Rem op assimilatie?

Nieuws | de redactie
29 december 2009 | "Het is belangrijker dat jongeren een sterke band met familie en gemeenschap hebben, dan dat ze Sinterklaas vieren." In het publieke debat overheerst het geluid dat migrantenjongeren 'zich maar moeten aanpassen'. "Een misvatting," meent de Leidse orthopedagoog Mitch van Geel.

Hij onderzocht hoe jongeren die vasthouden aan hun etnischewaarden “een beter gevoel van eigenwaarde kennen en mindergedragsproblemen vertonen.” Daarom moet de rem op assimilatie,stelt Van Geel. Zijn onderzoek richtte zich op hetwelzijn van niet-westerse migrantenjongeren op het VMBO in deleeftijdcategorie 12 tot 17 jaar. Op school zijn deze jongerenminder succesvol dan hun autochtone klasgenoten en ze vallen vakervroegtijdig uit. Twee veelgehoorde verklaringen voor dezestatistieken zijn hun lagere socio-economische status entaalachterstand.

Adaptatie

‘Adaptatie is een verzamelterm waaronder een heel scala aanfactoren valt’, legt hij uit. ‘Psychische problemen,onderwijsprestaties, taalkennis et cetera. Je kunt grofwegonderscheid maken tussen psychische adaptatie en sociaal cultureleadaptatie. Het eerste geeft aan hoe goed iemand zich voelt. In hettweede geval gaat het er om hoe goed iemand het doet.’

Zelf was Van Geel met name geïnteresseerd in het aspect vanpsychische adaptatie. Leidende vraag daarbij was in hoeverremigrantenjongeren psychologische problemen hebben en hoe hun gevoelvoor eigenwaarde is.

Van Geel: ‘Opvallend was dat de eerste generatie migranten,jongeren die zelf de migratie hebben meegemaakt, minderpsychologische problemen ervaren en een beter gevoel vooreigenwaarde hebben dan hun autochtone klasgenoten. Ze vertonen nietmeer of minder gedragsproblemen. De tweede generatie migrantenlijkt wat betreft adaptatie meer op de autochtone jongeren. Hetvoordeel dat de eerste generatiemigranten hebben, hebben zijgaandeweg verloren.’

Acculturatie

Wie een verklaring hiervoor wil vinden, moet zich bewust zijnvan het veranderingsproces dat plaats vindt als iemand in aanrakingkomt met een andere cultuur, ook wel acculturatie genoemd. Over hetalgemeen zie je dat de minderheidsgroep veel sneller verandert dande dominante cultuur. Er zijn verschillende acculturatieprofielente onderscheiden. Zo is er het integratiemodel, waarin de persoonzich deels aanpast aan de dominante cultuur en deel het eigenebehoudt.

Daarnaast is er het assimilatiemodel waarin alles van de anderecultuur wordt overgenomen; het etnisch profiel waarin alles van deeigen cultuur wordt overgenomen en het diffuse model, waarin geenkeuze wordt gemaakt voor de eigen of andere cultuur.

Migrantenjongeren met het etnische en het integratieprofieltonen verreweg de beste adaptatie. Opvallend is ook datmigrantenjongeren van het etnische profiel een significantslechtere socio-economische status hebben dan jongeren in de andereprofielen. Dat betekent dat migranten die in ongunstige economischeomstandigheden leven er baat bij hebben als ze vasthouden aanbepaalde aspecten van hun eigen cultuur.

Van Geel: ‘Steun uit de etnische gemeenschap speelt daarbij eengrote rol, net als sterke banden met de familie en contacten binnende etnische gemeenschap. Dat heeft te maken met het feit dat dezejongeren gevoelig zijn voor familieverplichtingen. Ze willenvoorkomen dat de familie zich voor hen schaamt en daarom zullen zeminder gedragsproblemen vertonen. Het is dus veel belangrijker datdeze jongeren een sterke band met familie en de etnischegemeenschap hebben, dan dat ze Sinterklaas vieren of met eenNederlandse partner trouwen.’

Assimilatie

Volgens Van Geel moeten we af van het idee dat assimilatie eenideaal eindpunt is. Daarmee zegt hij overigens niet dat jongerenniet moeten integreren, maar slechts in beperkte mate. ‘Jongerenmoeten assimileren op punten die leiden tot economischevooruitgang. Ze moeten de taal leren, onderwijs genieten en lerensamen te leven met andere culturen.’ Daar trekt hij de grens.

‘Er moet begrip komen voor het feit dat niet iedere veranderingen aanpassing aan de Nederlandse cultuur per se een verbetering is.Migrantenjongeren, met name die uit armere gezinnen, voelen zichbeter en gedragen zich beter als ze vasthouden aan hun eigencultuur. Het is belangrijk dat ze daar in gesteund worden.’


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK