Geen ‘half-hbo’

Nieuws | de redactie
26 januari 2010 | Waar moet het hbo zich op richten? In afwachting van de uitkomsten van de Commissie-Veerman slaat Fontys-voorzitter Marcel Wintels piketpaaltjes: geen associate degrees en ook geen academisering. "De opdracht en het oorspronkelijke profiel voor hogescholen is helder. Die moeten we niet willen vervagen met een wetenschappelijke drive."

Minister van Onderwijs Ronald Plasterk, staatssecretaris Marjavan Bijsterveldt en
MKB-voorzitter Loek Hermans brengen op 27 januari een bezoek aanTilburg. Zij willen zich laten informeren over de eerste ervaringenmet Associate degree-programma’s (Ad’s),  de tweejarigeonderwijsprogramma’s die enkele jaren geleden binnen het hbo zijnontwikkeld als aanvulling op de bestaande mbo- enhbo-opleidingsmogelijkheden. Een soort ‘half hbo’.

Kort geleden heeft Minister Plasterk ook de commissie Veermanaan het werk gezet om na te denken over het stelsel van hogeronderwijs. Het onderscheid tussen hoger beroeps- enwetenschappelijk onderwijs zou niet meer bestendig zijn.Dit roept de vraag op: waar staat het hbo nu eigenlijk voor?

Helder hbo

Het hbo heeft een prachtige en heldere opdracht. Het ishoger onderwijs, het is beroepsonderwijs en hetis dus vooral onderwijs. Een kraakhelder profiel zou jezeggen. En in nauwe verbinding met de beroepspraktijk. Waarvaardigheden, inzicht en zeker ook kennis centraal staan. Waarbijlectoren, mits goed ingebed in het onderwijs, de kwaliteit van hetonderwijs en het onderzoekend vermogen van studenten verhogen. Enwaar tegelijkertijd op basis van concrete vragen uit het werkveldonderzoek plaats vindt. Daarmee levert het hbo via onderwijs,praktijkgericht onderzoek en kenniscirculatie een grote bijdrageaan innovatie en de beroepsontwikkeling.

Modern en goed hoger beroepsonderwijs leidt na vier jaar tot eenmaatschappelijk hoog gewaardeerd bachelordiploma en daarna mogelijknog tot een professionele mastergraad. Het hbo moet staan voorgevarieerd en intensief onderwijs met een goede structuur enprogrammering, met veel contact tussen student en docenten. Dedocenten, enthousiast, bevlogen en van hoog niveau, maken immershet verschil in het onderwijs. Daar investeren we in. Meer hogeropgeleide docenten, met een master- of doctorsgraad.

Geen academisch onderwijs

De opdracht en het oorspronkelijke profiel voor hogescholen ishelder. Die moeten we niet willen vervagen met eenwetenschappelijke drive. Het hbo is geen academisch onderwijs, doet geen wetenschappelijk onderzoek, heeft geenpromotierecht. En dat is juist wel de kern van een universiteit.Een wereld van verschil, vooral in oriëntatie. Laten we dieverschillen in profiel koesteren. Ieder zijn kracht.

Evenmin wil ik het profiel van een hogeschool, als aanbieder vanvolwaardig hoger beroepsonderwijs, laten vervagen door Ad’s aan tebieden. Tweejarig hbo is bedoeld voor hen die een volwaardigehbo-opleiding teveel, te lang of te zwaar vinden. Als er behoefteblijkt aan dit niveau tussen mbo en hbo moet dat er natuurlijkkomen. Maar wat mij betreft niet vermengd met en als onderdeel vanhogescholen. Geef het een eigenstandige positie die het waar kanmaken: een tussenniveau en daarmee een belangrijke schakeltussen mbo en hbo. In Brabant willen we daartoe het’Brabant College’ oprichten, een samenwerkingsverband van hbo enmbo ter bevordering van het Ad-aanbod vanuit een eigenpositionering en profilering.

Kwaliteit onder druk

De samenleving vraagt een hoog niveau van onzebacheloropleidingen en van onze studenten. Het verschil aanvooropleidingen is nu groot, soms te groot. Die toenemendeheterogeniteit van zowel instroom als van ons aanbod zet dekwaliteit onder druk. En het vergroot de kans op studie-uitval,waardoor talenten niet ten volle benut worden.

Overigens komt talent alleen tot bloei als studenten daar zelfzorgvuldig mee omgaan. Minder vrijblijvendheid in studiegedrag,meer bereidheid om te presteren door duidelijker prestatieprikkelsen een verantwoorde studiekeuze zijn gewenst. Maar voor datlaatste, goed en verantwoord kiezen, is het ook noodzakelijk dat jeweet wat er van je verlangd wordt. Waar een hogeschool voorstaat.

Hogescholen zijn bedoeld voor een brede groep studenten: dembo-ers die geschikt zijn voor het hbo-niveau, de havist en deniet-wetenschappelijk georiënteerde vwo-ers. Die bereiken we als weeen helder profiel houden dat opleidt tot een herkenbaarhbo-diploma, met grote waarde op de arbeidsmarkt.

Voor hogescholen geldt wat mij betreft: niet groter en diffuser,niet nog heterogener willen worden, dus geen universiteit enevenmin ‘half hbo’. Vooral wel beter en herkenbaar: hoogwaardig envolwaardig hoger onderwijs waarop we aanspreekbaar zijn, in eenomgeving waar de student zich ’thuis’ voelt. Zodat een student ende arbeidsmarkt weet waar een diploma van een hogeschool, vanFontys, voor staat.

Marcel Wintels, Voorzitter Raad van Bestuur Fontyshogescholen

Lees het artikel van Frits van Oostrom over hethbo hier


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK