Wetenschapsbeleid een fiasco?

Nieuws | de redactie
31 maart 2011 | "Hulde aan het Rathenau Instituut!" Eppo Bruins van STW geeft de discussie over 'focus en massa' nog een extra impuls. Rathenau "heeft blootgelegd dat beleidsmakend Nederland zichzelf jarenlang kan bezighouden met het najagen van mythes," zo stelt hij.

Het streven naar focus en massa binnen de wetenschap heeft nietgeleid tot de bijbehorende keuzes, aldus het rapport Focus en massa in hetwetenschappelijk onderzoek, dat het instituut op 17 maartpubliceerde. Toch is de conclusie dat het wetenschapsbeleid eenfiasco zou zijn, onjuist. Afhankelijk van het vergrootglas waarmeeje kijkt, zou het Rathenau ook tot geheel andere conclusies kunnenkomen.

Bundelen en kiezen

De term ‘focus en massa’ kwam eind jaren ’90 op inwetenschapsbeleid: een klein land kan niet overal goed in zijn, duswe moeten kiezen en de krachten bundelen. Welnu, er is ook gekozenen gebundeld. Zo is de traditionele kernfysica in Nederland tijdenshet vorige decennium afgebouwd ten gunste van andere gebiedenbinnen de natuurkunde. Binnen de stromingsmechanica is de klassiekereologie nagenoeg verdwenen uit Nederland, enzovoort. Er is dus inieder geval gekozen.

Maar er is ook gebundeld: daar waar Delft zijn krachten heeftgebundeld in de nanowetenschappen (Kavli Instituut), daar heeftTwente zich gericht op de nanotechnologie (MESA-instituut). Maarwat doet Rathenau? Gekscherend gezegd: dat houdt zijn vergrootglasboven Nederland en zegt: “hé, we doen nog steeds natuurkunde entechnische wetenschappen!”  

Focus en massa is in de universitaire wereld de afgelopen 15jaar vooral gezien als taakverdeling en onderlinge samenwerking. Endat is goed gelukt! Zeker binnen de bèta- en technischewetenschappen kan zonder schroom gesteld worden, dat er geenonderzoek in Nederland dubbel wordt uitgevoerd en dat dit onderzoekzonder uitzondering behoort de wereldtop.

De tweejaarlijkse NOWT-rapporten tonen dat Nederlands onderzoekin de natuurkunde, scheikunde, nanotechnologie en materiaalkundewereldwijd een grote impact heeft, terwijl er relatief weinig geldnaar toe gaat. De kwaliteit en onderlinge afstemming wordengewaarborgd dankzij een efficiënt werkende ’tweede geldstroom’ diein onderlinge competitie de onderzoeksmiddelen verdeelt.

Impact van de sleutelgebieden?

Als het Rathenau zijn vergrootglas boven een willekeurigeuniversiteit zou houden, zou men wel degelijk concluderen dat erfocus en massa heeft plaatsgevonden: Het complementaire onderzoekvindt elders plaats, in Nederland of in de wereld, en er zijnvakgebieden die niet meer worden beoefend. Maar beweert hetRathenau nou dat beleidsmakers met ‘focus en massa’ heledisciplines in Nederland hadden willen afschaffen?

De andere kant van de onderzoeksmedaille heet innovatiebeleid.Daarin zijn wél keuzes op nationaal niveau gemaakt: desleutelgebieden. Met een vergrootglas boven ons land zou hetRathenau hiervan wel de effecten moeten kunnen zien. Echter, hetsleutelgebiedenbeleid is pas midden vorig decennium tot standgekomen, dus de resultaten daarvan worden pas in deze jarenzichtbaar.

Bovendien heeft het sleutelgebiedenbeleid vooral invloed gehadop de verdeling van BSik/FES-middelen (aardgasbaten), die slechtseen deel van de totale onderzoeksmiddelen uitmaken. Kortom: als eral een effect te meten zal zijn, is dat klein en wordt het paszichtbaar vanaf nu en niet in de periode die in het huidigeRathenau-rapport wordt beschouwd.

Niet maakbare wetenschap

Toch vind ik het Rathenau-rapport een knap staaltje werk en deboodschap is helder: wetenschap is niet maakbaar en nietvoorspelbaar. Je hebt zowel een brede kennisbasis nodig(wetenschapsbeleid) als heldere keuzes voor de topsectoren in ditland (innovatiebeleid). Die twee gaan goed samen en we hebben goedeonderzoekers en professionele organisaties die zorgen dat dekwaliteit van het onderzoek op wereldtopniveau blijft.

Het huidige kabinet kan ervoor zorgen dat de ministeries vanEL&I en OCW hand in hand Nederland in de top van dekenniseconomieën gaan brengen. Door onderzoek en innovatie testimuleren en te faciliteren. Door toponderzoekers enkennisinstellingen de ruimte te geven. Maar niet door teregisseren, want dan gaan we weer nieuwe mythes najagen.

Dr. Eppo Bruins, directeur Technologiestichting STW


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK