Dat schiet niet zo op

Nieuws | de redactie
6 april 2011 | De omarming van ‘Veerman’ en ‘Dijkgraaf’ door het HBO is bepaald nog geen garantie dat de hogescholen het echt menen met profilering en keuze voor topkwaliteit bij hun zwaartepunten. Ook niet bij de kunstopleidingen. ‘Put your money where your mouth is’, porren bezorgde meedenkers de HBO-raad op achter de schermen.



Het beloofde veel. De commissie onder KNAW-president RobbertDijkgraaf zette de koers uit voor profilering, excellentie,verbinding met de internationale beroepspraktijk en groteverscheidenheid in het kunstonderwijs. Die opzet en aanpak warenmeteen een richtingaanwijzer voor de route die heel het HBO voor’na Veerman’ zou kunnen inslaan.

Het rapport Dijkgraaf werd zelfs – ook door OCW – de springplank voor Veerman genoemd. Eenregieorgaan onder oud-Cultuur-minister en operabestuurder ElcoBrinkman werd aan het werk gezet om ‘Dijkgraaf’ met elan concreetuit te werken. Met de steun in de rug van prominente HO- enkunstkenners uit de commissie als Truze Lodder, Frans Leijnse enRobbert Dijkgraaf zelf kon Brinkman aan de slag.

Aanslag op de kunstsector

Twee ontwikkelingen beperken sindsdien de slagkracht van dezepositieve ontwikkeling, hoort ScienceGuide van de meestter zake deskundigen. De onverhoedse ‘aanslag’ op de kunstsectordoor de gedoogcoalitie maakt de sector allereerst schichtig enondermijnt een coherente, vernieuwingsgezinde respons op deuitdagingen uit ‘Dijkgraaf’. “De nadruk op bezuiniging en behoudvan regionale cultuuruitingen in het regeerakkoord is niet ergbehulpzaam, natuurlijk. Elke regio schiet nu in een defensievekramp. ‘We willen wel onze academie, onze muziekopleidingen kunnenhouden’ en ga zo maar door. We zijn allemaal erg voor profilering,maar Groningen en Maastricht en Twente moeten wel houden wat zehebben. Dat schiet niet zo op,” heet het.

De spanningen tussen OCW en HO-koepels over de onhandigefinanciële manoeuvres rond de invulling van de langstudeerboete -van een rommelige aanslag tot een kaasschaaf van onzekereingangsdatum – maakten die kunstpijn en de vrees voor detoekomst niet minder. De tweede ontwikkeling die hetDijkgraaf-elan belemmert is daarbij de bestuurswisseling inHBO-land. Het plotse vertrek van Doekle Terpstra naar Inhollandheeft de druk binnen de HBO-raad om het Brinkman-regieorgaan ‘uptempo’ en als het ware molto vivace de toon te latenzetten aanzienlijk verminderd. Terpstra’s enthousiasme voorDijkgraafs offensieve visie, waardoor er “een wereld te winnen is”in karakteristieke Doekle-speak, wordt minder gedeelddoor de resterende topstructuur bij de HBO-raad, zo blijkt nu.

De interim-voorzitter Guusje ter Horst zou erg gevoelig zijnvoor conserverende, regionalistische geluiden. Zij heeft een’Amsterdams’ profiel en lijkt zich derhalve elders in de verenigingsteun te willen verwerven door contrair daaraan de meerbehoudzuchtige geluiden over te nemen.  Zo wordt nu onder devlag van het principe van toegankelijkheid van het HBO de keuze vanprofielen en verscheidenheid van aanbod teruggebracht tot een vormvan verdelende rechtvaardigheid. Daarin worden kwaliteitsambitiestoch weer ondergeschikt gemaakt aan regionale belangen, zo vrezende betrokken kenners.

