Meer tijd voor onderzoek in Engeland

Nieuws | de redactie
19 april 2011 | Sinds 1992 is hij niet meer werkzaam in Nederland, maar voor de Econometric Game 2011 maakt hij graag een uitzondering. Frank Windmeijer van de Bristol University over statistiek met DNA-samples, econometrieopleidingen in Nederland en werken in Engeland. "Groot-Brittannië heeft een lange historie van een rijk academisch klimaat. Dat is heel prettig werken."

Op de Econometric Game 2011 in een oecumenische kerkaan de Amsterdamse Prinsengracht bijten 25 teams van universiteitenover de hele wereld hun tanden stuk op een onderwerp waar prof. dr.Frank Windmeijer zich al enkele jaren mee bezighoudt. Op de BristolUniversity doet hij onderzoek naar de invloed van het drinkgedragvan moeders tijdens de zwangerschap op de latere prestaties van hetkind. Hij maakt hierbij gebruik van ‘genetic markers’ alsinstrument ter verklaring van het drinkgedrag.

In hoeverre draagt de Econometric Game bij aan uwonderzoek?

“Nou, ik heb vandaag ook nog flink zitten rekenen. De ‘geneticmarkers’ voorspellen heel goed dat je meer of minder drinkt, maarje vindt weinig precisie in het verklaren van een verband tussendrinkgedrag en latere prestaties. Je vind wel een verband tussen deaanwezigheid van de betreffende genen en het alcoholgebruik, maarhet is de vraag in hoeverre je deze ‘genetic markers ‘ dus ook alsverklarend instrument kunt gebruiken in econometrisch onderzoek. Ikhoop dat de deelnemers daar op basis van de opdrachten een meningover gaan vormen.”

En wat is uw mening over het gebruik van genen in deeconometrie?

“Vooralsnog is het gen eigenlijk een zwak instrument. Hetbeïnvloedt te weinig het gedrag om echt een voorspelling te doen.De voorspelling van het alcoholgebruik op basis van het gen isduidelijk, maar een correlatie tussen schooluitkomsten en het gendat is nog te zwak om echt iets over te kunnen zeggen.”

U doet ook ander toepast onderzoek. Kunt u daar eenvoorbeeld van geven?.

“Nou, ik werk niet alleen op de Bristol University, maar ookvoor verschillende onderzoeksinstituten in Engeland. Collega’s vanhet Centre for Market and Public Organisation doen bijvoorbeeldonderzoek naar het effect van de rankings van scholen in Engeland.Is het goed voor de prestaties van scholen? Daaruit bleek dat deprestaties van scholen vooruit gingen als er controles zijn.

Zelf heb ik meegewerkt aan een ander onderzoek naar aanleidingvan beleid van de ‘Blair administration’. Die wilden de wachttijdenin ziekenhuizen terugdringen. Wij hadden de verwachting dat dat tenkoste zou gaan van de kwaliteit en hebben toen vergelijkendonderzoek gedaan met Schotland waar geen beleid opwachttijdverkorting werd gevoerd. We hebben gekeken naar’unintended consequences’ bijvoorbeeld, het aantal overlijdens inde ziekenhuizen. In tegenstelling tot onze verwachting bleken inEngeland zowel de resultaten te verbeteren en de wachttijd omlaagte gaan. De prestaties waren zelfs beter dan in Schotland, waar dusgeen beleid was gevoerd tot verkorting van de wachttijd.”

U werkt inmiddels al sinds 1994 in Engeland, eerst in Londenen daarna in Bristol, wat trekt u zo in Engeland?

“Nou, ik heb een Engelse vrouw, dus dat is één van de redenen,maar ik moet ook zeggen dat ik Engeland een erg prettig academischklimaat vindt hebben. Groot-Brittannië heeft een lange historie eneen rijk academisch klimaat. Het onderzoek staat hier echt voorop,de focus ligt echt bij het feit dat je goed onderzoek moetdoen.”

Waarin uit zich dat?

“Iedere 7 á 8 jaar vindt er in Engeland een Research AssessmentExercise plaats. Iedere onderzoeker moet daar z’n 4 beste papersinsturen die beoordeeld worden door een panel en vervolgensgeranked binnen het vakgebied. Zo worden ook alleeconomische faculteiten  met elkaar vergeleken. Degeldstromen zijn vervolgens ook daar aan gerelateerd. Het gevolg isdat er veel effort wordt gestoken in het aantrekken van goedeonderzoekers. Het klimaat in Engeland is dus heel ergonderzoeksgericht.”

En hoe zou u dat klimaat vergelijken met de situatie inNederland, bent u daar positief over?

“In Nederland zijn gewoonweg minder universiteiten en is er meersprake van gelijkwaardigheid. Tenminste dat was mijn ervaring, maarik ben natuurlijk al sinds 1992 weg uit Nederland. In Engeland iser juist sprake van sterke ranking. Een tijd geleden hebben ze inEngeland van alle hogescholen ook universiteiten gemaakt. Eendergelijke ranking maakt dan dat er nog wel onderscheid is tussende klassieke universiteiten die zich echt profileren alsonderzoeksinstituten en de minder onderzoeksgerichteuniversiteiten.

In Nederland zou zo iets dergelijks wat mij betreft niet moetengebeuren. Hogescholen moeten geen universiteiten worden.Universiteiten hebben een bepaalde plek en het HBO heeft een andereplek, iedereen weet dat ook.”

Hier op de Econometric Game is ook een team van uwuniversiteit aanwezig, hoe zit het met de verschillen in kwaliteitop het gebied van econometrie tussen Nederland enEngeland?

“In Engeland zijn een stuk minder econometristen dan inNederland. Econometrie is geen vak op zich, maar meer een onderdeelvan de studie economie. Nederland heeft een hele sterke historie ophet gebied van de econometrie, met name Tinbergen is daarin heelbelangrijk geweest. Engeland moet het meer hebben vanspecialisaties op lokale schaal. Wij hebben in Bristol bijvoorbeeldhet Centre for Structural Econometrics en zijn dus op dat gebied inde economie zeer gespecialiseerd.

Het gevolg van die geworteldheid van econometrie in Nederland isdat het qua onderwijs wel echt goed is. Je moet alleen wel oppassendat dat niet ten koste gaat van je onderzoek. In Engeland krijg jemeestal meer tijd voor onderzoek. Je moet wat dat betreft goed hetevenwicht bewaren. Als je veel onderwijs geeft en ook de daarbijhorende administratieve taken op je gaat nemen, gaat datonherroepelijk ten koste van je onderzoek. Dat is in Nederlandvolgens mij een beetje het geval. Het onderwijsniveau is erg hoog,maar misschien gaat dat ten koste van tijdvoor onderzoek.”

En zijn die verschillen straks terug te zien bij deresultaten van de Econometric Game?

“Ik heb geen idee. Ik ben heel benieuwd, we gaan zometeen bijhet diner 25 werkstukken bespreken, waarvan de 10 beste morgen aande volgende opdracht zullen beginnen. Uit die 10 zal uiteindelijkeen top 3 worden geselecteerd.”

De Econometric Game 2011 werd uiteindelijk gewonnen door hetteam van de Universiteit Maastricht


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«