HBO wil Open Access

Nieuws | de redactie
2 maart 2011 | Bijna 90% van de lectoren staat positief tegenover het vrij beschikbaar maken van hun onderzoeksresultaten, zo blijkt uit het rapport ‘Lectoren en hun publicaties’ van Daan Andriessen (Inholland). Ook antwoorden op vragen naar de rol van de impactfactor en de HBO Kennisbank noemt Andriessen ‘zeer opvallend’.

 

“Een opvallend hoog percentage, dat had ik ook niet verwacht”,aldus Daan Andriessen, lector Intellectual Capital aan HogeschoolInholland. Zijn onderzoek, dat hij samen met collega’s uitvoerde inopdracht van Surf, toont aan dat bijna alle lectoren volgenseen Open Access-model willen publiceren. Andriessen: “Dat is des teopvallender als je bedenkt dat bestaande initiatieven om OpenAccess-publishing te stimuleren in het HBO nog niet zo veel hebbenopgeleverd.”

Een quick win

Uit het onderzoek blijkt dat lectoraten jaarlijks vierduizendpublicaties produceren, waarvan op dit moment eenderde vrijtoegankelijk is. Volgens Andriessen zijn een paar hogescholen zeeractief met Open Access, zoals Fontys, de Hogeschool Utrecht en deHaagse Hogeschool. “Maar over de hele linie zit er nog te weinigbeweging in. Vele lectoren willen hun resultaten vrij beschikbaarmaken, maar weten niet hoe of hebben hun handen al meer dan vol aanandere taken. Een ‘quick win’ is om ze te ondersteunen in hetlogistieke proces. Ook op mijn eigen hogeschool, Inholland, staatdit echter nog in de kinderschoenen”, licht hij toe.

Dat er dan toch eenderde van de onderzoeksresultaten vrijtoegankelijk is, komt doordat het HBO in vele vormen, meer dan hetWO, publiceert. “Veel artikelen verschijnen direct in openbarevakbladen of websites”, verklaart Andriessen. Eén van deze websitesis de HBO Kennisbank. Een ander opvallend aspect van het onderzoekis dat het een mythe hierover ontkracht. “In het verleden hoorde jeweleens dat iemand niet wilde publiceren op deze Kennisbank omdathij dan tussen studentenscripties stond. Dat blijkt echt niet hetgeval te zijn. Zo gaf 90% aan te willen publiceren op dezesite.”

“Nog belangrijker is dat lectoren hun publicaties plaatsen oplokale repositories van de hogeschool. Daar hebben ze bij de HaagseHogeschool een perfect systeem voor bedacht en uitgevoerd. Elkemaand haalt hun mediatheek via de secretariaten van de lectoratenalle nieuwe onderzoeken op en plaatst deze in zo’n repository. Dezeis aangesloten op de HBO-Kennisbank en ook op lectoren.nl zodat destukken daar ook automatisch op worden gezet.”

HBO staat sterk

Juridische aspecten hoeven hierbij niet in de weg te staan,licht Andriessen toe. “Uitgevers staan over het algemeen toe dat deauteursversie van een artikel, dus de voorlaatste versie van eenartikel zonder de officiële opmaak van de uitgever, in eenrepository op internet wordt gezet.” Andriessen moedigt de HBO-raad wel aan te onderhandelen met uitgevers voor een gunstigereregelgeving met betrekking tot Open Access publiceren.

“Dan zou ik mikken op een standaardafspraak met de uitgevers,waarbij het mogelijk wordt om het artikel een half jaar napublicatie in een journal op te slaan in een repository. DeHBO-raad heeft in zulke Open Access-onderhandelingen een beterepositie dan de VSNU of NWO, omdat in het HBO de instellingenauteursrechthebbende zijn. Dat is bij cao geregeld en geldt ookvoor lectoren afhankelijk van in hoeverre zij in dienst van dehogeschool zijn.”

Impactfactor belangrijk

Een andere uitkomst uit het onderzoek die Andriessen niet hadverwacht is dat een groot percentage lectoren de impactfactor alsobstakel ziet bij Open Access-publiceren. 31% geeft aan dat hetmoeten publiceren in tijdschriften met hoge impactfactor een grotetot zeer grote belemmering is. “Ik had niet gedacht dat dit in hetHBO zo gevoelig lag. Een aantal hogescholen rekent lectoren af opde impact van hun artikelen. De HvA hecht hier bijvoorbeeld waardeaan, maar dat is misschien ook niet zo verwonderlijk gezien debestuurlijke koppeling met de UvA. Een tweede verklaring ligt bijde lectoren zelf. De meeste komen uit de wetenschap en willen ervroeger of later weer in terugkeren. Dan moet je wel bijblijven metpubliceren.”

Uit het onderzoeksrapport blijkt tevens dat enkele onderzoekersde tijd rijpen vinden voor een heuse Open Access-revolutie. Dit isvolgens Andriessen echter niet nodig. “De juiste mindset is ernamelijk wel. De bereidheid is er, het bewustzijn ook. Ik merk hetzelf ook in de dagelijkse praktijk. Ik word steeds vaker benaderdom even de koppen bij elkaar te steken over dit onderwerp. Surf isbovendien echt hard aan Open Acces aan het trekken. We moeten erveel energie insteken en het beter organiseren. Hier ligt eenbelangrijke rol voor mediatheken en bibliotheken. Hun rol verandertlangzaam aan en ze worden verantwoordelijk voor het verzamelen ennaar buiten brengen van informatie in plaats van het naar binnenhalen. Helaas is het management van de hogescholen zich hier nog teweinig van bewust.”

Zelf heeft Andriessen nog wat achterstallig onderhoud teverrichten. “Ik ben bezig met het verzamelen van teksten en zenetjes in de repository te plaatsen. Voor de zomer hoop ik weerhelemaal bij te zijn.” Het onderzoek ‘Lectoren en hun publicaties’staat inmiddels al in de HBO-Kennisbank, zie hier.

Het onderzoek is uitgevoerd door Daan Andriessen (HogeschoolInholland), Hilleke van der Reijden & Annelies de Jeu(Hogeschool Utrecht), Jan Companjen (Haagse Hogeschool) en SylviaSchoenmakers (Hogeschool Zuyd). Het onderzoek is onderdeel van hetSURFfoundation project ‘Open Onderzoek II’.

Voor meer informatie over HBO en Open Access zie www.surf.nl/openaccess, www.surffoundation.nl/hbokennisof www.lectoren.nl/openonderzoek


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«