veerman zou weleenskunnen inhouden dat de groei van de studentenaantallen bij eengelijkblijvende overheidsbijdrage alleen kan worden opgevangen doorde collegegelden aanzienlijk te verhogen. Dat lijkt dan weer optwee druppels water op een denkbaar advies uit een van de 20commissies.

Hoe het ook zij, de rivaliteit tussen de commissie-Veerman en de20 commissies is in Den Haag duidelijk voelbaar. In de Hoftorenwordt de commissie-Veerman veel hoger aangeslagen dan de 20commissies, die worden aangestuurd vanuit het ministerie vanAlgemene Zaken. Bovendien zitten in elke commissie verschillendeambtenaren van verschillende ministeries, terwijl “in Veerman echtmensen zitten die er verstand van hebben. Het belang van de 20commissies moet gerelativeerd worden. De ervaring leert dat bijkabinetsformaties dergelijke ambtelijke adviezen in een heel diepela verdwijnen”, zo zei iemand uit de top van OCW tegenScienceGuide.  Deze haastte zich eraan toe tevoegen dat zijn ambtenaren natuurlijk wel heel veel informatie aande 20 commissies geven.

Alle stukken

Hiermee heeft OCW veel ervaring. De nog jonge minister VanKemenade eiste in de jaren 70 ooit ‘alle stukken’ over eenonderwerp. Hij wilde zelf precies kunnen nagaan waar het obstakeltegen zijn beleid op dat punt nu toch zat.

De volgende dag kwam een archiefmedewerker met drie steekwagensvoor de deur van het secretariaat van de bewindsman langs. “U wildealle stukken….” zou de secretaris-generaal van O&W droogjestegen zijn minister hebben gezegd, toen deze onthutst omopheldering kwam vragen.


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK