Bèta’s in 6 vwo halen hoog niveau

Nieuws | de redactie
9 december 2009 | Bètaleerlingen in de zesde klas van het vwo hebben goed gepresteerd bij een internationale wiskunde- en natuurkundetoets op pre-universitair niveau. De Nederlandse leerlingen blijken vooral uit te blinken in natuurkunde.

In vergelijking tot andere landen, volgen in Nederland echterrelatief weinig leerlingen wiskunde en natuurkunde op hetallerhoogste niveau. Dit blijkt uit TIMSS-Advanced 2008, eeninternationale studie naar het onderwijsniveau van leerlingen inhet laatste jaar van het voortgezet onderwijs. De resultaten wordenwoensdag 9 december door het TIMSS & PIRLS International StudyCenter van Boston College bekendgemaakt.

In het voorjaar van 2008 hebben in tien landen bijna 40.000leerlingen die pre-universitair onderwijs volgen, een wiskunde- ofnatuurkundetoets gemaakt. In Nederland zijn vwo-leerlingen metWiskunde B1,2 en Natuurkunde 1,2 in het vakkenpakket getoetst. Hetonderzoek is in Nederland onder 228 scholen uitgevoerd door deUniversiteit Twente (Onderwijskunde) en werd gefinancierd door deProgrammaraad voor het onderwijsonderzoek van NWO.

Hoog niveau

Nederlandse leerlingen hebben op de wiskundetoets flink betergepresteerd dan vergelijkbare leerlingen uit bijvoorbeeld Italië,Noorwegen of Zweden. Nederland haalt voor wiskunde een gemiddeldetoetsscore van 552 punten, ruim boven het zogenoemdeTIMSS-schaalgemiddelde van 500. Zeven van de tien landen zittenonder dit schaalgemiddelde. Nederland staat bovenaan denatuurkunderanglijst met een gemiddelde score van 582 punten. Eenvijfde van de getoetste leerlingen haalt het meest gevorderdenatuurkundeniveau (625 punten) van de toets, voor wiskunde is ditmaar 6 procent.

Relatief kleine groep

Nederlandse leerlingen bereiken een hoog niveau, maar dit niveauwordt door een relatief kleine groep leerlingen behaald. In hetNederlandse onderwijssysteem met de verschillende onderwijstypen enprofielen in de Tweede Fase, doet ongeveer 3,5 procent van alle18-jarigen eindexamen in wiskunde en/of natuurkunde oppre-universitair niveau. In de meeste andere landen is dit aandeelhoger. In Slovenië krijgt zelfs ruim 40 procent van alle leerlingenin dezelfde leeftijdsgroep wiskunde op pre-universitair niveauaangeboden. In de meeste landen zijn hierdoor deprestatieverschillen tussen leerlingen groter dan in Nederland.

In Nederland weinig bètavrouwen

In de helft van de landen zijn jongens beter inpre-universitaire wiskunde dan meisjes. In Nederland is ditverschil er niet. Meisjes vinden Wiskunde B2 net zo aantrekkelijkals jongens en hebben evenveel vertrouwen in hun eigenwiskundevaardigheden. Het aandeel meisjes dat op dit niveauwiskunde volgt, is echter in Nederland het laagst; nog geen kwartvan de Wiskunde B2-leerlingen is een meisje. Samen met Libanonheeft Nederland ook het laagste percentage vrouwelijkewiskundedocenten (15 procent van alle Wiskunde B2-docenten) dat aandeze leerlingen les geeft.

Voor natuurkunde liggen de percentages meisjes (19 procent) envrouwelijke docenten (5 procent) ook lager dan in de andere landen.Meisjes hebben bovendien minder goed gepresteerd op denatuurkundetoets dan jongens. Overigens komen de Nederlandsemeisjes voor natuurkunde gemiddeld wel veel beter voor de dag danmeisjes en jongens in de andere landen. Daar staat tegenover datmeisjes natuurkunde 1,2 wat minder aantrekkelijk vinden; ook hebbenze een minder positief zelfbeeld van hunnatuurkundevaardigheden.

De interesse onder Nederlandse bètameisjes voor eenbètatechnische vervolgstudie is eveneens minder groot dan onderjongens. Zo wil bijvoorbeeld iets minder dan de helft van deonderzochte Wiskunde B2-meisjes een bètatechnische studie doen. Vande Wiskunde B2-meisjes geeft 37 procent de voorkeur aan eenmedische studie, onder de Natuurkunde 2-meisjes is dit 26 procent.Van de jongens met wis- of natuurkunde kiest bijna driekwart vooreen bètatechnische studie.

Dreigend lerarentekort

De meerderheid van de Nederlandse wiskunde- ennatuurkundedocenten in het onderzoek heeft meer dan 20 jaarleservaring, heeft een eerstegraads onderwijsbevoegdheid en wilgraag tot het pensioen les blijven geven. De docenten voelen zichgoed toegerust om les te geven in de verschillende leerstofgebiedendie in TIMSS-Advanced onderscheiden worden. Zij ervaren ook weinigbelemmeringen in hun werk. Alleen het gebrek aan een eigen werkplekbuiten het klaslokaal is voor ruim 40 procent een serieusprobleem.

Desondanks dreigt er voor de komende jaren bij eengelijkblijvende instroom van leerlingen, een tekort aan wiskunde-en natuurkundedocenten. Ruim twee derde van de docenten is ouderdan 50. In schooljaar 2007/2008 had ruim 40 procent van de scholenmet vacatures al veel moeite gehad om eerstegraadsnatuurkundedocenten aan te trekken.

TIMSS-Advanced is uitgevoerd door de Universiteit Twente engefinancierd door de Programmaraad voor het onderwijsonderzoek vanNWO.

 

 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK