Geen ‘closed shop’

Nieuws | de redactie
14 april 2010 | Het rapport-Veerman zal geen succes worden als veld en kabinet het direct willen uitvoeren. ScienceGuide analyseert waarom de HOAK-nota 25 jaar geleden zo aansloeg en vroeg HOAK-architect en –auteur Roel in ’t Veld wat nodig is om dat ook nu weer te bereiken. In ’t Veld pleit voor een verrijkende discussie waarin ook andere perspectieven gehoord worden: “Het moet geen closed shop worden.”

Een uitgekiend moment

Het Veerman-rapport komt op een uitgekiend moment: precies 25 jaarna de HOAK-nota en vlak voor een kabinetsformatie waarin een reeks,liefst coherente hervormingen voor 2020 op de agenda staan zal. Kan’Veerman’ net zo bevrijdend, vernieuwend en agendabepalend blijkenals ‘HOAK’ al een kwart eeuw is? En wat is daarvoor nodig?

Wie bij de 25e verjaardag van de nota Hoger Onderwijs:Autonomie en Kwaliteit van minister Deetman van Onderwijs enWetenschappen (1982-1989) terugblikt en analyseert, kan veelboeiends op tafel leggen voor de aanstaande omgang met’Veerman’.

De HOAK-nota was precies dat: een nota, een beleidsdocument -opvallend kort en bondig bovendien – van het ministerie vanO&W. Het formuleerde de kerngedachte voor het hogeronderwijsbeleid, die de eerste CDA-minister op dit terrein voor detoekomst wilde schetsen. Hij bood de universiteit en de hogeschool’eigenmeesterschap’ aan als nieuw raison d’être alskennisinstelling.

Bestuur op afstand

Dit had vergaande gevolgen. De minister zou niet langer diep binnenhbo en wo sturen, met detailregels, financieringsmechanismen enbenoemingsrechten zoals deze destijds nog usance waren.Het hbo kende nog door O&W goed te keuren lestabellen voor elkeopleiding en op de universiteiten werden colleges van bestuur vande rijksuniversiteiten nog benoemd door de minister!

Van al zulke bureaucratie zou de minister afscheid nemen, al die’macht’ loslaten als de hoger onderwijs instellingen beleid enkwaliteit voor eigen rekening zouden nemen. En ook echt zoudenwillen nemen. Via externe visitaties zouden peerreviews enbeoordeling door het relevante ‘beroepenveld’ sturend worden voorde bekostigingsrechten van het hoger onderwijsaanbod. Een’beleidsrijke dialoog’ zou de minister over de uitkomsten daarvangaan voeren en de conclusies in lange termijndocumenten als hetHOOP (hoger onderwijs- en onderzoeksplan) gaan neerleggen.

‘Bestuur op afstand’ werd het parool, dat als ‘boa constrictor’ ookwel satirisch werd benaderd. Bij de jaarlijkse Narren UniversiteitLimburg, de NUL, heeft Deetman in een feestrede ook nog de vederenboa die diva’s dragen als symbool van wetenschappelijk onderwijsgelanceerd.

Beleidsrijke dialoog

Dit eigenmeesterschap zou het hbo alleen aankunnen als dehogescholen groot genoeg, divers genoeg, maatschappelijk enregionaal sterk genoeg verankerd waren en als gelijkwaardigependant van de universiteit konden functioneren. De HOAK-nota gafhen daarom meteen perspectief op én minder detailsturing énbestuurlijke identiteit als eindresultaat van de grote fusie- enherschikkingsoperaties van die jaren. Niet de markt, maar profielen inhoud zouden deze primair sturen. De minister zou zo opkernpunten krachtiger kunnen optreden en sturen, mits ‘beleidsrijken dialogerend’. Deetman introduceerde dus een soort academischpoldermodel.

De commissie-Veerman is in dit licht een echt HOAK-product: deminister durft niet zelf meer strategische visies te formuleren,maar laat experts ‘de beleidsrijke dialoog’ in gang zetten. Dat detoenmalige rector van de Erasmus Universiteit en een jongebeleidsambtenaar van de ‘HOAK-afdeling’ van O&W later lidwerden van de commissie-Veerman is dan ook een aardig detail:Alexander Rinnooy Kan en Ron Bormans.

Veerman past ook bij het vervolg op HOAK, omdat hij de rol van hetHOOP lijkt te moeten vervangen. Immers, zo’n robuust document om dedialoog inhoud en richting te geven wordt al jaren node gemist,nadat die onder de paarse kabinetten steeds inhoudslozer begon teworden en onder Nijs zelfs verdween. Plasterks strategische agendavoor het hoger onderwijs, Het hoogste goed, maakte dat welduidelijk. Het bood noch agenda, noch strategie, zoals devlijmscherpe reactie van de SER liet zien. De onverhoedse lanceringvan het idee van een Californisch model en van de commissie-Veermanwaren een poging alsnog tot zo’n HOOP-achtige inhoudsdialoog enbeleidsvisie door de minister.

Product van de polder

Het is daarom boeiend te zien hoe Marja van Bijsterveldt dezedialoog zal inrichten. Zo’n processturing hoeft immers geencontroversiële actie van het demissionaire kabinet te zijn. Zij kanzelfs voor de kabinetsformatie en een vliegende start door devolgende kennisminister een zinvolle stap zijn. “In de periode tothet aantreden van het nieuwe kabinet wil ik daar mijn bijdrage aanleveren. Ik zal met de instellingen en de studenten spreken om eenaantal thema’s uit het rapport samen verder uit te werken enbesluitvorming door een nieuw kabinet waar mogelijk voor tebereiden,” meldt zij de Kamer.

Een interessant verschil tussen Veerman en HOAK is ook wie depenvoerders zijn. De HOAK-nota was duidelijk een co-productie vanminister Deetman en Roel in ’t Veld, zijn directeur-generaal.Veerman daarentegen is opgesteld door een groep ‘polderaars’: eenoud-minister, de voorzitter van de SER, een hogeschoolbaas  entwee buitenlandse experts. Dat laatste is echt nieuw. Kon Deetmanmet zijn directeur-generaal zijn nota nog zelf en in eigen landopstellen, in 2010 kan een hoger onderwijsstrategie niet meernationaal geformuleerd worden.

Met de HOAK-nota werd een beleidskader opgesteld dat in de decenniaerna tot grote tevredenheid functioneerde. Dat verklaart medewaarom minister Plasterk zoveel kritiek kreeg op zijn Californischerede in Twente. Was dit niet een oplossing op zoek naar eenprobleem? Even leek het erop dat Plasterks proefbalonnetje primaireen bevestiging van het bestaande stelsel zou veroorzaken. Gelukkigverschoof de minister de doelpalen wat om toch te kunnen scoren: decommissie zou vooral de ’toekomstbestendigheid’ van het hogeronderwijsstelsel en de ruimte voor verscheidenheid gaanonderzoeken. Veerman c.s. mochten dus van alles, maar de HOAK nietfundamenteel ter discussie stellen.

Geen closed shop

Zou Veerman desondanks net zo innovatief de agenda van hetHO-beleid voor decennia kunnen bepalen, zelfs internationaal, zoalszijn partijgenoot Deetman vermocht? Dat kan best, mits de discussiedaarover geen closed shop wordt, zegt Roel in ’t Veldtegen ScienceGuide.

“Voordat iedereen toesnelt naar conclusies, is het belangrijk datde kennis van het rapport verrijkt wordt door de wijsheid vangemeenschappen, zodat het beste eruit gehaald wordt. Het zouonverstandig zijn meteen te zeggen: ‘Dit rapport voeren we uit.’Voor de uitkomst van HOAK hadden we al uitvoerig intern metexternen gepraat.

Na het verschijnen van zo’n rapport is er een gesprek met de helesamenleving nodig. Dat leidt dan tot verrijking, verdieping enconsolidatie. Dat is bij de HOAK-nota ook gebeurd. Zoiets hoefthelemaal niet te leiden tot vertraging of de ijskast! Twee jaarlater leidde de HOAK-nota immers al tot de WHW.

Je kunt verwachten dat na het verschijnen van het rapport-Veermangroepen zelf aan de slag gaan. Laten sectoren -een begrip dat we inde WHW vanuit de HOAK nota hebben willen introduceren- vooral zelfoppakken wat zo’n rapport-Veerman hen aan taken en ruimte voor detoekomst biedt. Dat is goed, want dat kan tot verrijking leidden.Maar die groepen moeten dan wel een breder perspectief in hetgesprek toelaten. Breder dan alleen de eigen sector en collega’s inhet onderwijs. Zo’n discussie mag geen closed shopworden.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK