De WC-eend van Frans Nauta

Nieuws | de redactie
19 januari 2011 | "Wij, de kennislobby van Nederland, vragen uw aandacht voor de volgende prangende boodschap: 'Wij van WC-eend adviseren WC-eend.' " Dat is volgens Frans Nauta de eigenlijke boodschap van de KIA-coalitie. In een sardonische analyse geeft hij aan wat werkt en wat niet. "Niemand schiet er iets mee op als minister De Jager de geldkraan opeens openzet."

‘Beste minister-president Rutte, beste minister Verhagen, besteminister van Bijsterveldt, allerbeste minister De Jager,

Wij, de kennislobby van Nederland, vragen uw aandacht voor devolgende prangende boodschap: “Wij van WC-eend adviseren WC-eend.”‘

Dat is de kortste samenvatting van de ‘KIA foto 2011′. De eerste KIA verscheen in 2006 vande hand van het Innovatieplatform. Dat platform is vorig jaar terziele gegaan, maar de KIA-coalitie heeft het stokje overgepakt. Deboodschap van het Innovatieplatform destijds: Nederland steekt opjaarbasis zo’n 6 miljard te weinig in kennis en innovatie. Deboodschap vijf jaar later: Nederland steekt op jaarbasis 6 miljardte weinig in kennis en innovatie. Wij van WC-eend adviserenWC-eend.

Rijke set indicatoren, maar….

De KIA-coalitie heeft een website en daar is goed aan af te zienwat zij eigenlijk is. Er staan precies twee berichten op de site.De eerste dateert van 30 juni 2010: “Bijna dertig organisaties uitde kenniswereld en het bedrijfsleven (…) hebben een nieuwe Kennisen Innovatie Agenda gelanceerd”. Het tweede bericht is van 18januari 2011 en luidt: ‘Kennis en Innovatie Foto 2011’.

Kortom, de KIA coalitie is wat je noemt een uit politiekopportunisme geboren club met als centrale missie om meeroverheidsgeld los te peuteren voor zichzelf. De coalitie doetniets, behalve eens per half jaar roepen dat de overheid meer geldnaar de kennissector moet brengen. Wij van WC-eend adviserenWC-eend.

Tot zover het gemopper. Staat er ook nog iets zinnigs in hetrapport? Jazeker. De data die verzameld zijn in het stuk zijnprima. Er is een rijke set van indicatoren, die verder gaat dan degemiddelde rankings over onderzoek- en innovatiebudgetten. Hetprobleem is alleen dat de uitkomsten van die statistieken alminstens tien jaar amper verbeteren of zelfs verslechteren. Ondanksalle goede bedoelingen, ondanks beleid en ondanks bakken metgeld.

Neem de inzet voor meer en beter volwassenenonderwijs, voor LLL.Daar scoort Nederland al minstens twintig jaar slecht op. Aanbeleid geen gebrek, maar geen enkel aansprekend resultaat. Hoe komtdat? Hoe kan het beter? De KIA coalitie zwijgt, maar wil er welgraag meer geld voor.

De dalende R&D van bedrijven in Nederland is eigenlijk ookniets nieuws onder de zon. Is het erg? Wie naar de economischeprestaties van Nederland kijkt, is geneigd te zeggen van niet. Zijnwe misschien een innovatieve diensteneconomie die op dit puntalleen nog indicatoren gebruikt uit de jaren zestig van de vorigeeeuw? Of is het echt een probleem dat grote bedrijven hun R&Dlangzaam maar zeker verplaatsen naar landen met lagere lonen en/ofmeer talent? Geen idee, in de KIA is het niet te lezen. Maar de KIAcoalitie wil wel graag meer overheidsgeld voor R&D.

Vier successen

En is er ook goed nieuws. Allereerst ondernemerschap. Sinds 2003is er aanzienlijk meer aandacht in het onderwijs voorondernemerschap. Dat werkt steengoed. Het aantal studenten datserieus nadenkt over een eigen bedrijf is omhoog geschoten, vanzo’n 15% tien jaar geleden tot zo’n 60% nu. Succesvol beleid van deoverheid, goed gedaan door een aantal onderwijs- enkennisinstellingen.

Het tweede succes is leerlingen en studenten die kiezen voortechniek. In tien jaar tijd is dat aandeel van minder dan 10%gestegen naar 37%. Dat is ook internationaal gezien een ongekendestijging, een groot succes. Dankzij een behapbare financiële impulsvan de rijksoverheid en het Platform Bèta-Techniek als inspirerendeaanjager. Goed gedaan!

Het derde succes is de bestrijding van de schooluitval. Deuitval daalt en dat is geen toeval. Een breed pakket van acties,wat subsidiegeld als smeerolie, breed commitment bij betrokkenpartijen. Die kennislobby kan best iets.

Het vierde succes staat niet in de KIA, maar hoort een plek tekrijgen in de volgende editie. Dat is de invoering in Nederland vande Small Business Investment Corporation-regeling. De SBIC isvijftig jaar geleden in de USA ingevoerd om meer geld beschikbaarte krijgen voor risicovolle starters. Kort gezegd verdubbelt deoverheid de inzet van investeerders. Technopartner voert deregeling uit (SEED-faciliteit) in Nederland en het aantal fondsenstaat inmiddels op bijna dertig. Dat lijkt peanuts, maarrisicokapitaal is een cruciaal onderdeel van een innovatieveeconomie.

Een stoer aanbod

Het idee achter de Kennis Investerings Agenda is helder temaken “wat de komende tien jaar nodig is om Nederland weer in dewereldtop 5 van kennissamenlevingen te krijgen.” Dat is een nobeldoel en het is goed dat er een consortium bestaat waar dekenniswereld met het bedrijfsleven nadenkt over zo’n strategischeagenda. Maar dan zou het goed zijn als de geldvraag van tafelgaat.

De kennislobby brengt namelijk een imago van dieWC-eend die nooit genoeg heeft. De Nederlandse kennissector heeftde afgelopen jaren miljarden euro’s ontvangen uit het FES. Er isniemand die ook maar bij benadering uit kan leggen welke waarde datvoor de samenleving heeft opgeleverd. Val dus niet steeds in dievalkuil van ‘Wij van WC-eend adviseren WC-eend’. Geld is beslistniet het grootste probleem van de Nederlandse kenniseconomie.Niemand schiet er iets mee op als minister De Jager de geldkraanopeens openzet.

Het is ook miscalculatie van de politieke verhoudingen inNederland. Er is niemand ontvankelijk voor de boodschap dat geldhet probleem is. Er zit echt niemand te wachten op een offensiefmet een cliché boodschap .

Wat zou er wel kunnen? De discussie binnen de KIA kan over devraag wat de coalitie zélf kan doen, zonder claims bij de overheidneer te leggen. Ga bijvoorbeeld eens goed na wat er de afgelopendertig jaar niet gewerkt heeft (het gros van het beleid), wat ergoed gewerkt heeft (een paar fraaie pareltjes) en welke lessen daaruit te leren zijn. Doe dat niet met een obligate commissie, maardoe het in één dag in de vorm van een vertrouwelijk gesprek. In datgesprek houden de bestuurders hun mond, en luisteren ze naar demensen die de afgelopen jaren in de uitvoering actief zijn geweest.Ik kom bijvoorbeeld graag iets vertellen over lessen uit hetInnovatieplatform en vier jaar lectorschap aan een hogeschool.

Eén van de centrale lessen die ik nu al kan voorspellen is datde sector zich minder met Den Haag bezig moet houden en meer met deeigen uitvoering. Een tweede les die ik verwacht is dat beleid weldegelijk kan werken als het met focus wordt ingezet, met weinigbureaucratie en als er ruimte wordt gemaakt voor vernieuwers in hetveld. Zie de vier successen die ik noem.

De derde les: weg met die WC-eend. Het is eerder tijd om eenstoer aanbod te doen. Een aanbod in de trant: ‘Geacht kabinet, hoekan de Nederlandse kennislobby een bijdrage leveren aan hoeNederland over twintig jaar zijn geld verdient? Wij zelf denken aande volgende drie zaken…’ Plus nog een kleine toevoeging: ‘Oh, entrouwens, sorry voor ons aandeel in de puinhoop van de FES. Wevonden het wel lekker, dat er zoveel geld onze kant op kwam, ook alzagen we vanaf de start dat het niet werkte. Maar dat gaan we vanafnu beter doen.’


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«