ICT moet verweven met wetenschap

Nieuws | de redactie
2 maart 2011 | Onderzoek wordt steeds data-intensiever en ICT-rijker. Bèta, alfa en gamma worden snel innovatiever en Nederland heeft hierbij een toppositie. SURF en NWO gaan fors investeren om aan die top te blijven met het nieuwe eScience Center. “Er gebeurt al veel, maar we kunnen nog veel beter”, zegt prof. Jacob de Vlieg tegen ScienceGuide.

De grote data-intensiteit van R&D maakt het steedsmultidisciplinairder en verweven met bèta, met alfa en gamma en henallen met een hoog tempo van technologische vernieuwing. “Vooral opde grensvlakken gaat dat steeds harder en meer indringend. En juistdaar op die snijvlakken komen de meeste innovaties en nieuweinzichten tot bloei. Hier nog beter te presteren is onze uitdagingals land en als eScience Center”, onderstreept de Vlieg.

Mooi gereedschap naast het echte werk

De term eScience staat voor enhanced science, eennieuwe manier van onderzoek en ontwikkeling waarbij mensen, kennisen gegevens worden samengebracht. Te denken valt aan zoektechniekenwaarmee verschillende databases tegelijk worden doorzocht,geavanceerde computersimulaties of communicatietechnieken waarmeeexperts op afstand kennis met elkaar kunnen delen.

eScience is een open manier van wetenschap bedrijven die dekwaliteit en snelheid van multidisciplinair onderzoek verhoogt doorcombinatie en analyse van grote hoeveelheden databestanden.eScience is niet alleen voor academische wetenschappers belangrijk,maar ook voor het bedrijfsleven, omdat de integratieve uitwisselingvan kennis tussen bedrijven en kennisinstellingen noodzakelijk isvoor innovatie in het bedrijfsleven.

Het slaan van bruggen tussen ICT in de breedste zin en het doenvan wetenschappelijk onderzoek gaat niet vanzelf, merktprogrammavoorzitter Jacob de Vlieg. “We zijn vaak nog niet zoverals we willen en ook zouden kunnen. De inzet van ICT is welbelangrijk in ons R&D werk, maar nog niet voldoende echtgeïntegreerd er in. We zien het als ‘mooi gereedschap’ dat we ineen gereedschapskist hebben liggen naast het ‘echte werk’. Hetblijven te vaak twee eigen werelden die elk een eigen taal spreken.De verwevenheid is nog beperkt, zelfs in ons land waar we hierbijvoorop lopen.”

De Vlieg wijst op de financiële wereld en de sterke verwevenheidvan de ICT-functies en -experts in de vakgebieden daar. “Hier zijnze er verder mee dan wij. Wie er beide disciplines van financiëlekennis en ICT-expertise begrijpen die zijn daar de echtebelangrijke mensen. Op dat vlak kan het in de wetenschappelijkewereld wel beter nog.”

Juist afrekenen op slimme ICT-integratie

Binnen de R&D is zo’n structurele integratie even zinvol alsverrijkend, stelt hij. Nu is het vaak nog zo, dat in eendata-intensief project de ICT-zaken door een AIO of postdoc wordengedaan.  “Die trekt daar aan, maar doet zoiets er dus even bijals het ware. Zodra de klus geklaard is, is zij of hij dan wel wegen verdwijnt de expertise. Het is zo niet structureel geïntegreerd,het leidt ook helaas tot versnipperingen. En je mist zo bovendiende kruisbestuiving van knowhow en inzicht die eigenlijk van naturezou moeten plaatsvinden.”

De jonge onderzoekers worden daarin ook niet aangemoedigd,vreest De Vlieg. Zij worden immers “afgerekend op publicaties enniet op slimme ICT-integratie. Dat laat ie dan wel schieten na eentijdje dus. Zonde is dat.”

Tegelijk laat de opmars van eScience zien dat juist nu heelgoede mensen nodig zijn voor zulke integratieve klussen. “Ik noemze het liefst E-Lab engineers, mensen die kunnen analyseren ennieuwe ontwikkelingen en toepassingen als een soort experimenteeldesign kunnen maken.” Dat kunnen zeer zeker ook Hbo’ers zijnbenadrukt De Vlieg. “Heel graag zelfs! Ik heb ze bij mijn werk voorMSD ook gehad en die hebben een grote impact daarin. Je zietbovendien dat zij zelf in dit vak verder kunnen, ook kunnenpromoveren vervolgens.”

De suggestie van ScienceGuide om vanuit het eScienceCenter de hogescholen uit te nodigen met betrokken lectoraten enopleidingen een eigen inbreng te geven in de opbouw van dit nieuwecentrum, omarmt prof. De Vlieg dan ook meteen. “Ze zijn zeer welkommet hun mensen.”

Willen in plaats van moeten

De deur blijft ook niet gesloten voor verwante initiatieven overde grens, integendeel. “We zien dat men in Finland en Denemarkenhier ook mee bezig is. Daar gaan we bij aanhaken. In Azië zit menuiteraard evenmin stil. Ik zie in mijn werk veel wat er in Chinagebeurt, ben onder de indruk van de multidisciplinaire benaderingdaar, die soms bijna holistisch lijkt. Het is nog geen echtegeïntegreerde eScience, maar je kunt er op rekenen dat dat er ooknog aan komt.”

Vooral het enthousiasme in China spreekt hem aan. “Men wil er zograag met zijn allen aan de slag in R&D, in innovatie. Bij onsis het toch wel eens meer van ‘we moeten er wat aan doen’, ook bijde investeerders in publieke en private organisaties. In China hoorje veel meer ‘we willen graag innoveren, nieuwe dingen proberen enrealiseren’. We kunnen daar in elk geval veel van leren!”

Het multidisciplinaire biedt volgens De Vlieg ons land grotekansen. Nederland loopt bij eScience nog voorop en dat kan ook zoblijven. “Er is al flink in geïnvesteerd en we gaan met ons nieuwecentrum daar mee door. Het zoeken naar doorbraken op degrensvlakken kun je in een klein, dichtbevolkt land ook goed doen.Onze poldertraditie van samenwerken en afstemmen is bovendien eensterk cultureel kenmerk: we zoeken van nature de coherentie en hetnieuwe en profijtelijke voor iedereen daarin. eScience heeft datook in zich: de dialoog en het interdisciplinaire. De ICT is daarinde katalysator. De kern is de innovatieve dialoog.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«