Van springplank naar glijbaan

De springplank zou zo ingeruild worden door een glijbaan naarhet pierenbadje, uit vrees voor een proces van taakverdeling enconcentratie op basis van kwalitatieve afspraken. Algemeen wordterkend dat het kunstonderwijs een aanzienlijke sprong vooruit kanmaken als men de kans kreeg ‘bachelorcapaciteiten’ in te ruilenvoor ‘masteraanbod’ met een scherp toegesneden profiel opinternationaal scorende zwaartepunten. “Dan moet je wel accepterendat Groningen dan niet ook nog hetzelfde kan doen als Amsterdam enomgekeerd,” waarschuwt een bestuurder. “Anders wordt het toch weereen grijs gemiddelde. “

Tevens ligt er in ‘Dijkgraaf’ een aanknopingspunt voor nog tweefundamentele sprongen vooruit: bij differentiatie die echtdoorwerkt in kwalitatieve selectie en bij meer geld uit departiculiere sector en de beroepspraktijk. Het eerste punt betreftde mogelijkheid om de keuze- en selectieprocessen slimmer enscherper te maken voor de oriëntatie van de opleidingen.

Met bredere bachelors kunnen de academies en conservatoria eengrotere ’talentpool’ aantrekken en daarmee meer mensen voor decultuureducatie en creatieve industrie vormen. Aan beide is grotebehoefte. Tegelijk kan in de bachelorfase en ingrotere, streng selectieve masteropleidingen het toptalentvoor de kunstpraktijk een ‘doorlopende leerlijn’ geboden worden,die niet meer los staat van de ontwikkelingen in de creatieveindustrie.

Aan de zwaartepunten waar zulke – door omruil met bacheloraanbodook meer omvangrijke -masteropleidingen zich onderscheiden, kan dantevens een derde cyclus met zware lectoraten verbonden worden.Differentiatie, profiel en selectiviteit worden zo inhoudelijk rijkgespreid over het land, met een kwalitatieve ambitie opwereldniveau waar mogelijk. Het Gurre Lieder project van Codarts enKC samen bewees dit dezer weken nog eens. De wereld benijdt onsland over die combinatie van infrastructuur, klassieke kwaliteit enmoed tot waagstukken, zoals de Duitse topsoliste in Schönbergsmeesterwerk, Melanie Diener, aan ScienceGuide vertelde.

Kom uit de schuttersputjes

Tweede aanknopingspunt bij Dijkgraaf is de nadruk op intensievebetrokkenheid van de beroepspraktijk. Die werd in dat rapport flinkonderhouden over de afstandelijke, klagerige en soms ronduitonwetende opstelling en oordelen over de opleidingen. Nu ministerVerhagen een EL&I-topgebied ‘creatieve industrie’ heeftaangewezen zou het KUO krachtig moeten kunnen toeslaan, zo klinkt bijvoorbeeld vanuit hetregieorgaan. Een gemeenschappelijke financiële inspanning voor deversterking van profielen, masteraanbod en derde cyclus zoumogelijk kunnen worden.

Daarmee kan het talent uit eigen land meteen meer ruimte gebodenworden, zonder dat de onmisbare en economisch aantrekkelijke influxvan buitenlandse toppers ingeperkt zou moeten worden. Dekunstopleidingen vormen immers één van de weinigeopleidingsdomeinen waar Nederland structureel relatief groteaantallen hoog gekwalificeerde talenten weet te trekken. Dat trektop zich weer zeer goede docenten uit de praktijk aan, als ookkunstenaars van het niveau Jiri Kilian die bereid zijn als lector op te treden.

Dat dit geen Randstedelijk gebeuren hoeft te zijn en datregionaal-defensief particularisme overbodig moet zijn, blijktonder meer uit het werk van de Britse specialist Peter Renshaw. Hij werkte aan de Guildhall School of Music and Dramaals hoofd research en beleidsontwikkeling en publiceert en werkt ennu binnen een lectoraat dat gezamenlijk gedragen wordt door hetGroningse Prins Claus Conservatorium en het KC. “Als ze niet uithun schuttersputjes komen, zal het niet makkelijk worden.”


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK