Ook leraren moeten blijven leren

Nieuws | de redactie
28 mei 2010 | Terwijl OCW op allerlei manieren probeert de kwaliteit van de lerarenopleidingen te verbeteren, blijft het echte probleem zo buiten schot: het gebrek aan nascholing. Die zouden leraren zelf moeten organiseren, betoogt HvA-lector Marco Snoek.

Opsplitsen van de pabo- en tweedegraads bevoegdheid in aparte kwalificaties voor de onderbouw van het basisonderwijs, de bovenbouw, (v)mbo en havo/vwo? Dat is de vraag die staatssecretaris Marja van Bijsterveld een jaar geleden voorlegde aan de sociale partners in het onderwijs en waarover ze binnenkort een brief zal sturen naar de Tweede Kamer.

Op dit moment worden leraren in een beperkte tijd opgeleid vooreen breed werkveld. In het basisonderwijs gaat het om de brede doelgroep van 3 tot 12 jarigen, in het voorgezet onderwijs om de sterk uiteenlopende werkvelden van het vmbo, havo/vwo en het mbo. Kernvraag is daarmee of het wel realistisch is om te verwachten dat afgestudeerden aan de pabo’s of de tweedegraads lerarenopleidingen voor hun hele bevoegdheidsgebied inzetbaar zijn.

Pabo’ers in het voortgezet onderwijs

Al langer pleiten verschillende partijen voor smallere opleidingen(bijv. voor het vmbo of het mbo), terwijl tegelijk anderen pleitenvoor een verdere verbreding van de opleidingen. Zo rapporteerde SBOonlangs over de inzet van pabo-gediplomeerden in het voortgezetonderwijs. In een onderzoek door Regioplan blijkt dat ruim 5% vande leraren in het voortgezet onderwijs (met name in hetpraktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs in het vmbo)les geeft op basis van een pabo-bevoegdheid. Voor afgestudeerden na1 augustus 2006 (de invoering van de Wet BIO) is dit echter nietmeer toegestaan. Scholen geven in het onderzoek aan dat ze kiezenvoor pabo-afgestudeerden vanwege hun pedagogischekwaliteiten.

Tegenover de tevredenheid van vo-scholen over de kwaliteit van pabo-afgestudeerden staat de verscherpte regelgeving van de Wet BIOen nu dus de vraag of de kwalificaties binnen de leraren opleidingen niet nog verder versmald moet worden.

Versmalling leidt tot problemen

Opmerkelijk is dat de staatssecretaris haar verzoek als kop meegeeft ‘Een flexibeler kwalificatie- en opleidingsstelsel’, terwijl een versmalling van kwalificaties eerder leidt tot minder flexibiliteit voor leraren van wie de mobiliteit verkleind wordt, voor scholen die te maken krijgen met personeel dat minder flexibel inzetbaar is, en voor lerarenopleidingen die sterker dan nu het geval is groepen moeten opsplitsen in aparte stromen en te maken zullen krijgen met nieuwe schotten en versnippering. Versmalling zal ook ten koste gaan van internationale flexibiliteit en mobiliteit omdat de smalle Nederlandse bevoegdheden zich moeilijker zullen verhouden tot de bredere bevoegdheden in veel andere landen.

Tegelijk is de huidige mobiliteit een probleem: het brede bevoegdheidsgebied vraagt om een zeer brede expertise- en kennisbasis. Binnen de initiële lerarenopleidingen is daarom gekozen voor specialisaties die leraren specifiek voorbereiden opeen deel van hun bevoegdheidsgebied. Maar bij formatieproblemen worden leraren massaal ingezet op klassen buiten hun specialisatiegebied, zonder dat er additionele scholing georganiseerd wordt.

Een mogelijke oplossing hiervoor is om de specialisaties om tevormen tot aparte bevoegdheden, zodat er een wettelijke blokkadegecreëerd wordt waarmee extra scholing afgedwongen wordt. Deaanleiding voor opdeling in aparte kwalificaties komt dan vooralvoort uit het feit dat de scholen de verantwoordelijkheid tenaanzien van scholing van hun leraren niet oppakken.

Gebrekkige sturing

En daarmee is het feitelijke probleem boven tafel: de zeer gebrekkige sturing op levenslang leren van leraren. Het ontbreektin Nederland aan een cultuur van levenslange professionele ontwikkeling in het onderwijs. Dat zie je in scholen, waar expertsin leren maar weinig bezig zijn met hun eigen leren en waar demeeste scholing gericht is op korte teamgerichte trainingen rondhet toepassen van nieuwe didactieken zonder verdere verdieping. Datzie je op lerarenopleidingen die grotendeels gescheiden opererenvan de nascholingsinstellingen en dat zie je bij het ministerie datzich blind staart op het vernieuwen, innoveren, borgen,herstructureren en accrediteren van lerarenopleidingen, maar nietin staat lijkt te zijn om regie te voeren op alles wat daarnagebeurt.

De machteloosheid van het ministerie ten aanzien van het levenslang leren van leraren heeft geleid tot een lerarenbeurs dieleraren uitnodigt om dan zelf maar het initiatief te nemen totstevige professionaliseringstrajecten. En die machteloosheid kandus leiden tot een versmalling van de lerarenopleidingen om daarmeeeen wettelijke stok achter de deur te hebben om schoolleiders enleraren te dwingen om zich bij te (laten) scholen. In dat gevalbieden dwingende wettelijke kaders een oplossing voor gebrek aan zelfsturende kracht van schoolbesturen.

Wantrouwen

Een versmalling van de kwalificaties leidt tot twee problemen: het feitelijke probleem (gebrek aan aandacht voor levenslang leren)wordt niet aangepakt en er wordt gestuurd vanuit wantrouwen ten aanzien van de sector. In plaats van het vergroten van de zelfsturende kracht en eigen verantwoordelijkheid van scholen,wordt door de overheid bij een versmalling van kwalificaties reguleringsruimte teruggepakt.

Wat nodig is, is niet een versmalling en verstarring vanopleidingsstructuren, maar een andere manier van denken over lerarenprofessionaliteit. Eén waarbij levenslang leren een vanzelfsprekendheid is. Waarbij nascholing een voorwaarde is om alsleraar te kunnen en te mogen functioneren. Waarbij bevoegdheid onderhouden moet worden om benoembaar te blijven.

Lerarenregister

Een lerarenregister kan daar een rol in spelen. Vooral ook omdatdit een sturingsinstrument kan zijn van de beroepsgroep zelf. Datvraagt wel om een beroepsgroep die het lef heeft om zichzelfkwaliteitseisen op te leggen, die de regie in eigen hand wil houden in plaats van het in handen te leggen van schoolbesturen ofministerie. En die dus als beroepsgroep het lef heeft om leraren de bevoegdheid te ontnemen bij onvoldoende nascholing. En het vraagt om een staatssecretaris en Tweede Kamer die het belangrijk vinden dat er een professionele beroepsgroep van leraren komt die zichzelfde maat neemt en dus het lef hebben om de regie op het register uithanden te geven.

Als dat lukt, ontstaat er ruimte om de lerarenopleidingen echtte flexibiliseren. Als de kwaliteit aan de achterkant geborgd is,heb je geen smalle en verstikkende wettelijke kaders meer nodig. Kaders die nu de lerarenopleidingen belemmeren om maatwerk te bieden dat is afgestemd op de individuele student en de behoefte van scholen, en die scholen belemmeren om bijvoorbeeld afgestudeerden aan de pabo te laten bijdragen aan een krachtig pedagogisch klimaat op het vmbo.

Marco Snoek
Lector HvA


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK