Kennissector lucratief voor stad

Nieuws | de redactie
9 december 2009 | Hoger onderwijs en onderzoek hebben een forse impact op de stad en regio van hun vestiging. Volgens TNO-onderzoek draagt iedere student gemiddeld €25.000 per jaar bij aan de regionale economie. Naar omvang is de kennissector bijna dubbel zo groot als de belangrijkste industrie van ons land.

Onderzoek van TNO kijkt daarbij naar 13 steden waar bijna al hetacademisch onderwijs wordt gegeven. Het hbo, R&D en academischeziekenhuizen zijn in deze steden meegewogen in de impactanalyses.In het Nederlandse kenniscomplex werken in totaal 288.700 personen;73% van hen werkt in één van de dertien kennissteden.

14,5 miljard euro

Bij elkaar vertegenwoordigen deze werkenden in Nederlandsekennissector een economische omvang van 14,5 miljard euro (2005);daarvan komt 10,9 miljard in de dertien steden terecht. Dat isgemiddeld (afgerond) 25 duizend euro per student. Afgezet tegen destedelijke economie is dat 37,5% van de economie van Wageningen,18,5% van de economie van Leiden en 6-6,5% van de economie vanAmsterdam en Rotterdam. In de kleinere steden is dat aandeelnatuurlijk groter dan in de grote steden. Met zulke aandelen is hethoger onderwijs een (middel)grote sector in de economie van dedertien steden.

Door de ruimtelijke concentratie van hoger onderwijs in dedertien steden neemt de kennissector (WO, HBO en R&D) eenrelatief groot deel van de totale stedelijke werkgelegenheid in.Van de dertien steden komt dat aandeel op 10,7% uit, tegen 3,9%landelijk. Om de omvang van de kennissector in een ander licht teplaatsen: de voedings- en genotmiddelenindustrie, quawerkgelegenheid de grootste industriële bedrijfstak in Nederland,beslaat 1,7% van de werkgelegenheid in Nederland. Alle andereindustriële sectoren zijn kleiner.

36.000 banen in Amsterdam

De kennissector vormt in één stad een dominant cluster:Wageningen. Het aandeel van het hoger onderwijs in de stedelijkewerkgelegenheid komt er op 53,3% uit. Absoluut bezien komtAmsterdam in beeld als de stad met de grootste concentratiekennisindustrie: bijna 36 duizend banen.

In de steden van de Zuidvleugel van de Randstad is dat minder.Utrecht heeft bij benadering evenveel banen in de kennisindustrieals Rotterdam, terwijl Den Haag niet verder komt dan 5500 banen. Desteden waar de omvang van de werkgelegenheid in de kennissectorgroot is (boven de 15%) zijn Wageningen, Leiden, Nijmegen, Delft,Maastricht en Groningen. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag enTilburg zijn de aandelen laag (onder de 10%). In de grote stedenkomt dat door de omvang van de steden zelf, in Tilburg omdat de UvTeen kleine universiteit met een specifiek profiel is.

In absolute bedragen komt van de toegevoegde waarde van hethoger onderwijs in Nederland (in totaal een bedrag van afgerond 8,8miljard euro) 7,8 miljard in de dertien onderzochte steden methoger onderwijs terecht. Het overige miljard komt bijna in zijngeheel geheel in de andere steden met een hbo-instellingen terecht.Van de R&D is de toegevoegde waarde 5,7 miljard, waarvan bijbenadering 3,1 miljard euro in de dertien steden terechtkomt.

Clusters en leveringen

Uitwisseling van kennis, in de vorm van wederzijdse opdrachten,onderzoekers en studenten vraagt om nabijheid. Hierdoor ontstaankennisclusters. Deze zijn echter geen algemeen verschijnsel. InEindhoven en Wageningen is de extra R&D zeer groot, en inEnschede, Delft en Tilburg is de R&D ten opzichte van het hogeronderwijs (HBO, WO/UMC’s) groot. Dit wil niet zeggen dat in deandere steden geen excellent onderzoek plaatsvindt, maar derelatieve extra hoeveelheid in de vorm van zelfstandigeonderzoeksinstellingen is beperkt.

De economische bijdrage van de kennissector ontstaat niet alleendoor de werkgelegenheid en de leveringen van en aan anderebedrijfstakken. De werknemers in de kennissector verdienen inkomenen studenten brengen ook bestedingen teweeg. Het loon van werkendenin de kennissector en de inkomsten van studenten maken bij elkaareen relatief groot deel van de loonsom van de stedelijke economieuit. Deze totale loonsom is uitgedrukt als aandeel van de totaleloonsom van de beschouwde steden en komt op gemiddeld 15,9% uit(voor Nederland 6,2%).

Kennis als export

Hoger onderwijs is ruimtelijk sterk aan de grote steden gebondenen heeft buiten de puur economische bijdrage de volgende effectenin die steden:

  •  Het binden van zelfstandige R&D-instellingen
  •  Een groter aandeel hoger opgeleiden in deberoepsbevolking
  •  Een positief effect op de bevolking 15-25 jaar
  •  Meer studentenhuisvesting

Hoger onderwijs steekt daarbij ook zelf fikse bedragen in deeconomie, met name geld aan financiële en zakelijke diensten en aande industrie. In hoofdzaak gaat het dan om diensten zoalsaccountants, reclamebureaus, ICT, studiemateriaal en hoogwaardigelaboratoriuminstrumenten. Deze bestedingen slaan hoofdzakelijk inNederland neer; slechts een klein bedrag wordt geïmporteerd (200miljoen).

Andere bedrijfstakken geven ongeveer 580 miljoen euro uit aanhoger onderwijs. Deze bestedingen betreffen zogenaamdderdegeldstroomonderzoek, met voor name universiteiten, in de vormvan onderzoek in opdracht van derden. De export is van kennis enkunde vanuit de HO-instellingen is bovendien aanzienlijk vanomvang. R&D in opdracht van buitenlandse partijen beloopt zo’n780 miljoen euro in 2005. De export van kennis derhalve inmonetaire termen groter dan de import van kennis.

Bovenstaand is afkomstig uit het TNO-rapport ‘Kennisals economische motor. Onderzoek naar het ruimtelijk-economischeeffect van hoger onderwijs’ dat in opdracht van Kences isuitgevoerd. Het volledige rapport vindt u hier.

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK